Bjeaubljo

Gij geniet expliciet,
Alsof het dan vergeetmeniet-
je weet dat we zweven,
en aan tijdwijzers kleven.

Gij schrijft stront
Boffen wij terstond
Dat we zullen lezen
Totdat we luisteren
Naar de klanken van
Allemachtigjezusgod

Alsof wij pleisters plakken tijdens vakantie

Dat de fieltenstreek verachtelijk is wil wat mij betreft ook zeggen dat je cranerieën stoppen mogen. Jij ervaart dat niet zo. Zelfkennis met gebreken is het gebleken. Wreken allicht, maar ontweken zo het betere: jij zal dezelfde woordenkots ‘spreken’, volgens afspraak, maar niet meer volgens gevoel. Ik drijf met intuïtie mee: afval hoort in een afvalbak maar mensen toch niet in betonnen dozen? Geef ons de natuur terug. Jullie asfalteren bomen, en beredeneren dat die drie procent die daarvan wakker ligt er  wel overheen komt. Maar er zijn er zoveel aan wie we het niet kunnen vragen: de eendjes en de lieveheersbeestjes. Zij liggen er heus wakker van. Dat nam ik vanmorgen waar. Zolang het beleid en jij ‘s ochtends benzineslurpend versgeschoren meer kapot mogen (en kunnen) maken, wat zou het? Het zou de wereld an sich kunnen slopen, gelukkig kan jij gelukkig zijn met je waardeloos dure spullen.

Je bent zo ver van de werkelijkheid, met je kortetermijnvisie (als het al een visie mag worden genoemd), zo ver. En iedere dag is een stap verder richting kunstmatige gelukkigheid. Meer maken, meer consumeren, meer mensen. Ik haat je iedere dag een beetje meer.

Maar besef je verdomme waar je op vakantie gaat. “Ongerepte natuur.” Ja, m’n reet, want daar dan hutje-mutje met dertigduizend andere mensen omdat je al het andere voor ons gesloopt hebt. Je moet je kapot—maar het liefst dood—schamen.

Ik zeur, maar jij maakt dingen onherroepelijk kapot. Dat is erger.

Lieve politiek, klein verzoek: rot allemaal maar op. Jullie reanimeren constant een economie die aan alle kanten opengereten dood ligt te bloeden. Zonde van de tijd, zonde van de natuur.

Wordt vervolgd.

Alsje-alsje-alsjeblieft

Geen godvergeten klotequotes, geen nietszeggende en binnen een dag vergeten eigenlijk niet-grappige maar bovenal niet-indrukwekkendheiddragende plaatjes. Geen troepwoorden over ‘mindsets’, wat dat ook moge zijn, met zeikerige adviezen over hoe je je leven dient te leven. Met hier moet je aan denken, zogenaamd fantastisch, en dat moet je zeker doen, dan wordt het leven stukken leuker. Het is veel te veel om jezelf nog recht mee aan te kunnen doen. Ga terug naar de basis, terug naar jezelf. Niet naar wat je denken moet van.

Je angsten opzij leggen is wat je ‘moet’. Zoveel manieren die we allang weten. Je hoeft me niet te herinneren aan. Ik weet al dat ik moet eten en drinken, sporten, doorgaan, belonen, de ‘geestelijke toestand’ juist krijgen, positief zijn, de kleine dingen, creatief, mezelf accepteren etc. Maar moet het verdomme allemaal zó expliciet?

Iedere keer lees ik dezelfde crap: “ik houd niet van winter”. Wisten we al, kutjanus. Leer ermee omgaan maar bovenal: bevuil mij niet met dat wat is en niet anders is. Of: “ik kan alles doen.” Fantastisch, je kan alles doen maar je valt mij lastig. Of: “Ik ben zo druk.” Balen. Je regelt het maar. Het zit sowieso zo: je kiest voor alles. Alles is een fucking keuze. Dus kies je te veel, zit dan lekker op de blaren maar ga verdomme niet je cirkel van mensen bevuilen met je eigen tekortkomingen.

