Da!

Misschien, is wat het meeste pijn doet dat niets pijn doet. Dat zonder verwachtingen, zonder patroon, het ook wel doorgaat.

Bedenk dingen.
Maak dingen.
Creëer dingen.
Ontwerp dingen.
Stabiliseer dingen.
Werf dingen.
Gebruiken dingen.
Sloop dingen.
Zonderlingen.

Handjes delen

Dit gaat zo(,) maar hoor eens, dit gaat zowaar zomaar hoor. Ondertussen wacht ik, niet meer op de zoemer van jaren en jaren geleden, eerder op de zomer, een zomer. Zelfs dat niet eens: ik stuur geen nieuwjaarsgroet maar een ‘als het maar warm’-kaart. Twijfel ik? In den beginne: nee, bij nader inzien: nee, achteraf: nee. Tijdens? Nope.

Ik zoek, ik loop, ik lach ik ren ik dool. In tekst, in voer, in hartstocht en in zee. Nam iemand mee: mezelf? Nee. Nam namelijk niemand mee: mezelf. Omdat ik, nu voor jou, niet besta.

∀H∀H∀H

˙˙˙uǝıɐɐɹpɯo ɯɹǝɥɔspʃǝǝq uɾıɯ ʇǝoɯ ʞı ؛ʞɔnℲ

Kannik

Ik kan ademhalen, ik kan liegen, ik kan de waarheid spreken, ik kan spreken in het algemeen, ik kan eten, ik kan drinken, ik kan lopen, ik kan rennen, ik kan fietsen, ik kan wassen, ik kan douchen, ik kan schoonmaken, ik kan zingen, ik kan toneel spelen, ik kan opruimen, ik kan mezelf kleden, ik kan veters strikken, ik kan tv kijken, ik kan computeren, ik kan schrijven, ik kan lezen, ik kan zitten, ik kan liggen, ik kan slapen, ik kan et cetera.

Ik kan niet aonsuteh.

In nare verwachting

Ik droom van een pizza.
Ik droom niet van een pizza.
Ik droom niet eens van een pizza.

Was er maar vrede? Bestaat vrede? Is vrede het moment tussen het uiten van twee uiteenlopende meningen?

Beter pak ik de trein, vuurwerk, of een inventarisatieatlas. Poef boem, paf bam. Ik pik? Pik ik? Ik lik, een ijsje. Of ijs. Bweuh. Vervelende mensen irriteren, maar irriterende mensen vervelen niet, maar zijn gewoon, irritant. 1=1, hopla. Tautologies FoReVaH.

Tsjonge, sjonge, jonge zeg. Dat kan echt niet. Wat niet. Dat niet. Wat niet. Dat niet. Wanie? Danie. Kon ik dan maar draadloos met mijn hersenen praten, woehoe. Hoe H-I-P zou dat dan wel weer niet zijn, of juist niet-niet en wel dus. En hoe ben ik niet trots op Nederland, maar nog dubbel zo weinig minder trots ben op Trots op Nederland natuurlijk. GE MOT WEL’S POLITIEK GEËNGAGEERD SCHRIJVEN (INCLUSIEF: KUT). Hier had ook een genialere zin kunnen staan, maar in je horoscoop van vanochtend stond dat je je niet moest laten meetrekken door een gesprekspartner, en met een genialere zin was dat sowieso gebeurd, dus het is voor je eigen bestwil. En dat terwijl bestwil gewoon onvermogen is.

Dit: mijn moment. “De bloei van je leven-tje.” Ik wil zwemmen, op de stroming van woorden altijd fit schrijvende zijn. Ik, ik die niet schrijven kan. Altijd ik. Altijd ikke. Nooit u, jij, weleens wij als ik eerst. Frop! Flup! Wenst u zichzelf weleens wat sponstaniteiten toe? Of blijft het bij sopramen soppen. Maak het maar? DIYFS. (Do It Your-Fucking-Self.)

Schiet me kapot, repareer mijn ziel. Maar neem me niet meer mee in het ongenoegen van, het spijt over, of de haarscheurtjes uit je verleden.

‘Fair poem tradery’

Dit is waarom ik niet van je houd:

Ik ben de ware
— als het ware —
zo ben ik nagenoeg perfect,
met slecht één defect:
ik functioneer niet bij kou.

Lectori salutem

Het hervisiteren van gewaagde wegen. Ik snee, jij sneeuw, wij sneeuwen.

