Slechtnieuwsgesprek

Vandaag ben ik er klaar mee. Waarheid dit, waarheid dat: wetenschap, ik ben je behoorlijk zat.

Dan maar kapotte werelden. Op school leer je elkaar te respecteren. Wat doen volwassenen? Ze knallen voornamelijk met geweren. Wat zou het mij als het allemaal weggaat? Als ik blij, lig ik er klaarblijkelijk niet wakker van dat een Djiboutiaan van de honger vergaat?

Beetje jammer, dat het gezond verstand vastgelegd ligt in regels en wetten. Er zullen altijd mensen zijn die ‘the hard way’, die raar of afgeremd, die niet kunnen leven zoals het hen bestemd. Graag maak ik de wereld perfect, ieder een hutspotgodsdienst waarin niemand gewelddadig lekt. En dan? Is het dan — na het zweet en de tranen (geen bloed, snappie wel) — goed? Zal er niet altijd iets te repareren zijn?

Clouloos Clueless

Het is vandaag een dag.

Ik sta op, loop de gestopte trein in en ga op een stoel zitten. De trein gaat rijden. De trein gaat harder rijden. Na enige tijd verlaagt de machinist van de trein de snelheid van de trein. Immers nadert het station. Er wordt omgeroepen dat dit niet het eindstation van de trein is en dat op reizen op saldo nog altijd uitchecken zal moeten volgen. Ik stap uit; de trein verlatende. Ik loop weg. Iemand die ik niet specifiek ken fluit de deuren andermaal dicht. De trein vertrekt.

Daahaaag trein. Het was fijn.

Het Vergif van de Middag

Plusminus tweeënhalf jaar later. Veel is er niet veranderd.

Tarwebloem, zonnebloempitten, water, bakkersgist, tarwegluten, bakkerszout, plantaardige olie, glucose-fructosestroop, emulgatoren: E471 en E482, weipoeder, suiker, sojabloem, wei-eitwitconcentraat, aroma.

Water, plantaardige oliën (25%) en vetten, yoghurt (6%), gemodificeerd zetmeel, calciumzouten, emulgatoren (mono- en diglyceriden van vetzuren, zonnebloemlecithine), zout (0,3%), conserveermiddel (kaliumsorbaat), voedingszuur (citroenzuur), antioxidant (calciumdinatrium EDTA), aroma’s, vitamines (E, B6, B1, A, D, B12), kleurstof (bèta-caroteen).

49% varkensvlees, varkensvet, 17% rundvlees, water, aardappelztmeel, zout, kruiden, specerijen, gehydrolyseerd eiwit (koolzaad, zonnebloem), maltodextrine, stabilisatioren: E450 en E452, zuurteregelaar: E575, antioxidant: E301, gefermenteerd rijstextract, plantaardige oliën, conserveermiddel: E250, rookaroma.

Kokos (28%), glucose-fructosestroop, glutenarm tarwezetmeel, dextrose (druivensuiker), suiker, gelatine, zout.

Suiker, cacaomassa, magere cacaopoeder, dextrose, emulgator: koolzaadlecithine.

Glucose-fructosestroop, roggebloem (31%), rozijnen (19%), water, suiker, plantaardige oliën en vetten, rijsmiddelen (natriumbicarbonaat, zuurnatriumpyrofosfaat), specerijen en aroma.

Gedeeltelijk afgeroomde melk (70%), sinaasappelsap (10%), water, suiker, aroma, calcium, vitaminen: C, B2 en B12, cultures van micro-organismen, kleurstof: ß-caroteen.

Mooie woorden zonder inhoud

Aangezien ik nogal veel kritiek krijg op de on(be)grijpbaarheid van mijn blog heb ik besloten het één keer uit te leggen. Voordat ik eraan begin wil ik dit even zeggen: ik kies woorden omdat ze (klaarblijkelijk) bestaan, omdat ze een bepaalde betekenis hebben en omdat die betekenis overbrengt wat ik wil bereiken. Gebruik ik andere woorden, is überhaupt het bestaan van de eerder gebruikte woorden (effectief) zinloos. Zij worden dan woorden zonder (intrinsieke) betekenis. De zinnen die je net las kan ik haast niet anders verwoorden. Als je die al niet begreep, bespaar je de moeite voor de rest. Ik ga bijna zin voor zin nu:

“Perfect door de bocht. Ik grei als ik merk dat mijn nubiliteit ervoor zorgt dat het niet meer gaat.”