Owh kijk, mij genieten van mijn vruchtensapje, laat ik er driehonderdzesentwintig foto’s van maken en dat delen met de ‘wereld’, onee; ‘vrienden’, excuus. Al die achthonderddrieenzestig vrienden moeten dat trouwens leuk vinden, anders verzuip je in het zelfmedelijden in de veronderstelling dat zij jou niet meer mogen, wat ook klopt. (Zij houden het voor zich, net als ik. Toch nog een overeenkomst.) Terwijl de waarheid is dat we er niet over nadenken, dat niemand er iets om geeft. Dat je ook wel bestaat zonder het delen van nietszeggendheid, dat je daar zelfs meer kracht uit putten kan. Je zal zeggen dat ik gek ben en de waarheid niet onder ogen kan zien. Je zal zeggen dat er ook ‘iets van’ mooiheid tussenzit: maar als je driehonderd foto’s maakt zit er heus eentje tussen die mooi is. Fantastischer en unieker (als dat bestaat) wordt het wanneer je er vijf maakt en ze zijn alle vijf mooi de moeite waard, nietwaar? Zeker wel warempel waar.

Nobody cares. Het zal me een worst wezen dat je niet voorspellen kan wat de toekomst je geven zal. Ik zeg dan: je moet een gegeven feit niet de tanden uit de bek slaan. Je angstaanjagend verdriet is een barre eenzaamheid; ik ben zo zat dat alles wat ik lees zo ontzettend expliciet benoemd moet worden. Het mag niet mooi of interpretabel. Dit is de betekenis en kijk hoe fantastisch ik voor mijn lezers schrijf. De enige waarheid van de blijk van waardering is dat je lezers zelf gelezen willen worden. Stop. Fout. You’re doing it wrong. Je geilt immers op aandacht. In den beginne leuk, maar het zal je nooit tot een staat van verroering brengen. Quotidiana vilescunt. Zoek maar op. Word je een grote sterke meid van. Ik schrijf voor mezelf en als je het niet leuk vindt dan ga je maar ergens anders heen. Niet mijn probleem. Jij noemt het star en onaardig, maar als ik het voor erkenning deed had ik reeds ruim achthonderd keer beter kunnen stoppen en een andere wemelendere hobby kunnen zoeken. Mijn minder bescheiden mening meen ik slecht(s).

Voor nu zeg ik toedeloe. Het is te paradoxaal en te triest voor woorden (proef de dubbelzinnigheid of ironie, naar ‘keuze’) want zelfs in lusteloze woorden zal ik lezen.

Papieren Levens

Het is 24 februari 2012 en ik sta, luisterend naar muziek, te wachten op een tram. En de muziek is mooi en ik dans halfslachtig door een symfonie van regendruppels.

Het is 24 februari 2012 en ik sta, luisterend naar muziek, te wachten op een intercitytrein. En de muziek is mooi en terwijl ik kijk de wereld ook. (Maar ook als ik niet kijk.) Ik besef: als ik dit niet vereeuwig, wordt het lastig het over een drietal maanden nog te herinneren, omdat het leven vol mooie momenten zit. Vandaar dat ik schrijf. Zodat iets kan zeggen dat ook momenten die op elkaar lijken, het wachten op een trein, bijzonder kunnen zijn. Maar dat gaat niet als vanzelf, zoals dat in sommige mooie nachten gaat.

Het is eigenlijk heel simpel.

-

Het is 25 februari 2012 en ik ren in een staat van trance naar, of door, een lente en ik weet dat wat ik zeg tegen de wereld niet begrepen wordt door die wereld maar door minder mensen, dat het geeft niet want zij die weten zijn zij die van belang. Geheel terzijde is het een jammerlijke zonde dat mensen die al met iemand rennen, niet iemand die alleen onvertrokken is gedag zeggen. Moet je eens proberen. (“Moeten we vaker doen.”) Hoi. Iets met blijven. Open.

