Mooie woorden zonder inhoud

6 reacties

Aangezien ik nogal veel kritiek krijg op de on(be)grijpbaarheid van mijn blog heb ik besloten het één keer uit te leggen. Voordat ik eraan begin wil ik dit even zeggen: ik kies woorden omdat ze (klaarblijkelijk) bestaan, omdat ze een bepaalde betekenis hebben en omdat die betekenis overbrengt wat ik wil bereiken. Gebruik ik andere woorden, is überhaupt het bestaan van de eerder gebruikte woorden (effectief) zinloos. Zij worden dan woorden zonder (intrinsieke) betekenis. De zinnen die je net las kan ik haast niet anders verwoorden. Als je die al niet begreep, bespaar je de moeite voor de rest. Ik ga bijna zin voor zin nu:

“Perfect door de bocht. Ik grei als ik merk dat mijn nubiliteit ervoor zorgt dat het niet meer gaat.”

Greien betekent “in droefheid wezenloos voor zich uit kijken en nu en dan een traan storten”. Nubiliteit betekent adolescentie. Wat hier dus staat is dat er van mij van alles wordt verwacht (een weg naar volwassenheid), maar dat ik daar soms moeite mee heb (het greien). Maar op die manier kan ik het niet opschrijven — want wat is voorts de waarde van het bestaan van zulke woorden dan? Dat zou iedere vorm van tekst zinloos maken.

“Toen kwam het, en jij customizet van hier tot de hemel én terug.”

M.a.w.: Als je ziet hoe vloeiend anderen soms of vaak gaan. (M.a.w. betekent overigens met andere woorden. Vandaag ben ik de slechtste eens niet en leg ik alles uit.)

“Ik zag, ik kap.”

Soms hoef of wil ik niet meer denken.

“Ik weet, ik obsoleet.”

Ik besef me dat alles overbodig is en dat mijn leven geen waarde heeft omdat de zin van het leven simpelweg niet bestaat. Omdat het ook wel zonder mij bestaat, doorgaat. Schrijf ik dat echter op die manier op, weet ik zeker dat niemand het met plezier leest. Dáárom maak ik het (dus) fucking mooi. Dat het rijmt, dat wellicht nog de schijn standhoudt dat het iets anders zou kunnen betekenen!

“Ik fijn, ik trein.”

Ik ken genoeg fantastische momenten, bijvoorbeeld als ik speel of als ik zing. De relativatie, de afleiding.

“Trein jij niet meer met mij.”

De enige waarheid in het leven is de liefde (die ik niet heb).

“Was geen vraag. Waarloze waarheidlievende jij in den beginne, later ongemeend minauderen. Rook in je kleren.”

Minauderen is een overdreven behoefte om aangenaam te zijn en indruk te maken. (Ongeveer.) Als je goed oplet is het eigenlijk andersom. In het begin wil je namelijk indruk op elkaar maken, later, in de cliché-relatie tenminste, moet je je voor ieder moment dat je weg bent verantwoorden. Rook maakt dingen vaag bovendien. Op deze manier verliest zo’n tekst toch veel kracht. Het voelt als het uitleggen van een grap. Dat is ook bijna nooit grappig.

“Zal ik voor even op strand lopen, weet ik lang al dat je mij niet kan waarderen.”

Het strand maakt mij rustig, ook al wil je me niet zien.

“Intellectueel doodaf verklaard, het gebrek aan respecteren heb ik reeds aangekaart.”

Nog even een stukje over iets algemeens; dat de wereld naar de tering gaat omdat we vooral dom doen en geen respect hebben.

Viel best mee, toch?

 

Nugae canorae

2 reacties

Perfect door de bocht. Ik grei als ik merk dat mijn nubiliteit ervoor zorgt dat het niet meer gaat. Toen kwam het, en jij customizet van hier tot de hemel én terug. Ik zag, ik kap. Ik weet, ik obsoleet. Ik fijn, ik trein. Trein jij niet meer met mij. Was geen vraag. Waarloze waarheidlievende jij in den beginne, later ongemeend minauderen. Rook in je kleren.

Zal ik voor even op strand lopen, weet ik lang al dat je mij niet kan waarderen. Intellectueel doodaf verklaard, het gebrek aan respecteren heb ik reeds aangekaart.

Overfoliën van overgenoeg momentjes

Reageer als eerste!

