Plaats neem ik in de lege trein zorgvuldig. Glazen deuren, blauwe stoelen, treinstel 9593. Het moment dat ik neerplof op een van die blauwe stoelen hoor ik gestommel op de trap achter me. Een debiel-in-opleiding, een kind van een jaar of acht, tettert veel te hard dat hij bij het raam wil en of dit eerste klas is. Sta ik op, changer de coupé, of blijf ik zitten waar ik zojuist zo zorgvuldig plaatsnam? Ik ben te lui en heb muziek, dus goedkomen zal het. De dames van Scala helpen vast mee, misschien zit er wel een nog harder krijsende baby in de coupé onder me.
Op Zuid staat een ongelofelijk mooi geval. Met haar backpack (autocorrect geeft aan: badpak, mocht ik willen) en gympies. Anderhalve minuut liefde later continueren we op ijzer. Grote gebouwen in geleend geld. Honderd plus honderd auto’s. Rood, blauw, sporadisch geel, vooral wit en zwart en wat daartussen zit. Valt niet op met die bewolking. Is water blauw? Zijn regendruppels blauw? Hoi ArenA, dichterbij Ajax kom ik niet. Geen liefdes hier. Alleen een gemutste oudere man met een rietje in het blikje in zijn handen. Ik hoor dat mijn ziel in tweeën wordt gescheurd door een artieste die redelijk waarschijnlijk niets gemeen heeft met de zojuist beschreven man, behalve de huidskleur.
Ik had het leuk gevonden als metaal felpaars of felroze geweest was, maar dan wist ik niet beter dan dát en had ik gefantaseerd over grijs metaal. Dag ArenA trouwens. Tussendoor nog even gedag zeggen tegen DB Cargo en een metro, terwijl Paskal Jakobsen mijn naam wegstreept. Dankbaar ben ik hem, niet zozeer voor het strepen als wel voor het zingen.
Opeens zijn de flats schapen geworden, al stapelen zij zich (nog?) niet op. Nu vallen de andere kunstmatige dingen meer op, zoals hoogspanningsmasten. Ditzelfde nemen de luidruchtige kindjes achter me waar. In het water zie ik ook. Meruada passeren we, net zoals Laila M en Kepler. Zouden we meer overeenkomsten hebben dan het feit dat we beide onderweg zijn?
Tijd voor een appel. Het blijkt een verschrikkelijke meelbal en halverwege de appel, bij Maarssen, is het over en uit voor dit stuk fruit. De energie van de jonge heren achter me is trouwens op, en naast het zo nu en dan tegenkomen van een tegenliggende maar niet verloren trein en een brug is het achtergrondgeluid tot een minimaal teruggebracht, ventilatie uitbegrepen.
Hijskraan! Die is nog niet genoemd. Drie, oeps vier in één oogopslag zelfs. Drie keer geel, een keer groen. Hallo koploper naar Groningen. Hier in Utrecht blijf ik lekker zitten, maar veel plezier met de voortzetting van uw reis. Ik werp een blik naar binnen en zie een gapende vrouw. Zo saai kan treinen zijn. Jullie spoor 11, wij, of ik, 18b. Dat is ongebruikelijk voor een intercity. Meer mensen, meer stemmen, meer kinderen. De trein staat lang stil. Te lang? Na een paar minuten komt er een jongeman schuin tegenover me zitten die op zijn lelijke Toshiba gaat zitten typen. (Dat laatste woord is belangrijk in die zin, vandaar dat deze vet is.) We laten Utrecht achter ons en ik mag er over een halfuurtje weer uit. Dan houdt dit verhaal op en dat is best eng, want ik wil dit niet stoppen. Goedkopevliegticketsreclame. Het zou verboden moeten worden. Ze zijn in ieder geval niet de goedkoopste, want ze moeten de kosten voor die dure reclames toch & nog terugverdienen. Mijn verbitterde eerste gedachten.