Ik wil over, uit, weg, klaar, finito, finish, vernietig, opgeblaft, weggerot, verdwenen.

Ik heb niets te zeggen, beslissen, besluiten, overwegen, beïnvloeden.

Toe maar, weg maar, ga maar, we laten je heus niet voor altijd alleen maar zien je (niet bepaald) graag over een maand of twaalf weer verschijnen op de stoep, op de daken, op de vloeren van de treinen en onder schoenen die zijn de mijne.

In de morgen

Op en neer zullen wij gaan. Lopend, per fiets of met een auto; door de trein. Zitten zullen wij nauwelijks. In beweging, vooruitgang kan achteruitgang zijn als de auto niet vooruit maar achteruit (en niet door de voorruit) gaat.

We vechten, doen alsof, ooit is echter die olielamp op en dan is het stervenskoud. Geen genomnom meer, geen lampjes die schijnen in de huiselijke duisternis. Slechts & alleen slappe pizzabodems.

Miljoenen mijlen ver

Owoehoo-oo!
Back ‘n forth.
Hééeejjyy
TYPE YOU MY

Neem me me neem
GEESTZIELVERWANTSCHAPETC.
Nanananananana
Hopslopdropkopboploksoknokkokjokdokwokk

Over neem jij het? Het neemt je over.
Neem je het over? Over jij neemt het.

Sei-ZOEN-en. Zij zoenen. Zonder muntjes van twintig cent.
“Perfect, huh?”
Nee. Ja. Soms. Owh man, fuck-a-duck and try-to-fly.

Sterretjes, Fabuleuze Fermi Flikkah.
Je ne sais pas, pas toen je ne gesais had sinaasappelsap.

Eigenlijk? Eigen-lijk = Zelf-moord. Hopzaoao. Trebuchet Forevah!
Sharp scherp. In mijn vizier nabijheid. Pang boef. Weg. Gebevroren.

Dooi-ont-en. Sleutel tot mijn Fiets is tastbaarder dan die tot mijn hart. Bumpbumpbump, stump ik stom(p).
Dit gaat ‘t dus niet worden.

Ik geen mening jij geen mening wij stilstaan

Vrijheidssprekers aller landen, bevredigt u! Zie verder Artikel 7, Nederlandse Grondwet. Het gevecht tegen de Regering is nu echt aan het beginnen, en zolang de Tweede Kamer de Eerste Kamer roekeloos blijft overwinnen zal ik graag het volgende over mijn linkse hobby blijven verzinnen:

“Ik heb vrij weinig tegen meningen, maar eens in de zoveel tijd moet er zonodig iemand zijn of haar mening verkondigen, die compleet botst met de mijne. Er zijn pak ‘m beet drie opties:

  1. Laten wij met elkander in discussie treden totdat een van ons de ander overtuigd heeft en er geen meningsverschil meer is (ideale situatie, slagingspercentage 0,00692%).
  2. Compromissen worden gesloten. Gevolgen: Beide partijen blijven ontzettend onbevredigd achter,  slecht beleid, et cetera. (Gebeurt 99,9921917% van de gevallen.)
  3. Het meningsverschil blijft. Er wordt helemaal geen politiek bedreven en we blijven staan waar we staan (kans op staatsgreep danwel oorlog respectievelijk 0,000831% en 0,0000574%).”

Ik heb over het algemeen een L

Wist u dat het merendeel van de mensen in Afrika geen geld hebben voor kerstcadeau’s?

Nee! Wat erg, vertel verder. Afrika, waar ligt dat ook alweer?

Nou hier, pak aan, hebben ze een zakje kerstkransjes, dan heeft in ieder geval één Afrikaan een cadeautje!

Wat? Armoede? Water?

Maar ik loop vandaag op water!

O, wilde u me aanspreken? Ik u namelijk niet.

Mevrouw: “Meneer?”

Meneer loopt door, mevrouw loopt een stukje mee, of doet in ieder geval een (bijna verwoede) poging.
Meneer negeert de aanwezigheid van eerder genoemde mevrouw.

Mevrouw: “Meneer?!”

Stijlfouten of: “Dat hoort nou eenmaal bij me”

‘Het kán niet zo zijn dat’ je zo na-fucking-ief bent. Dacht ik.