Titel voor redelijk gegadigden: bedenkingen en overpeinzingen aangaande de liefde
Titel voor minder gegadigden: kon d’r nie krijgen nie
(Titel voor niet-Nederlandstaligen: descensus ad inferos)

De rest van het stuk gaat niet over de titel, echter over het probleem waardoor dit (of ik) drie titels hebben moet. Dat is eigenlijk een tegenstrijdigheid an sich, omdat er dan een andere titel had kunnen staan, maar dan had ik het stuk niet hoeven schrijven. Indien je reeds bent afgehaakt in het volgen van de redenatie adviseer ik deze hyperlink te volgen en geen terugkomst te ambiëren. Je kan uit mijn woorden immers geen vrede putten.

Meerdere malen geprobeerd heb ik te desambigueren. Waar het overgaat of waar het over gaat. Een complete overgaaf aan iets dat overgaar is: ons gebrek aan communicatie. Het lijkt op helotisme. Al zal je dat ontkennen, gelijkheid is anders. Ik heb geprobeerd het overfust te verwijderen opdat wij meer van elkander konden ervaren, maar jij ervoer alles gelijkbetekenend.

Ik ben een desappropriateur.

Dat ik ambras maak; wat zou je meer nog dan in amazonezit zitvlees hebben? Ik rap: “Zivilcourage ver te zoeken, behalve dan dat wat je leerde in boeken — maar denk ‘s aan wijze lessen van moeders opvoeders. Och je zmok staat vast — genetisch zo je zegt — dus vind je jezelf geoorloofde last, echt, terwijl ik dan zodanig denk: ongepast debiel balast. Verrast, is me om het even, zo-even verkregen leven kom we zweven — maar nu je weg bent zal ik je naam een streepje geven.” Dit kan ik me begrijpen. Niet jij.

Appelflapdrol

Reageer als eerste!

Subtiel schoonmaken.

Sta op een perron en heb geen weet van. Ik voel iets met klank in mijn oren echoën en weet dat dit zoiets is wat een bepaald gevoel opwekt waarmee ik anders naar de wereld kijk dan dat ik normaal gewend ben.

Maar ik doe niet meer aan verhaaltjes. Iets is wat het is, en steeds vaker blijft het intern. Ongeschiktheid. Het verhaal eindigt hier. Geen herhalingen op herhalingen op herhalingen, of had ik dat al gezegd?

De intercitytrein is vertrekkende. Mijn geheugen verlatende. Ik zou duiken en toestromen in een onderstroom zien.

Het is: voltooid verleden tijd. Jáááren geleden al, nu nog meer dan toentertijd. Niet dat het niet kwijt kon. Ik kan stuk.

Dit stuk verdient niet eens een titel

Één reactie

Auw. Een realisatie kan heel pijnlijk zijn. Waarderen is een grappig gegeven en jij bent mooi, niemand zal je dat ontnemen. Behalve de tijd, maar de tijd is niet iemand of iets, maar is er altijd: of je dat op prijs stelt of niet.

Ik lig op mijn vloer en ik luister muziek. Ik hoor de muziek en mijn stem die deze tekst componeert. Ik denk na over, ‘van alles en nog wat’, veel vager krijg je het niet. Ik kan me veel afvragen en ook kan ik redelijk wat bedenken. Daarnaast besef ik me dat jij hier niet over nadenkt, hier niet bij stilstaat. Jij ligt niet op je vloer, luistert wel muziek, misschien niet nu, wel ooit. Ik denk aan je en ik weet dat jij niet over mij denkt. Immers zijn er andere ‘dingen’, van alles en nog wat, waarschijnlijk.

Ik sluit mijn ogen op de tandartsstoel, ik sluit mijn ogen in de trein, ik sluit mijn ogen ‘s avonds als ik op bed lig. Ik weet het verschil. Ik sluit mijn ogen; ik kan, xruti hp.ot — niet dus.

Stop de id-crisis.
Stopt het denken.

Ik kreeg vorige week een e-mail en ik besef me dat de wereld onherstelbaar is.

Krachttermenoverdosis

Reageer als eerste!

Weg van alles. Een activiteit die je weghoudt bij de zin van het bestaan. Beetje dansen, beetje zingen, beetje spelen, beetje rennen, beetje ‘zijn’, beetje ‘hebben’. Ik weet exact hetzelfde als wat jij weet: weten wij zo samen wat nooit zal mogen zijn. Ik vertrek meer en meer, zoals ik al honderd keer eerder betoog. Maar verder acties? Ik verwerp de motie van ontspannen. Ont- is een mooi voorvoegsel bij woorden. Laten we ontzijn, da’s immers dol fijn. (Zouden dolfijnen alleen maar om de betekenis van het woord dol fijn zijn?) Kleine dingen, ontberen doet waarderen, grote sprongen? Ik te voet, ik jou dragen.