Wegens werkzaamheden zijn er geen treinen tussen ‘s-Hertogenbosch en Boxtel, roept iemand om. Heerlijk. Iets is of niet. Meestal wordt zoiets in termen van een proces (rijden, mogelijkheden) uitgedrukt. Tegenover het gangpad zitten twee jongedames die elkaar niet kennen. De een met koffer en telefoon, de andere ouderwets met iets van papier. Helaas een Cosmo. Je kan niet alles controleren. Ben van Blinq valt me met zijn stem heus niet lastig. Het staat o zo lang al op mijn muziekspeler. Hij zingt over iemand die Mauro zou kunnen heten. Toen hadden ze echter nog geen sociale media om mee te dreigen, of mogelijkheden om Rutte te tweeten.
Eindelijk, naast wat seintjes, bovenleiding en rails louter weiland en kale boompjes. Zo’n dertig seconden. Dan vervalt het landschap in een van de duizenden dorpen. Met kantoren, bruggen en tunnels. (Die waren allemaal nog niet genoemd, maar maken het verhaal behoorlijk compleet.) Oeh, de jongen schuin tegenover me heeft een beetje een domme kop. Kan hij niets aandoen, maar het valt mij op dus wordt opgeschreven. Soms is het leven heel simpel.
Kerk. Telefoonmast. (Waarom ik het telefoonmast noem terwijl het vooral sms — of nee — internetverkeer zal verwerken weet ik ook niet.) Dit is Nederland in ieder geval. Nederland vanachter een raam dat voortgestuwd wordt, als ik het maf beschrijf. De accu wordt uit de laptop gehaald en beide onderdelen gaan zijn tas in. De beide, maar nu benen, worden gestrekt. De neus geïnspecteerd. Ik zie alles. Of veel. Hahaahaar Cosmogirl, en ik strek de beide beentjes ook want mijn voet heeft zonder toestemming besloten te gaan slapen.
Ik probeer niet het saaiste of langdradigste verhaal ooit hier neer te zetten. Maar zo kan het ook. Iets is wat het is, dit is wat ik zie. Als je het beter kan, neem dan zelf de trein van 13:44 van Schiphol naar Den Bosch op een eerste zaterdag van een december. Je bent uitgenodigd (als je zelf betaalt).
Wolken worden donker en we nemen een afsplitsing naar de Betuwelijn gelukkig niet. (Mag ook niet.) Iemand ziet iemand anders zo, afgaande op een gezichtsloos telefoongesprek achter me. Te lui om om te draaien. Laptopnerd heeft zijn ogen erbij gesloten en mevrouw koffer is nog steeds aan het sms’en, whatsappen of internetten. Of aan het schrijven, net als ik. Kan ik niet weten, kan ik niet zien. Een brug en nog meer water passeren we. Een rode auto en nog een telefoonmast. Station Zaltbommel. Niet dat we er stoppen. Nóg een mast; does this shit ever stop? Nederlandbloeit.nl en meer schapen. Heb ik de koeien gemist? Nope. Bijna was ik bang aan de verkeerde kant te zitten maar ze verschenen in de verte. Ga je me nadoen: met de richting van de trein meereizen, aan de linkerkant. McDonald’s papa mama stop!!! (Dit dacht ik alleen, of misschien ook dat rotkind, niemand zei het hardop in ieder geval.) De trein stopt niet, de Mac is smerig en ik ben juist op weg naar papa en mama. We passeren het laatste water, de Maas, en bijna die grote (nieuwe) windmolen. We zijn in Den Bosch en een dezer zinnen moet ik afscheid nemen van dit stuk. Heb je het volgehouden, heeft de herfstreis je van 0 tot 100 kunnen boeien? Zo’n zestig minuten zijn dit. Zestig minuten van mijn leven zijn tot op ieder woord nauwkeurig, tot op iedere gedachte opge- & beschreven. Weer ‘s wat anders. Nu ga ik opruimen terwijl we echtecht de laatste brug en water overgaan. De trein rijdt niet verder bovendien!