Laat ik je dan één ding vertellen, vriend, daar ik natuurlijk het beste met je voor heb, had, wat maakt het ook uit. Maar, dat afzetten tegen, eerst naar alles wat los en vast zat, nu al jaren naar die o-zo-tedere en volgens jou kwakzalvende maatschappij. Heb je (n)ooit overwogen dat je dat verkeerd doet?

Hoe, in godsnaam, kan je iets declareren (deponeren—zo je wil) als zijnde je eigen stijl, als je er zelf niet de volledige dag tegenaan moet kijken? En hoe, in vredesnaam [ik ben verder niet gelovig], gaat dat hand in hand met je mening dat mensen zo snel vooroordelen hebben. Eigenlijk, maar pin me er niet op vast, vind ik je dan een klein beetje, uhh…, compleet stom?

Heb je dan nooit overwogen (nogmaals) dat dat afzetten tegen van je moet zitten niet in hoe je je kleedt of hoeveel ringen je door je wenkbrauwen neuzen lippen schiet, maar in hoe je je (niet) gedraagt? In daden, maat, in woorden, mag ook!, maar nooit overtrokken in het egoïsme van zogenaamde Stijl.

Want wat hebben de ‘I am with stupid’-, ‘Fuck You’-, ‘I am not always right, I am just never wrong’- en ‘Wii-tarded’-t-shirts en je 38 andere t-shirts gemeenschappelijk? Ze zijn ontiegelijk lelijk en je bent een ‘I am stupid myself’ als je ze draagt.

Ik noemde zojuist egoïsme, dat was niet onopzettelijk of per ongeluk; dat was compleet expres, want jij hoeft niet naar jezelf kijken en hoe je eruit ziet. Anderen wel, es-tee-ommeling.

Wist ik toen wat ik nu wist, dan was ik nooit op de fiets gesprongen

Wat er een halfjaar geleden mis was met ‘meenemen klaar’ weet ik ook niet. Het was niet alsof ik iets nodig had. Groter, meer, bigger, ruimte. Niet onbenut laten. Neem jij het mee? Jazeker.

Toch verleidt het je. Het neemt je mee.

Het achtervolgt je in de winkels: waar alles danwel nieuw danwel tweedehands is. Gebaseerd op één ding: spullen. En meer spullen. Nog meer spullen. ‘Want?’, want meer is beter. Meer spullen zíjn beter (?) Or so it seems.

Alles voor de jou.

Het is alweer een paar dagen geleden. Hoe is het gegaan?

Ik struin shops af, maar het achterhoofd weet al dat dit sapje nergens meer verkrijgbaar is, net als de berenpasta van vroeger. Zo heb ik ook maandenlang gezocht naar die ene smaak van een appelmoespotje. Vond hem uiteindelijk. Minstens even lekker. Toen ik laatst echter per abuis een ander potje had gekocht en hem opendeed wist ik: dit wordt een hels karwei om weg te krijgen.

Een briljant liedje, geen tatutatu-ziekenwagen-ambulance omdat we, na al die maanden van onvermogen, stil staan? En dat dat dan werkelijk is wat je denkt. Ik kan geen mirakelen stelen, maar wil zo graag mmm-meer. Ik wist vooraf ook niet waar jij aan begon. Ik weet alleen dat de waas van mysterie mijn aandacht van Nepwerk af blijft houden.

Geen idee, geen idee, geen idee en geen idee!

Vandaag lag ik op de bank keihard mee te blèren met BLØF toen ik mij afvroeg: Wat moet ik worden? Of beter nog: Wat moet ik zijn? En dan: Wat ben ik nu? Wie ben ik?

Behalve de waarneming van dit besef bleef het niet stil. De muziek draaide te hard door naar het volgende nummer. Ik at één Engelse dropje, rolde over de bank. Legde een hand op de verwarming, keek door de spleet van de gordijnen naar buiten, even later op mijn trillende telefoon die me slechts mededeelde dat hij zin had in zijn favoriete snack: stroom.

En dan was er gisteren: het grote gisteren waarin ik uren besteed heb aan het creëren van een chaos. Proppen papiertjes van al het papier wat eigenlijk weg zou gaan, liggen nu rustig te wachten op een hoop in een afgesloten hoek van mijn kamer. Nu kan ik het al wel gebruiken, mijn enige echte propjesbad, maar is het nog niet af.