Greien betekent “in droefheid wezenloos voor zich uit kijken en nu en dan een traan storten”. Nubiliteit betekent adolescentie. Wat hier dus staat is dat er van mij van alles wordt verwacht (een weg naar volwassenheid), maar dat ik daar soms moeite mee heb (het greien). Maar op die manier kan ik het niet opschrijven — want wat is voorts de waarde van het bestaan van zulke woorden dan? Dat zou iedere vorm van tekst zinloos maken.

“Toen kwam het, en jij customizet van hier tot de hemel én terug.”

M.a.w.: Als je ziet hoe vloeiend anderen soms of vaak gaan. (M.a.w. betekent overigens met andere woorden. Vandaag ben ik de slechtste eens niet en leg ik alles uit.)

“Ik zag, ik kap.”

Soms hoef of wil ik niet meer denken.

“Ik weet, ik obsoleet.”

Ik besef me dat alles overbodig is en dat mijn leven geen waarde heeft omdat de zin van het leven simpelweg niet bestaat. Omdat het ook wel zonder mij bestaat, doorgaat. Schrijf ik dat echter op die manier op, weet ik zeker dat niemand het met plezier leest. Dáárom maak ik het (dus) fucking mooi. Dat het rijmt, dat wellicht nog de schijn standhoudt dat het iets anders zou kunnen betekenen!

“Ik fijn, ik trein.”

Ik ken genoeg fantastische momenten, bijvoorbeeld als ik speel of als ik zing. De relativatie, de afleiding.

“Trein jij niet meer met mij.”

De enige waarheid in het leven is de liefde (die ik niet heb).

“Was geen vraag. Waarloze waarheidlievende jij in den beginne, later ongemeend minauderen. Rook in je kleren.”

Minauderen is een overdreven behoefte om aangenaam te zijn en indruk te maken. (Ongeveer.) Als je goed oplet is het eigenlijk andersom. In het begin wil je namelijk indruk op elkaar maken, later, in de cliché-relatie tenminste, moet je je voor ieder moment dat je weg bent verantwoorden. Rook maakt dingen vaag bovendien. Op deze manier verliest zo’n tekst toch veel kracht. Het voelt als het uitleggen van een grap. Dat is ook bijna nooit grappig.

“Zal ik voor even op strand lopen, weet ik lang al dat je mij niet kan waarderen.”

Het strand maakt mij rustig, ook al wil je me niet zien.

“Intellectueel doodaf verklaard, het gebrek aan respecteren heb ik reeds aangekaart.”

Nog even een stukje over iets algemeens; dat de wereld naar de tering gaat omdat we vooral dom doen en geen respect hebben.

Viel best mee, toch?

 

Nugae canorae

Perfect door de bocht. Ik grei als ik merk dat mijn nubiliteit ervoor zorgt dat het niet meer gaat. Toen kwam het, en jij customizet van hier tot de hemel én terug. Ik zag, ik kap. Ik weet, ik obsoleet. Ik fijn, ik trein. Trein jij niet meer met mij. Was geen vraag. Waarloze waarheidlievende jij in den beginne, later ongemeend minauderen. Rook in je kleren.

Zal ik voor even op strand lopen, weet ik lang al dat je mij niet kan waarderen. Intellectueel doodaf verklaard, het gebrek aan respecteren heb ik reeds aangekaart.