Reageer als eerste!

Voel je het onbehagen, een schaduw die zacht het besef tot je laat komen dat dit het is. Dat alles hier, echt en eindig, dat dat álles is. Ik wil graag geloven dat er een grotere betekenis is dan ‘s avonds met vrienden of voor de tv of op E100, E120, E141 en E171 van Tum Tum sabbelen. Helaas: hier blijft het bij.

Proberen iets te bereiken kan je, maar het houdt ongeveer op bij mooie leuke gave dingen meemaken. Verleg de weg, stop het stoppen? Geef geen punten, laat mijn kommabestaan voortduren op het kaarslicht van iets van waarde. Ben jij mij niet, zoals ik niet alleen jij naast mij maar ook een ander zag die het plaatste waarvan ik hoop. Had je lezer wijzer lezen verwijzend. Ik brei er maar geen tranen aan.

Effe terzijde

Reageer als eerste!

Graag omarm ik je.

Of: graag omhels ik je.

Oké: graag zie ik je. Is ook al goed.

Zoiets.

Ik kijk naar buiten en een man met kinderzitje achterop zijn fiets, fietst (goh) met sneltreinvaart over het koude gras.

Zolang de zon zakt.

Ik vermoed verwarming.

Zolang de zon zakt.

Ik heb je best wel lief.

Wat je niet ziet, zie ik wel

Reageer als eerste!

Soms, maar vaak niet. Met enige regelmaat zelden. Ik ontdekte en moest veranderen. Niet dat iets tijd vernielde. Ik denk: sowieso een a, en dan ergens, verplicht, een j of e. Dat combineer je dan. Terwijl ik het opschrijf bedenk ik me dat het niet klopt.

Ik denk aan minder willekeurige momenten. Ik houd van willekeurigheid, zoals je gemerkt hebt in de ‘afgelopen’ teksten. Afgelopen, alsof ze klaar zijn, alsof ik ermee klaar ben, alsof het een gesloten boek is, alsof ik verder ben. In de ontstane teksten schuilt een waarheid. Ik kan conventies niet meer zien, maar houd wel deuren open. Louter letterlijk lachend.

Enkel infantiliseren.

Zo zie ik en herken, ik denk dat ik het ben

Reageer als eerste!

Graag zou ik de juiste persoon in mijn hart willen omsluiten. Ik stuiterbal, ik verwonder, ik pokémon, ik soep, ik verdien, ik maak lelijk, ik piano, ik liefheb. Ik houd op.

Ik doe iets en het is opeens ‘s middags. Ik doe wat anders en plots is het ‘s avonds. Ik omarm. Ik besef me dat dit altijd zo zal zijn. Ik wil niet meer aan maar uit. Gelukkig maak ik je, want jij zal niet meer gebroken mogen. Ik zie zo ik herken, ik denk dat ik ben.

Het blauwe hart is eigenlijk rood. Ik denk aan de vier letters van je naam en ik weet niet. Sommige mensen zijn authentiek, dat ze als vanzelf de aandacht in een ruimte opeisen. Dat is omdat ze niet zomaar iets wegwuift. Zij die nog kan nadenken, ontwikkeld is. Die poogt te begrijpen. Iets waar een ander nooit aan begon. Iets wat oneerlijk onmogelijk kan zijn.

Nooit vind ik dat je altijd de woorden ‘altijd’ en ‘nooit’ mag gebruiken, omdat ze te sterk zijn. Ik relativeer maar dan besta ik niet meer. Ik omsluit jou, de juiste persoon, in mijn hart zonder dat je het weet. Ebt ten slotte weg, heus.

Zonder oceanen

Reageer als eerste!

Als ik er zo over nadenk, is het eigenlijk op alle mogelijke manieren pijnlijk. Ik probeer het simpel te houden. Ik probeer wat gevolgen aan oorzaken te relateren, of andersom, vergeten. Ik bedenk duizend-en-een dingen. Maar er zijn minimaal miljard-en-een dingen; altijd zal je achterlopen.

Ik zie dat mensen zich met dingen bezighouden. Zolang het rekeningen betaalt, zolang je ermee andere dingen kan doen die leuker zijn. Ik wil juist dat mijn momenten verpakt zijn in willekeur: geen vooruitgaande bungeejump of abseilmoment wat vereeuwigt in het geheugen tot ‘bestemming bereikt’ reikt. De waarheid is dat we niet kiezen wat we onthouden.