Ik zoek en bedenk me dan alleen maar dat propjesbad ten tijde van publicatie van dit bericht nog nul hits op Google heeft. Knap grappig, dat dit tienletterwoord nog niet bestaat binnen de miljarden pagina’s die Google kent. Je zou toch zeggen dat alle mogelijke tienletterwoordencombinaties (haha) wel bezet zouden zijn. Ik draag ook mijn steentje bij. Maar dit steentje is dan meteen weer zo verrekte zinloos, zo nietszeggend. Net als jij. En wij. Haha kwadraat.

Ik nam mij bij mij vandaan

De TomTom geeft aan dat we hier goedzitten. Ik kijk om me heen, maar zie nergens een teken van leven. Links een uitgestrekte vlakte, rechts het kabbelende water, hier en daar drijven wat ijsscherven mee op de stroming. Geërgerd zet ik de motor uit, alsof ik een anker overboord gooi. Boordevol smaakloosheid gooi ik mijn kauwgom in het prullenbakje. Ik zoek naarstig mijn bestemming.

Ik open een meegenomen bakje en verorber de eveneens meegenomen appeltaart. Ik wou dat ik kon zien hoe prachtig en mooi het landschap hier is, maar de deuren naar mijn ziel willen het verstand de schoonheid niet toebrengen: ik sta compleet stil. Het is wellicht erger: ik sta compleet stil in niemandsland, terwijl de onbegonnenheid van deze plek Nederland nog is, of had moeten zijn? Weet ik veel. TomTom kan een leugenaar zijn. Wellicht bevind ik mij hier namelijk precies & exact op het gestreepte lijntje van de grensovergang op Google Maps. Geen meter verder naar voren, naar achter, naar links of naar rechts: hier is het. Maar het zand op deze weg is hetzelfde. De aanspraak is anders. Die korrels daar zijn van jullie, deze van ons.

Het is een mooie poging, maar niet goed genoeg.

Dit moet het beste idee zijn. Koud ben ik niet, wil niet blijven liggen. Aan de andere kant van de maan.

Je begreep niet hoe ik van een vierkant een rondje maakte, alleen maar door het eindeloos toevoegen van meerdere hoeken. Ik begreep niet hoe jij niet altijd maar betweterig, misschien nu zelfs be-tweet-erig, kon zijn, soms.

Woorden. Daden. Verraden. Nemen. Pantoffels.

Omdat je aan nu en hier vastzit

Onschuldig is het allang niet meer.

Doet maar wat, klimt in een boom, probeert te klikken met zijn ziel. Had ik dan veel kunnen weten, veel kunnen doen. Niet meer, of niet anders, dan nu. Kon ik dan maar als klein vroeger de stenen kweken en onderdelen smeden om maar te horen hoe, wie, waar. Waar het kon, en wie besloot er dan dat dit.

Ik smeek je niet om raar te doen, of anders te zijn dan wie je bent. Misschien ben ik teleurgesteld in wie je wás, al mag ik daar niet over oordelen. Ook ik ken mijn misstappen. Eenmaal mag je, tweemaal is niet meer nieuw. Maar ‘t is niet dat het bij driemaal per se werken moet. Integendeel. Bij driehonderdvierentachtig mag alles nog, wat het ook, wat het ook wezen mogen.

Verhip

Ik beheers de k___t van het weg_____ nog n__t h_l_m__l per____.

Morgen beter.

M___ d_t z__ l___r ___ bl___e_.

ZO zo Zo zO

Vernielingen zijn aangericht, branden worden meer gericht, op overheid op pedonicht op fietsendief met lichtgewicht.

‘Gewoon’ gewoon verleden tijd, ritme ontstaan in puberteit, gemengd gevoel, verwend verwijt, de tijd is allang kwijt.

Zeg maar gedag, ik aas, dat mag, jij bént ‘t voorbeeld van mijn gedrag.

En whatever is inside my head, komt heelmaal goed.

Vredestichters aller landen, ontsteek uw lampen

Mijn leven is open, mijn leven is dicht. Met een druk op de knop wordt heus geen vrede gesticht. Maar juist meer en meer onvrede en oorlog gecreëerd.

Want vrede is moeilijk, zo niet zelfs onmogelijk. Duizenden jaren vooruitgang, maar het geloof is niet bekeerd, tot geweldloze manifestaties, delen we in vrede onze grond? Eigenlijk zijn al die argumenten voor vechten ongegrond, barbaars in het Westen, in het Oosten schiet men erop los.