Overfoliën van overgenoeg momentjes

Titel voor redelijk gegadigden: bedenkingen en overpeinzingen aangaande de liefde
Titel voor minder gegadigden: kon d’r nie krijgen nie
(Titel voor niet-Nederlandstaligen: descensus ad inferos)

De rest van het stuk gaat niet over de titel, echter over het probleem waardoor dit (of ik) drie titels hebben moet. Dat is eigenlijk een tegenstrijdigheid an sich, omdat er dan een andere titel had kunnen staan, maar dan had ik het stuk niet hoeven schrijven. Indien je reeds bent afgehaakt in het volgen van de redenatie adviseer ik deze hyperlink te volgen en geen terugkomst te ambiëren. Je kan uit mijn woorden immers geen vrede putten.

Meerdere malen geprobeerd heb ik te desambigueren. Waar het overgaat of waar het over gaat. Een complete overgaaf aan iets dat overgaar is: ons gebrek aan communicatie. Het lijkt op helotisme. Al zal je dat ontkennen, gelijkheid is anders. Ik heb geprobeerd het overfust te verwijderen opdat wij meer van elkander konden ervaren, maar jij ervoer alles gelijkbetekenend.

Ik ben een desappropriateur.

Dat ik ambras maak; wat zou je meer nog dan in amazonezit zitvlees hebben? Ik rap: “Zivilcourage ver te zoeken, behalve dan dat wat je leerde in boeken — maar denk ‘s aan wijze lessen van moeders opvoeders. Och je zmok staat vast — genetisch zo je zegt — dus vind je jezelf geoorloofde last, echt, terwijl ik dan zodanig denk: ongepast debiel balast. Verrast, is me om het even, zo-even verkregen leven kom we zweven — maar nu je weg bent zal ik je naam een streepje geven.” Dit kan ik me begrijpen. Niet jij.

Appelflapdrol

Subtiel schoonmaken.

Sta op een perron en heb geen weet van. Ik voel iets met klank in mijn oren echoën en weet dat dit zoiets is wat een bepaald gevoel opwekt waarmee ik anders naar de wereld kijk dan dat ik normaal gewend ben.

Maar ik doe niet meer aan verhaaltjes. Iets is wat het is, en steeds vaker blijft het intern. Ongeschiktheid. Het verhaal eindigt hier. Geen herhalingen op herhalingen op herhalingen, of had ik dat al gezegd?

De intercitytrein is vertrekkende. Mijn geheugen verlatende. Ik zou duiken en toestromen in een onderstroom zien.

Het is: voltooid verleden tijd. Jáááren geleden al, nu nog meer dan toentertijd. Niet dat het niet kwijt kon. Ik kan stuk.

Dit stuk verdient niet eens een titel

Auw. Een realisatie kan heel pijnlijk zijn. Waarderen is een grappig gegeven en jij bent mooi, niemand zal je dat ontnemen. Behalve de tijd, maar de tijd is niet iemand of iets, maar is er altijd: of je dat op prijs stelt of niet.

Ik lig op mijn vloer en ik luister muziek. Ik hoor de muziek en mijn stem die deze tekst componeert. Ik denk na over, ‘van alles en nog wat’, veel vager krijg je het niet. Ik kan me veel afvragen en ook kan ik redelijk wat bedenken. Daarnaast besef ik me dat jij hier niet over nadenkt, hier niet bij stilstaat. Jij ligt niet op je vloer, luistert wel muziek, misschien niet nu, wel ooit. Ik denk aan je en ik weet dat jij niet over mij denkt. Immers zijn er andere ‘dingen’, van alles en nog wat, waarschijnlijk.

Ik sluit mijn ogen op de tandartsstoel, ik sluit mijn ogen in de trein, ik sluit mijn ogen ‘s avonds als ik op bed lig. Ik weet het verschil. Ik sluit mijn ogen; ik kan, xruti hp.ot — niet dus.

Stop de id-crisis.
Stopt het denken.

Ik kreeg vorige week een e-mail en ik besef me dat de wereld onherstelbaar is.