De ironie, of het verschrikkelijke, zit hem in het feit dat als je je maar met genoeg bezighoudt, je nooit tot deze vragen komt. Meegaan meegaan verdergaan doorgaan, meer meegaan. Geen tijd. Nooit tijd. Dat is dan nochtans het enige wat kan, wat klopt. Totdat de onrationaliseerbare liefde de hoek omkomt.

Bananenverhalen

Reageer als eerste!

Ik ben de schepper van mijn machtige verhalen. Het valt duizendmaal te herhalen. Hallo egocentrisme. De muur waar ik graag tegenop boks wordt groter. Het vechten moeilijker. Mijn geweldloze gevecht, geen zin gaat immers te ver. Nee dank je ik rook niet. JE HEBT MIJN HART GESTOLEN JIJ VUILE HARTENDIEVEGGE.

Oké. Minder subtekst. Meer waardevolle minder onafhankelijk meer zin minder los. Ja. Tringelelingeling, dat is geen telefoon, het is een idee in je hoofd dat je moet loslaten. Laat de vergonste vergutste maatschappij varen — we komen onze hebzucht niet meer te boven. Wil je alsjealsjealsjeblieft respect tonen aan de lieve meneer in uniform in de trein? Ga dood, ga alsjeblieft dood; je bent de kanker in het lichaam van de samenleving. Geen god kan jou van je egocentrisme genezen. Dat klonk minder willekeurig dan het had moeten overkomen.

Ik kan dit niet meer analyseren. Er is te veel. Het wetboek is te dik en de dagen een sleur en de dingen te kunstmatig en van alles is er veel te veel te veel te veel te veel te veel, net als van deze zin. Ik maak er gewoon een grapje van, maar als ik de onzin & onmacht die hierachter schuilgaat in tranen kon uitdrukken was Nederland wél overstroomd vorige week.

Met willekeur getogen

Reageer als eerste!

Geneuzel gaat niets veranderen. Stappen door gras evenmin. Met honderddertig over asfalt, dát is een politiek begin. Het strand heeft geen overmacht, er wordt daar louter water verwacht. We maken het onszelf onnodig moeilijk.

Niets te doen wil ik hebben met het pijnigen van de keuzes in aantallen van ‘te veel’. Of het gebrek te respecteren, grijp elkanders keel. Knijp dan maar goed samen. Want zo’n samen is de enige die we als volk nog zijn.

Sla de krant open. Mensen beschoten, gestoken en Iran vuurt in willekeur wat af. Individuen worden vervolgd (of hun leven lang gevolgd) als zij een lening niet terugbetalen, maar miljarden niet. Geld kan dingen laten verdwijnen die nooit hebben bestaan. Sla de krant dicht.

We doen zaken die we niet hadden kunnen doen. Als we minder willen, hoeven we ook niet alles te hebben, klootviool. We hebben het al geruime tijd over een laffe horrorwinter en iedere keer dat ik zoiets hoor worden alle wereldse woorden wat minder waard. Waarover nog te praten, voordat we bejaard.

Haphazardly

Reageer als eerste!

Het kan niet. Als(of) het stormt. De stroming stoort, ononderbroken onder gebroken beloftes sta ik de laatste lasten te lichten. Ze komen, ze gaan. Weer komen, meer gaan.

Ik voel, mijn hart is niet verwarmd maar wel warm. Ik neem plaats in een nare droom. Ik speel, ren, schop meerdere malen een bal totdat ik ten slotte jankend op het bed val.

Schaf een hamkaascroissant aan.
Schaf M&M’s aan.
Schaf Spa & Fruit Lemon Cactus aan.

Op laatstgenoemde staat ‘De lekkerste ooit!’ (En ‘Meilleur que jamais!’ — ik vermoed de Franse tegenhanger.) Voor eenmaal ben ik het eens met een verpakking. Tot nu toe. “Tot ik een andere smaak heb ontdekt.”

Mijn voeten doen pijn en eigenlijk had ik moeten stofzuigen voordat ik ging dansen. Ik plof niet op mijn bed neer maar ga zitten. Kijk naar mijn voeten. Kijk omhoog. Naar wat ik heb. Naar dat wat wijzigde mettertijd. Naar mezelf. Ik voel tranen. Laat ik toe dat hier en nu, laat ik dat hier en nu toe. Daar en nu kan niet. Hier en straks; dan is het moment voorbij. Gepasseerd.