Maar zolang hier ontspoorden nog moorden, is een iedere willekeurige voorbijganger de klos als hij die strijder voor Zinloos Geweld tegenkomt op straat. Stond er dan maar een ambulance om de hoek paraat.

Steekjes los kunnen we niet repareren. En de culturele grondslag is vaak heiliger nog dan Hem, maar mag iedereen dan ten minste nog vrij genoeg zijn om te zeggen: ik stem.

Omschrijving

Red me, maar toch ook weer niet.  Want, ik blijf als die kip zonder kop, zie je dat dan niet?

Ik kan liefhebben, geven of nemen in dank of afgunst, maar zolang mijn vrijheid blijheid blijft, waar klinkt dan nog die klank, van: “dit is veilig?” Dit is je ‘safe harbour’ maar hoe je het ook draait, keert, oor op oor hoor je weer het gebang van fluisterende soldaten die in parachutes neerdalen in je tuin.

Totdat alle puin verdwenen is, en ik slechts nog bruin worden moet in de zon van zondag, maar niet die van hier, hier in december.

Steek een fik in je neus

Brand een kaars
In de file
Op een auto
Zonder wind

Geef me elke dag
Te eten
Zonder paas — piet
Of Sint.

Wees de mooiste
Van de mooiste
Maar baar een
Lelijk kind

Vraag elk uur
Meer aandacht
Zonder dat je
Pinpas wint

Maar zorg
Ondanks alles
Dat de dood je
Nooit vindt

O n a f h a n k e l i j k

Stemming: Cosy
Muziek: Jon Lajoie – Show Me Your Genitals 2: E = mc VaginaMaarten van Roozendaal – Trouw Zijn

Kijk, ik heb een bijzonder leven.

Vandaag heb ik dit gedaan. Gisteren dat, en eigenlijk ben ik veel te druk en daarom heb ik al een week niet geschreven. Daarvoor nog mijn excuses, dat ik jullie niet van mijn doen en laten op de hoogte heb gesteld. Ik had wel zes meter tussen zes planken onder de grond kunnen liggen zonder dat je het wist, hihi.

Ik zal nu dan ook eindelijk de foto’s uit mijn vorige logje beschrijven, want die had ik via mijn mobiele telefoon op mijn weblog gezet want ik heb een hippe telefoon die dat kan — o wauw.

Alle verhalen, alle ontmoetingen met mijn naasten, kijk, wat een liefde, pracht en schoonheid. Dat had ik dus nooit in mijn eentje kunnen doen. Ik bedank jullie allen voor het creëren van mijn leven om mij heen, waarin ik mijzelf tegen jullie wegcijfer, waarop jullie zeggen dat ik wel goed voor mezelf zorgen moet.

Blog niet geschreven naar aanleiding naar het overlijden van Het Kind in mij want die leeft nog, maar naar aanleiding van de geboorte van De Sarcast in Hem. Jezus, neem me niet te serieus.

Lieve Straat, ik ben geen tegelzetter

Tegen de tijd dat alles hier nu anders is. Ik kleed mij keurig, trek het nieuwe kledingstuk aan. Het blijkt dat mijn oordeel in de winkel even puik was als, later, thuis. En dat met zonder supervisie van een expert. Bijvoorbeeld het theatraal naar de grond gaan. Of de tegels van het toilet besoppen, afdrogen met die oude tandenborstel en vergeten wat het begrip tijd ook alweer met je gedaan heeft. Ik wil niet dat je niet langskomt en ook niet dat je wel komt. Ze ziet er nog steeds keurig uit en man-o-man (vrouw-o-vrouw?), wat ‘n uitstraling.

Ik werk lange vingers weg.

En nu zijn ze ook weg.

Wil ik wat niet weet ik

Als het verschil zo groot is. Dat ik dacht nooit meer anders dan die Einzelgänger te zijn — aardig maar incompleet. Toch moet ik daar op terugkomen: gezelligheid moet iets zijn dat spontaan ontstaat, maar niet geheel willekeurig is. En dan als het verschil zo groot is, van Je Gemoedstoestand.

Het is niet dat je alleen bent. Of eigenlijk wel. Maar niet dat het samen moet zijn — wel samen op een manier maar niet hét samen. De Meerderen, dat mag ook. Het is een soort teleurstelling: niet kunnen bewerkstelligen wat je had kunnen bewerkstelligen. Of toch niet.