Krachttermenoverdosis

Weg van alles. Een activiteit die je weghoudt bij de zin van het bestaan. Beetje dansen, beetje zingen, beetje spelen, beetje rennen, beetje ‘zijn’, beetje ‘hebben’. Ik weet exact hetzelfde als wat jij weet: weten wij zo samen wat nooit zal mogen zijn. Ik vertrek meer en meer, zoals ik al honderd keer eerder betoog. Maar verder acties? Ik verwerp de motie van ontspannen. Ont- is een mooi voorvoegsel bij woorden. Laten we ontzijn, da’s immers dol fijn. (Zouden dolfijnen alleen maar om de betekenis van het woord dol fijn zijn?) Kleine dingen, ontberen doet waarderen, grote sprongen? Ik te voet, ik jou dragen.

Het vreemdgaan

Zij: het is de eed van het leven.
Hij: het is leed maar voor even.

Voel je het onbehagen, een schaduw die zacht het besef tot je laat komen dat dit het is. Dat alles hier, echt en eindig, dat dat álles is. Ik wil graag geloven dat er een grotere betekenis is dan ‘s avonds met vrienden of voor de tv of op E100, E120, E141 en E171 van Tum Tum sabbelen. Helaas: hier blijft het bij.

Proberen iets te bereiken kan je, maar het houdt ongeveer op bij mooie leuke gave dingen meemaken. Verleg de weg, stop het stoppen? Geef geen punten, laat mijn kommabestaan voortduren op het kaarslicht van iets van waarde. Ben jij mij niet, zoals ik niet alleen jij naast mij maar ook een ander zag die het plaatste waarvan ik hoop. Had je lezer wijzer lezen verwijzend. Ik brei er maar geen tranen aan.

Effe terzijde

Graag omarm ik je.

Of: graag omhels ik je.

Oké: graag zie ik je. Is ook al goed.

Zoiets.

Ik kijk naar buiten en een man met kinderzitje achterop zijn fiets, fietst (goh) met sneltreinvaart over het koude gras.

Zolang de zon zakt.

Ik vermoed verwarming.

Zolang de zon zakt.

Ik heb je best wel lief.

Wat je niet ziet, zie ik wel

Soms, maar vaak niet. Met enige regelmaat zelden. Ik ontdekte en moest veranderen. Niet dat iets tijd vernielde. Ik denk: sowieso een a, en dan ergens, verplicht, een j of e. Dat combineer je dan. Terwijl ik het opschrijf bedenk ik me dat het niet klopt.

Ik denk aan minder willekeurige momenten. Ik houd van willekeurigheid, zoals je gemerkt hebt in de ‘afgelopen’ teksten. Afgelopen, alsof ze klaar zijn, alsof ik ermee klaar ben, alsof het een gesloten boek is, alsof ik verder ben. In de ontstane teksten schuilt een waarheid. Ik kan conventies niet meer zien, maar houd wel deuren open. Louter letterlijk lachend.

Enkel infantiliseren.

Zo zie ik en herken, ik denk dat ik het ben

Graag zou ik de juiste persoon in mijn hart willen omsluiten. Ik stuiterbal, ik verwonder, ik pokémon, ik soep, ik verdien, ik maak lelijk, ik piano, ik liefheb. Ik houd op.

Ik doe iets en het is opeens ‘s middags. Ik doe wat anders en plots is het ‘s avonds. Ik omarm. Ik besef me dat dit altijd zo zal zijn. Ik wil niet meer aan maar uit. Gelukkig maak ik je, want jij zal niet meer gebroken mogen. Ik zie zo ik herken, ik denk dat ik ben.

Het blauwe hart is eigenlijk rood. Ik denk aan de vier letters van je naam en ik weet niet. Sommige mensen zijn authentiek, dat ze als vanzelf de aandacht in een ruimte opeisen. Dat is omdat ze niet zomaar iets wegwuift. Zij die nog kan nadenken, ontwikkeld is. Die poogt te begrijpen. Iets waar een ander nooit aan begon. Iets wat oneerlijk onmogelijk kan zijn.

Nooit vind ik dat je altijd de woorden ‘altijd’ en ‘nooit’ mag gebruiken, omdat ze te sterk zijn. Ik relativeer maar dan besta ik niet meer. Ik omsluit jou, de juiste persoon, in mijn hart zonder dat je het weet. Ebt ten slotte weg, heus.