Ik vrees voor stappen in het zand. Dat jij dan boos bent en ik zoals ik nog nooit geweest ben. Een nieuwe emotie. Een boosheid binnen verwondering. Ik wil niet ik wil niet ik wil niet maar je moet door door door en fuck fuck fuck. ‘Dit zat er natuurlijk al een hele tijd aan te komen.’ Ik clicheerde. Niet op dit moment. Houd het bij elkaar. Houd het levende. Doe alsof het al gelijmd is. Alsof morgen nog bestaat, en in plaats van dat vandaag al vergaan zou zijn ook gisteren nog is. Zodat we vasthouden, zodat dit dit blijft. Zodat het niet anders.

Maar wij ouder en niet wijzer. Liever niet ouder en wijzer maar alles kost tijd, zegt een ander(e) wijzer.

Je staat in de weg. Ik ren over het strand en dat is het dan. Meer bestaat er niet. Alleen mijn ziedende en tergende gedachten, voornamelijk gebaseerd op weemoed en een ongezonde dosis van die Spa Lemon Cactus.

Niet voor de lapsoes

Reageer als eerste!

Allesch komt goed.

Mijn handen zijn bij elkaar. Ik zie de dingen helder misschien. Muziekje, hapje, drankje, beeldschermpje.

Wat zal ik doen? Waar zal ik gaan?
Op het eind is immers de hemel mijn bestaan.

Als ik toch minimaal mijn best doe,
geen steken laat schieten, of moe,
dan komt alles wel terecht op pootjes.

Maar als je kijkt is de waarheid lelijk,
Doodslag en jaloezie maken ons geluk.

Welke emotie kun je zijn? Voor altijd zal ik praten, je in je ogen kijken en weten dat het klopt. Allesch komt niet goed want een utopie bestaat louter in een streven. Er ontstaat heus actie, iets dat de geest doet beven. Toch zou alles net wat beter zijn, als we al het slechte slechts stopten in een film of spel, in plaats van een echtelevenkwel. Het verdriet is waardeloos.

Morosofie

Reageer als eerste!

De verre afstand wordt verder. Ik zag je niet, ik spreek je niet. Jij bent zo’n perfectachtige meid, zaakjes goed op orde. Ik ben meer van de orde in een chaos. Iets moet chaotisch zijn om het beeld fatsoenlijk te representeren. Leef je langer, leef je banger. Mijn geluk in tweeën gedeeld zodat wat precies? Jij bent er even vaker, om dan weer wekenlang weg te wanen wanneer woorden wisselen wenselijk was. Welkom in Leven 22.8. Er is tijd tot iets leukers je gezichtsveld verblijdt. Net niet? Schiet—en wij af.

Een nieuwe schouder

Reageer als eerste!

We schrijven Kerstmis en vooral zullen we kanen. In voeding vinden we ons vertier; het edelachtbare geluk. De weledelgeleerde planeet heeft dat maar te accepteren. Alles wordt afgeschoten en ruzie bestaat niet en ik vind het goed wat Beatrix te zeggen had.

Ieder jaar dezelfde lichtjes. We doen zogenaamd sociaal maar ondertussen willen we allemaal wel iets te zeggen hebben. Zien kan je me niet en ik denk ook absoluut niet aan je, daarom staat deze zin er ook. Iets kan niet meer zijn wat het was. Meer dan overdag zie ik ‘s nachts als mogelijkheden groeien; dat kunnen zijn wat nog nooit heeft bestaan. Ik overtuig mezelf ervan dat ik je ergens tegenkom, binnenkort genoeg.

Dit blijft

Reageer als eerste!

‘s Morgens ik wakker. Na alle dagen van: “Het niet-zijnde bestaat natuurlijk niet, want als het niet-zijde bestaat, zal het tegelijk bestaan en niet bestaan. Want voorzover het als niet zijnd wordt gedacht, zal het niet bestaan, maar in zoverre het als niet-zijnde bestaat, zal het weer bestaan. Nu is het volledig absurd dat iets tegelijk bestaat en niet bestaat. Het niet-zijnde bestaat dus niet.” (Gorgias)

Ik kijk en probeer niet te oordelen. Ik probeer te zijn zoals ik was zonder informatie. Zal er dan gerend worden? Of zal men slapend schoppen? Ik probeer niets, kijk naar het schilderij aan de muur. Als de meid die dit ooit schilderde op dezelfde manier als ik ervaart dat er dingen zijn die zijn, zonder te veranderen, was het dan ook zo op het doek terechtgekomen? Veel zie ik veranderen. Beter? Niet uitsluitend, integendeel.