Ik zwijg stil en ik lach glim.

-

Ik ga weg en ik fiets en ik zweef een arm door de wind, of eigenlijk twee maar slagje in wieletje maakt dat tot ‘n uitdaginkje. En ik denk dat ik beter even niet meer nadenk.

En zo word ik ook wakker en ik zie en ik schop een stuiterbal door mijn kamer heen. Immers adem je altijd iets.

Het is 25 februari 2012 en de zon schijnt en ik zit op mijn balkon. En ik voel de warmte van de zon. En even is er meer niet. Dit is alles wat is, dit is alles wat bestaat.

Slechtnieuwsgesprek

Vandaag ben ik er klaar mee. Waarheid dit, waarheid dat: wetenschap, ik ben je behoorlijk zat.

Dan maar kapotte werelden. Op school leer je elkaar te respecteren. Wat doen volwassenen? Ze knallen voornamelijk met geweren. Wat zou het mij als het allemaal weggaat? Als ik blij, lig ik er klaarblijkelijk niet wakker van dat een Djiboutiaan van de honger vergaat?

Beetje jammer, dat het gezond verstand vastgelegd ligt in regels en wetten. Er zullen altijd mensen zijn die ‘the hard way’, die raar of afgeremd, die niet kunnen leven zoals het hen bestemd. Graag maak ik de wereld perfect, ieder een hutspotgodsdienst waarin niemand gewelddadig lekt. En dan? Is het dan — na het zweet en de tranen (geen bloed, snappie wel) — goed? Zal er niet altijd iets te repareren zijn?

Clouloos Clueless

Het is vandaag een dag.

Ik sta op, loop de gestopte trein in en ga op een stoel zitten. De trein gaat rijden. De trein gaat harder rijden. Na enige tijd verlaagt de machinist van de trein de snelheid van de trein. Immers nadert het station. Er wordt omgeroepen dat dit niet het eindstation van de trein is en dat op reizen op saldo nog altijd uitchecken zal moeten volgen. Ik stap uit; de trein verlatende. Ik loop weg. Iemand die ik niet specifiek ken fluit de deuren andermaal dicht. De trein vertrekt.

Daahaaag trein. Het was fijn.

Het Vergif van de Middag

Plusminus tweeënhalf jaar later. Veel is er niet veranderd.

Tarwebloem, zonnebloempitten, water, bakkersgist, tarwegluten, bakkerszout, plantaardige olie, glucose-fructosestroop, emulgatoren: E471 en E482, weipoeder, suiker, sojabloem, wei-eitwitconcentraat, aroma.

Water, plantaardige oliën (25%) en vetten, yoghurt (6%), gemodificeerd zetmeel, calciumzouten, emulgatoren (mono- en diglyceriden van vetzuren, zonnebloemlecithine), zout (0,3%), conserveermiddel (kaliumsorbaat), voedingszuur (citroenzuur), antioxidant (calciumdinatrium EDTA), aroma’s, vitamines (E, B6, B1, A, D, B12), kleurstof (bèta-caroteen).

49% varkensvlees, varkensvet, 17% rundvlees, water, aardappelztmeel, zout, kruiden, specerijen, gehydrolyseerd eiwit (koolzaad, zonnebloem), maltodextrine, stabilisatioren: E450 en E452, zuurteregelaar: E575, antioxidant: E301, gefermenteerd rijstextract, plantaardige oliën, conserveermiddel: E250, rookaroma.

Kokos (28%), glucose-fructosestroop, glutenarm tarwezetmeel, dextrose (druivensuiker), suiker, gelatine, zout.

Suiker, cacaomassa, magere cacaopoeder, dextrose, emulgator: koolzaadlecithine.

Glucose-fructosestroop, roggebloem (31%), rozijnen (19%), water, suiker, plantaardige oliën en vetten, rijsmiddelen (natriumbicarbonaat, zuurnatriumpyrofosfaat), specerijen en aroma.