Zonder oceanen

Als ik er zo over nadenk, is het eigenlijk op alle mogelijke manieren pijnlijk. Ik probeer het simpel te houden. Ik probeer wat gevolgen aan oorzaken te relateren, of andersom, vergeten. Ik bedenk duizend-en-een dingen. Maar er zijn minimaal miljard-en-een dingen; altijd zal je achterlopen.

Ik zie dat mensen zich met dingen bezighouden. Zolang het rekeningen betaalt, zolang je ermee andere dingen kan doen die leuker zijn. Ik wil juist dat mijn momenten verpakt zijn in willekeur: geen vooruitgaande bungeejump of abseilmoment wat vereeuwigt in het geheugen tot ‘bestemming bereikt’ reikt. De waarheid is dat we niet kiezen wat we onthouden.

De ironie, of het verschrikkelijke, zit hem in het feit dat als je je maar met genoeg bezighoudt, je nooit tot deze vragen komt. Meegaan meegaan verdergaan doorgaan, meer meegaan. Geen tijd. Nooit tijd. Dat is dan nochtans het enige wat kan, wat klopt. Totdat de onrationaliseerbare liefde de hoek omkomt.

Bananenverhalen

Ik ben de schepper van mijn machtige verhalen. Het valt duizendmaal te herhalen. Hallo egocentrisme. De muur waar ik graag tegenop boks wordt groter. Het vechten moeilijker. Mijn geweldloze gevecht, geen zin gaat immers te ver. Nee dank je ik rook niet. JE HEBT MIJN HART GESTOLEN JIJ VUILE HARTENDIEVEGGE.

Oké. Minder subtekst. Meer waardevolle minder onafhankelijk meer zin minder los. Ja. Tringelelingeling, dat is geen telefoon, het is een idee in je hoofd dat je moet loslaten. Laat de vergonste vergutste maatschappij varen — we komen onze hebzucht niet meer te boven. Wil je alsjealsjealsjeblieft respect tonen aan de lieve meneer in uniform in de trein? Ga dood, ga alsjeblieft dood; je bent de kanker in het lichaam van de samenleving. Geen god kan jou van je egocentrisme genezen. Dat klonk minder willekeurig dan het had moeten overkomen.

Ik kan dit niet meer analyseren. Er is te veel. Het wetboek is te dik en de dagen een sleur en de dingen te kunstmatig en van alles is er veel te veel te veel te veel te veel te veel, net als van deze zin. Ik maak er gewoon een grapje van, maar als ik de onzin & onmacht die hierachter schuilgaat in tranen kon uitdrukken was Nederland wél overstroomd vorige week.

Goh, de koningin weet wat etiquette is.

Ik lees sinds een jaar nos.nl in plaats van nu.nl voor nieuws. In de veronderstelling dat het beter was. Was ja:

Ik surf zojuist naar nos.nl en ik klik op een van de dikgedrukte koppen en lees een artikel en plots sterft er iets in mij. Waarom lees ik dit artikel? Ten eerste: wat errug. Daarna: wat bezielt me om het aan te klikken in de eerste plaats? Zondagavondredactie, alsjeblieft.

Dit kán op geen enkele mogelijk manier nieuws zijn. Ik wil wissen wat ik las. Dat dit soort onzin over was.

Of het waait of het regent of ik je niet liefheb

Of ben ik de enige die het niet snapt?
Help mij. Red mij van mijn zwervende ziel.
Zijn mijn gedachten louter debiel?
Ik wil niet dat je nog whatsappt.
Überhaupt mobiel.

Ik wou dat ik viel.
Voordat je van me wegzapt.

Meer vechten

Oorlog. Dan heb je het dus over het op het ‘spel’ zetten van mensenlevens. Mensen die wereldburgers zijn. Mensen die ook honderd meter aan een andere kant van een willekeurige grens geboren hadden kunnen worden, waardoor vijand vriend was en vriend vijand. Mensen die elkaar op commando (kunnen? willen? in ieder geval: doen!) afslachten. Mensen met emoties? Mensen met emoties! Met gedachten. Met heilige hersentjes. Mensen die als ze slachtoffer worden van onze kunstmatige onenigheden over dat macht en geld, niet meer zijn, niets meer kunnen.