De Dynamitard

Reageer als eerste!

Op reis zonder jou. Dat gaat ongeveer zo: Niets wat ik doe heeft zin. Dat klinkt negatief, maar ik houd ontzettend van die gemoedstoestand, omdat het alles mogelijk maakt. Niet dat er geen grenzen zijn (die ligt bij geweld, verbaal of nonverbaal); het absorbeert conventies (on)behoorlijk goed.

Ik ben boos op mezelf, mijn muziek staat te hard, misschien moet ik de Dikke Van Dale gaan lezen. Vergeet de complexe complicaties. De almaar voltooide edoch toekomende tijd: Ik zal hebben gelachen. Ik zal plezier hebben gemaakt.

Oh, trouwens, ik lust je ontzettend rauw.

Enkeltje Luilekkerland

Reageer als eerste!

Ik fiets onder de wolken, de maan. Ik zit op het zadel van mijn fiets en ik kijk omhoog en ik zie de sterren. Mijn voeten pedalen op de trappers voort. Trappen de pedalen voort dus. ‘Zoiets.’ Die ster daar is ook een zon, als je maar dichtbij genoeg gaat. Een zon met planeten met of zonder leven zou ik niet weten maar vast niet anders wisten we het vast en had iemand van een ruimtevaartorganisatie iets slims bedacht. Dan nog: doet er niet toe. Kan alles denken, kan alles zijn.

Een ieder doet dingen, vult het leven met, ja, met, ja, met, iets, vulling an sich, momenten is misschien een mooie beschrijving. Een ieder vult het leven met momenten, momenten die voornamelijk aan elkaar gerelateerd kunnen zijn, soms ook weer niet. Soms is het een willekeurige trein die voor een omslag zorgt. Of een baan, banaan. Alles kan? In ieder geval gedacht worden. Een ieder doet dingen, vult dat leven dus met momenten; aaneengeschakelde momenten. In een woonplaats met die supermarkt en die familie en die vrienden en dat soort meubilair. Ik loop en ik zie. Soms niet, soms niets.

De USB-stick is in China, Taiwan, whatever, geassembleerd — in elkaar gezet — iemand, zij het een mens, robot of een mens die graag een robot had willen zijn, of juist niet, in ieder geval iemand, heeft tijd en moeite gedaan om deze, net als de duizenden of miljoenen andere onzinproducten, in elkaar te zetten. In een verpakking te doen. Al dan niet werd dat dan weer door iemand anders gedaan. En vervolgens op een schip denk ik dan, vervoerd naar ergens anders. Naar het westen. Naar ons. Naar mij. Of tenminste: naar een bedrijf dat dacht: goh, dat is een leuke gadget, laten we dit soort meuk aan studenten geven. Het probleem: niemand heeft er (meer) iets aan. Het is willekeur. Waren wij geen consumptiemaatschappij, had de man of vrouw, maar hopelijk geen kind, niet die dekselse USB-stick in elkaar hoeven te flansen, had diegene iets anders te doen. Alles beter.

Een ieder doet zijn dingen, vult het leven met, ja, met, ja, met, iets, vulling an sich, momenten is misschien een mooie beschrijving. Momenten waarop USB-sticks geassembleerd kunnen worden, of iPods, of winegums vervaardigd, of melk gemolken, iets, wat anders kan zijn, maar juist het ene is. Zolang het simpel is.

Oneiromantie

Reageer als eerste!

Is het te laat. Hip hip hip. Neu. Iets over zijn, niet worden. Zal ik onthouden? Had ik kunnen vergeten? Ik verlies niet, ik droom des te meer. Probeer maar. Hop hop hop. Doe maar. Ik ren en mijn iPod is leeg en ik had hem nog wel opgeladen van tevoren maar dat ding is zo oud dattie niet zo goed meer tegen kou kan en z’n batterij verlept is dus (meer dan) de tweede helft moet ik zonder mijn muziek doen. Kan ik het (aan)(zetten)? Hap hap hap. Ik werp het beste van oktober op je af.

Zijn het akelige akefietjes? Of treurige toetjes?

Morose momenten.

Meer breken

Reageer als eerste!