Gedeeltelijk afgeroomde melk (70%), sinaasappelsap (10%), water, suiker, aroma, calcium, vitaminen: C, B2 en B12, cultures van micro-organismen, kleurstof: ß-caroteen.

Mooie woorden zonder inhoud

Aangezien ik nogal veel kritiek krijg op de on(be)grijpbaarheid van mijn blog heb ik besloten het één keer uit te leggen. Voordat ik eraan begin wil ik dit even zeggen: ik kies woorden omdat ze (klaarblijkelijk) bestaan, omdat ze een bepaalde betekenis hebben en omdat die betekenis overbrengt wat ik wil bereiken. Gebruik ik andere woorden, is überhaupt het bestaan van de eerder gebruikte woorden (effectief) zinloos. Zij worden dan woorden zonder (intrinsieke) betekenis. De zinnen die je net las kan ik haast niet anders verwoorden. Als je die al niet begreep, bespaar je de moeite voor de rest. Ik ga bijna zin voor zin nu:

“Perfect door de bocht. Ik grei als ik merk dat mijn nubiliteit ervoor zorgt dat het niet meer gaat.”

Greien betekent “in droefheid wezenloos voor zich uit kijken en nu en dan een traan storten”. Nubiliteit betekent adolescentie. Wat hier dus staat is dat er van mij van alles wordt verwacht (een weg naar volwassenheid), maar dat ik daar soms moeite mee heb (het greien). Maar op die manier kan ik het niet opschrijven — want wat is voorts de waarde van het bestaan van zulke woorden dan? Dat zou iedere vorm van tekst zinloos maken.

“Toen kwam het, en jij customizet van hier tot de hemel én terug.”

M.a.w.: Als je ziet hoe vloeiend anderen soms of vaak gaan. (M.a.w. betekent overigens met andere woorden. Vandaag ben ik de slechtste eens niet en leg ik alles uit.)

“Ik zag, ik kap.”

Soms hoef of wil ik niet meer denken.

“Ik weet, ik obsoleet.”

Ik besef me dat alles overbodig is en dat mijn leven geen waarde heeft omdat de zin van het leven simpelweg niet bestaat. Omdat het ook wel zonder mij bestaat, doorgaat. Schrijf ik dat echter op die manier op, weet ik zeker dat niemand het met plezier leest. Dáárom maak ik het (dus) fucking mooi. Dat het rijmt, dat wellicht nog de schijn standhoudt dat het iets anders zou kunnen betekenen!

“Ik fijn, ik trein.”

Ik ken genoeg fantastische momenten, bijvoorbeeld als ik speel of als ik zing. De relativatie, de afleiding.

“Trein jij niet meer met mij.”

De enige waarheid in het leven is de liefde (die ik niet heb).

“Was geen vraag. Waarloze waarheidlievende jij in den beginne, later ongemeend minauderen. Rook in je kleren.”

Minauderen is een overdreven behoefte om aangenaam te zijn en indruk te maken. (Ongeveer.) Als je goed oplet is het eigenlijk andersom. In het begin wil je namelijk indruk op elkaar maken, later, in de cliché-relatie tenminste, moet je je voor ieder moment dat je weg bent verantwoorden. Rook maakt dingen vaag bovendien. Op deze manier verliest zo’n tekst toch veel kracht. Het voelt als het uitleggen van een grap. Dat is ook bijna nooit grappig.

“Zal ik voor even op strand lopen, weet ik lang al dat je mij niet kan waarderen.”

Het strand maakt mij rustig, ook al wil je me niet zien.

“Intellectueel doodaf verklaard, het gebrek aan respecteren heb ik reeds aangekaart.”

Nog even een stukje over iets algemeens; dat de wereld naar de tering gaat omdat we vooral dom doen en geen respect hebben.

Viel best mee, toch?