Wat ik snap is dat we van mening verschillen. Wat ik snap is dat je dan soms uit je slof schiet, even je energie kwijt moet: met scheldwoorden met sporten met iets. Wat ik niet snap is het geweld, is het onrecht. Initator van ellende verafschuw ik.

Is het dan zo saai zonder? Is vrede te saai voor ons menselijk bestaan? Oorlog is net als Russische roulette.

(Oké. Eerlijkheidshalve: ik keur geweld alleen als reactie goed op geweld, maar anders ben je niet meer menselijk maar word je een mensenlijk.)

Slotrijmpje:

Hé, we zien het allemaal op tv.
Gaan vervolgens naar de plee.
Niets dat ons nog verroert.
Morgen weer werken, eten, daten,
en dan weer een journaal op de tv.

Omwille van

Gisteren schreef Eva Ludemann in de Pers:

“De militaire industrie profiteert van oorlog.”

Dit stond in een artikel over een mogelijke oorlog tussen Iran en de Verendige Staten, en werd genoemd onder een van de factoren vóór zo’n oorlog. Na dubbel gecheckt te hebben of ik niet met De Speld van doen had, kan ik alleen maar zeggen: verbaasd.

Als zo’n factor meespeelt, dan zeggen we dus dat we oorlogje spelen omdat de militaire industrie daarvan profiteert. Oké, komt-ie: de militaire industrie bestaat !@#$%-verdomme omdat mensen menen oorlog met elkaar te ‘moeten’ voeren. Omdat we te incapabel zijn voor respect. Ruik je de  cirkelredenatie? Het spat in miljoenen stukjes uiteen op de vloer. Niet te missen.

Kom, laten we de Wet wapens en munitie afschaffen zodat die industrie daarvan profiteert…

Ik ben hier om te lachen

Iedereen is een egoïst. Zelfs mensen die zeggen dat niet te zijn, voornamelijk andere mensen helpen, ervaren hun geluk (hun welzijn) uiteindelijk doordat ze tegen zichzelf kunnen zeggen hoe goed ze wel niet zijn doordat ze die andere mensen helpen. Het is ook logisch. Waarom zou je zorgdragen voor meer dan jezelf? Hypothetisch: Zelfs iemand die zich bekommert om zwerfafval en zichzelf zijn leven lang opoffert om daar iets aan te doen en het op te ruimen, weet dat hijzelf uiteindelijk gelukkig wordt van schone straten. Dat in dat proces ook andere mensen geholpen worden is irrelevent, de basis van de acties zijn ontstaan doordat hij zelf met iets zat.

En ben je niet egoïstisch, nou dan heb je het dus echt totaal niet begrepen. Dan snap je met je botte brein (nog) niet dat je je eigen geluk moet maken, daar voor moet zorgdragen, nietwaar? Kijk: ik observeer alleen. Iedere week ontrafelt de wetenschap de mens een stukje verder. Dit ontstaat zo, dat zo en we kunnen het voorkomen door die en die stofjes toe te voegen of weg te halen. Dit gaat door tot op het niveau van geluk, tot waar wij mee zijn. Tot stofjes die zorgen dat wij geluk kunnen ervaren, of juist niet. En dat is het hele probleem. Je denkt het wordt makkelijker, tastbaarder, maar het wordt alleen maar moeilijker. Hoe meer wij weten, hoe verder wij van onszelf af komen te staan.

Mensen die geloven dat ze in de hemel komen als ze Gods wil volgen en daarom mensengebouwen omver boemen zijn egoïstisch. Zelfs de meest ontwikkelde soort kan niet vredig leven. In ons zit klaarblijkelijk onrust. Ons gebrek aan werkelijk intellect geeft ons onvrede met de dood, waardoor we onszelf inbeelden dat hierna iets beters komt. Dus de onmacht om geluk te ervaren in het creëren van een omgeving waarin iedereen gelukkig is, waarin iedereen respect voor elkaar heeft en niemand doodt, zorgt ervoor dat we dan maar hopen dat hierna nog iets gebeurt waarin het wel kan. Je ziet de ironie toch ook? Het betekent dat, mocht je toch in die niet-bestaande hemel (on)terechtkomen, je daarin zal gaan verlangen naar een tweede hemel.