Zonder jou, met jou, zonder jou, met jou. Ik loop rond( )je. Eerst iets van fruit, dan pas de lolly. Ik kan niet meer stil blijven zitten. Mijn voeten bewegen alle kanten op. Ik moet blijven zitten. Zonder jou, met jou, zonder jou, met jou. Complete overgave. Door door door door. Pak me dan, als je kan, je kan me lekker toch niet grijpen? Ik beweeg sneller dan de wind met de wind in mijn rug. Totale overgave. Zonder jou, met jou. Met zonder jou. Mijn voeten worden moe maar ik moet door door door. Te lui om op te laden. Hoe spel je dat? Je zou het spelen. Ik kwel.

Stilte. Tintelingen. Paar seconden. Dan moet het weer door: ik dans ik spring ik leef ik wil. Ik droom door de dag. De dag door droom ik, door door door. Met je, zonder je. Soms met iemand, meestal zonder iemand. Met niemand dan. Dus. En telkens gaat het weer eentje harder harder. Steeds beschadig je iets meer. Iets verder. Stapje, verder, door door, niet met je = zonder je. Jou ik zonder met of misschien ooit. Niet denken. Geloof je dat het bestaat? Dit gaat veel te extreem. Ik moet de dag door blijven dromen. Ik zou strand, zee, wind, jij. Ik niet met. Ik zonder. Zonder door door door. Zon, d’r door. Ik sta op het strand met windkracht acht en de zon erdoor. Ik voel.

Dit is on-ge-lo-ve-lijk. Stuiteren. Stuiteren. Doorstuiteren, met je, zonder je, ongeacht je. My source defines my data. Ik baseer mijn wineguminname op jou. Op een schim. Op een schim op reis, doe maar doorreis. Ik moet de ruimte in. Hell yeah. De ruimte door, met je, zonder je. Geen zomer winter alleen maar ruimte. Ruime ruimte? Ik brand.

Reageer als eerste!

Ik stort niet in. Dan maar geen koekjes, emotie of handdoekjes vouwen. Ik zei genoeg, maar tegen een muur praten is bewezen niet effectief. Toch zal ik je blijven kwijtraken. Ooit kom ik terug. Met hopelijk slechts mezelf.

Je prestatie is het gevecht van de week. Je wilt dat er niets speelt, dat alles gebeurt.

Ik besef me dat ik een fout heb gemaakt. Het hoeft geen grote fout te zijn — maar het kan me bevriezen in het doen, het laten, het zijn, het verdomme dit is geen uitgang. Ik voel.

Wilkweg

Reageer als eerste!

Het spelen brengt de hogere sfeer, mijn behartigde belangen onmacht. Het werkt niet altijd. Niet te prima begrepen we dat het zo niet langer kon: het verdriet ondeelbaar en de dagen tot het weggaan ontelbaar. De ik-ben-blij-dat-ik-zit-redeneringen zijn achter de rug, zodat er gefocust kan worden op “de belangrijke dingen des levens”, zo claimt zij na alle afgangen van middelmatigheid gezien te hebben.

Niet meer, niet het onderdeel van. Niet het begrip, het eindeloze weten. De tijd neemt ons mee, voert ons naar die hogere wegen. Alleen nog het horen van de onbestemde ontstemde piano’s waar zij andermaal een ondeugend deuntje op probeerde te rammen.

Mitluks.

Als je alles van me zou mogen weten

Reageer als eerste!

Zou je me dan geloven als ik het toestond?

Ik vind het best

Reageer als eerste!

Het is niet hetzelfde. ‘Dingen’ zijn veranderd. Ouder, ja, jonger zou zorgwekkend zijn. Wijzer, ja, dommer zou jammerlijk en ergerlijk zijn. Ik haat deze cliché zo erg. Op naar het vroegere later:

Dat jij na alle jaren zonder mij, zond— soms, soms is er zo’n moment dat alles terugkomt. Contouren, slechte grappen. Ik zou de deur goed open willen houden. Niet meer om te vallen in een giechelend genant moment waarbij het woord het opneemt tegen het gebrek aan de daadkrachtigheid van er voor je zijn. Ik overcompenseer.

Ik heb niet meer gegiegaagd. Niet meer sinds het vertrekken. Wel bij het verdwijnen. Hoe harteloos moet ik me opstellen, afsluiten, opbergen. Ik kan de hoeveelheid niet meer aan, jij hebt ze — of me — nooit begrepen.

Ik zou je vragen om mee te gaan naar de storm. Voor eens, niet voor altijd. Ik zou je tonen wat ik in de wind zie. Ik probeer tegen muren te praten.

Weggevlamd

Reageer als eerste!

Ik ga weg.

Ik ga nu. Ga nu weg. Ga nu maar.