Zodoende dient men hier te beginnen met het maken van de hemel. Dat betekent: elkaar en de natuur geen onrecht aandoen. (Als iedereen dát zou doen, zijn we volgens mij al bijna klaar!)

Met willekeur getogen

Geneuzel gaat niets veranderen. Stappen door gras evenmin. Met honderddertig over asfalt, dát is een politiek begin. Het strand heeft geen overmacht, er wordt daar louter water verwacht. We maken het onszelf onnodig moeilijk.

Niets te doen wil ik hebben met het pijnigen van de keuzes in aantallen van ‘te veel’. Of het gebrek te respecteren, grijp elkanders keel. Knijp dan maar goed samen. Want zo’n samen is de enige die we als volk nog zijn.

Sla de krant open. Mensen beschoten, gestoken en Iran vuurt in willekeur wat af. Individuen worden vervolgd (of hun leven lang gevolgd) als zij een lening niet terugbetalen, maar miljarden niet. Geld kan dingen laten verdwijnen die nooit hebben bestaan. Sla de krant dicht.

We doen zaken die we niet hadden kunnen doen. Als we minder willen, hoeven we ook niet alles te hebben, klootviool. We hebben het al geruime tijd over een laffe horrorwinter en iedere keer dat ik zoiets hoor worden alle wereldse woorden wat minder waard. Waarover nog te praten, voordat we bejaard.

Haphazardly

Het kan niet. Als(of) het stormt. De stroming stoort, ononderbroken onder gebroken beloftes sta ik de laatste lasten te lichten. Ze komen, ze gaan. Weer komen, meer gaan.

Ik voel, mijn hart is niet verwarmd maar wel warm. Ik neem plaats in een nare droom. Ik speel, ren, schop meerdere malen een bal totdat ik ten slotte jankend op het bed val.

Schaf een hamkaascroissant aan.
Schaf M&M’s aan.
Schaf Spa & Fruit Lemon Cactus aan.

Op laatstgenoemde staat ‘De lekkerste ooit!’ (En ‘Meilleur que jamais!’ — ik vermoed de Franse tegenhanger.) Voor eenmaal ben ik het eens met een verpakking. Tot nu toe. “Tot ik een andere smaak heb ontdekt.”

Mijn voeten doen pijn en eigenlijk had ik moeten stofzuigen voordat ik ging dansen. Ik plof niet op mijn bed neer maar ga zitten. Kijk naar mijn voeten. Kijk omhoog. Naar wat ik heb. Naar dat wat wijzigde mettertijd. Naar mezelf. Ik voel tranen. Laat ik toe dat hier en nu, laat ik dat hier en nu toe. Daar en nu kan niet. Hier en straks; dan is het moment voorbij. Gepasseerd.

Ik vrees voor stappen in het zand. Dat jij dan boos bent en ik zoals ik nog nooit geweest ben. Een nieuwe emotie. Een boosheid binnen verwondering. Ik wil niet ik wil niet ik wil niet maar je moet door door door en fuck fuck fuck. ‘Dit zat er natuurlijk al een hele tijd aan te komen.’ Ik clicheerde. Niet op dit moment. Houd het bij elkaar. Houd het levende. Doe alsof het al gelijmd is. Alsof morgen nog bestaat, en in plaats van dat vandaag al vergaan zou zijn ook gisteren nog is. Zodat we vasthouden, zodat dit dit blijft. Zodat het niet anders.

Maar wij ouder en niet wijzer. Liever niet ouder en wijzer maar alles kost tijd, zegt een ander(e) wijzer.

Je staat in de weg. Ik ren over het strand en dat is het dan. Meer bestaat er niet. Alleen mijn ziedende en tergende gedachten, voornamelijk gebaseerd op weemoed en een ongezonde dosis van die Spa Lemon Cactus.