Maar ga nu. Ga terwijl ik gehakt van je maak.

Rennen gaat ook stap voor stap. Maar dan sneller dan je gewend bent.

Jouw woorden donderslagen. Zoiets als die storm van tweeduizendelf december. Iets wat niet op foto kan, wat je alleen voelen kan.

Mis ik niemand in het bijzonder?

 

Of ben ik vooral sprakeloos?
Hoi God, hoi meededogen, hoi verlegenheid, hoi scheel roze konijn.

Één ding weet ik zeker vandaag: ik houd van iedereen maar van jou in het bijzonder en ik ga vroeg en lang slapen vanavond. (Alleen vandaag is dat één ding. Gelukkig is het morgen weer een vandaag.)

Ik zit vol met slechte ideeën

Reageer als eerste!

Aan de tekeningen valt niets te doen. Ze kunnen opgeslagen of verbrand worden. Kies maar. Opruimen kost ruimte, het branden energie. Wil je een herinnering? Aan jezelf, aan mij, aan wie dan ook, aan de tekening van een iemand die er zogenaamd leuk uitziet, totdat hij in nog betere kleding ten tonele verschijnt, strijdt. Iets is wat het is, maar datzelfde iets is áltijd subtiel. Niets is grof, kan grof zijn.

Tijd voor meer pit, meer energie, meer troep de verbrandingsoven in. Je loopt en stuit op een tekst: “Ik ben 45 en gebruik Nivea blabla.” Ironisch, want er had moeten staan: “Ik ben eigenlijk 40 maar heb gelogen op mijn cv en zelfs nu moest ik nog gephotoshopt worden en ik krijg geld zodat er staat dat ik Nivea gebruik.” O zo. Mensen hebben problemen met de waarheid. Of ik kijk te veel House. Meer willekeurigheid: oldtimers, iemand heb de klok wel horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt. Fauna & flora, printers, een vraag die duizend mensen zich weleens hebben afgevraagd. Doe daar maar een kilo van.

Ik schreeuw dat ik wil ontsnappen. Ik schreeuw dat het zo niet door kan gaan. Ik schreeuw dat ik je verkeerd behandeld heb. Ik schreeuw dat ik niet meer kan schreeuwen. En dan? Zing ik van hetzelfde. Geen slapeloze nachten meer.

Reageer als eerste!

Zonde is het, alles loopt in mijn honderdduizend gedachtes weg. Een kat valt per ongeluk van een schutting, ik weet allang niet meer waar ik eisen leg.

Het is hier, voor jou, omdat ik ben, en liefheb. Maar het kan dan nog altijd  of  zijn…

Geen slagroom, maar het kan ermee door

Reageer als eerste!

Mijn rusteloosheid uit zich eens per twee nachten. Iets met raar ritmisch ronddraaien. Je bent een alles, schrijft een waarheid. Meeleven meenemen meedoen. De speler ben ik.

Maak er maar metaforen van, daar ben je toch o zo goed in. Ik bedenk het me, en dan merk ik dat ik weer in het bos sta. Ik draai rondjes. Ik zie bomen, ik kan alleen maar groen en bruin zien. Waar ben ik heengegaan en ik ben hier naartoe gelopen, maar hoe? Je ziet het, je ziet het zelf ook: stel je een boswandeling voor. Een onbekend bos. Geen grote of middelgrote paadjes: alleen maar paadjes die op paadjes lijken, paadje zijn doordat zes mensen met hond uit de buurt vonden dat er een paadje moest liggen. Ik houd daarvan. Iets kan zijn gang gaan. Kleine sporen. Je beseft dat je goed moet opletten om terug te kunnen. Om een bewoonde wereld te kunnen terugkrijgen. Al weet je dat het bos goddank te klein is om serieus te kunnen verdwalen. Evenmin zullen beesten je na zonsondergang komen verorberen.

Laten we onverantwoordelijk gedrag vertonen. Ik verdrink in je poëzie. In alle momenten tussen het openen van die felblauwe voordeurogen en het moment dat er plots honderdttachtig graden gedraaid moest worden. Oude wonden helen, pulken moet je niet. Herinnering bij beetje ontvormen zich in de bovenkamer die van mij schijnt te zijn. Ik schreeuw, verniel oren die grenzen aan de zijkanten van die bovenkamer die van mij bleek te zijn. Cedo nulli, slechts omdat jij niemand meer bent. Dan wel kan zijn ergens.

Ik zal je zien en groeten. Over dat doorlopen twijfel ik nog even.