Ik weet niet wat ik wil.

Dit is dit. Streefstoppen.

Helaas. De weg is weg. De laan naar de maan, de straat staat in de slaat-mij-niet oh Gasthere van weleer. Wel eer? Geen eer. Nee, lust! Ik dat? Ik lust dat zeker, keer op keer nogmaals akkoord gegaan al is díé optie van de baan.

Maar als ik dan de ga-niet-met-die-ander-praatjes praat, dan weet ik dat jij mastermind wint, zodoende de master van mijn mind bent. Ik wil niet dat ik wegga? Maar eenmaal verstreken is het Over & Uit.

Ik ken je misschien niet.

Toen Plato plots ging aflassen. (NEE dat is geen fout, hij moest een metalen frame completeren, JEZUS snap je dan niets. Ik misbruik NATUURLIJK onwetendheid.)

Als ik kiezen kon. Ik weet niet eens hoe.

Nu weet ik zeker: tweede kansen kunnen niet bestaan. Omdat de tijd niet omgedraaid worden kan.

Plotse revelatie

Totdat het moment komt waarop je plots beseft dat je is dat:

  1. In een supermarkt staat;
  2. De telefoon niet hebt opgenomen;
  3. Geen wasmiddel in je wasmachine hebt gedaan die trouwens ook helemaal niet aanstaat;
  4. De wereld niet doordraait maar omdraait, voor jou maar niet alleen voor jou ook voor één iemand anders;
  5. Antwoord e kloppen allebei niet;
  6. Antiwoord is letter maar ik lust geen lettertjessoep;
  7. Antiwoord is geen zin, zin bestaat uit meerdere woorden of uit seks;
  8. De lift, de gladheid: het neerstrijken op te koud water waardoor het helemaal geen water meer heet van heten en niet heet van warm;
  9. Het zal me een worst wezen, het strand loopt niet weg;
  10. aap.

De Simple Dingen (4)

Verderf en levend zaaide ik. Rondom plonzen, randvoorwaarde dat ‘t meeslepend. Niet niets onnieuws. Maar fucking deaud dude… Wil niet me. xXxXx arh. ANP-persberichten zijn ook nietszeggend.

Toen ik over mijn avant-gardeperiode heen was, het betekenisloosloze gevuld werd met betekenisvollere momenten, dichten, en wat-al-niet, betekende dat ook dat ik een stuk dichterbij mijn Chica de Decorateur kwam te staan. Ze was denkende, filosoferende, schrijvende, bewegende en de definitie van schoonheid. Ik was niet van haar, zij niet van mij, maar wat heb ik mijzelf in mijn dromen vaak haar bezit gemaakt. Ik was de rode roos van Het Feest. De God van Haar Opwinding. Ik miste niets. Geen fractie onvermogen schoot door mijn hoofd: bij de vorige schoot er geen fractie vérmogen door mijn hoofd, dus dat was al een omslag van een kleine 200%. (Eerst 100% naar 0, dan nog eens 100% naar het andere uiteinde van de extrema.)

Het bleef knagen. Totdat ik haar op een dag, toen zij met de honden door de bladeren geworven gewandeld zat, vroeg: “Is dit het nou?” Die avond aten we warme wafels met kersen en slagroom, hebben we de beste dromen ooit gehad alsmede besloten om een sèrre te laten aanleggen.

De Simple Dingen (3)

Je had op een manier wel gelijk, met je zwaargeworden zin. Ik wist niet zo goed hoe ik erop moest reageren. Ik wilde huilen, schreeuwen, maar alles wat ik zei was: “Inderdaad.” Die dag hebben we voor het eerst in acht jaar niet naast elkaar geslapen. Ook niet op elkaar. Ik heb mezelf op de bank in slaap gehuild: zij heeft het bad vol laten lopen. Wist ik toen dat het wafelijzer miste uit de keuken had ik spijt gehad van mijn ‘inderdaad’, maar nu, al die vereenzaamde tranen later wist ik: dit zat er al jaren aan te komen.

Het was wel het moment waarop alles omsloeg. Vragen wat omsloeg is irstemlevant, manschep naar gebraafplaats met warmte edoch was het koud die dag — dag schoonheid. Vrouw hoe het ook duurde voort naast inelkaargekleurde tamponnières in ovenserres met GELUK. Tijden al genaamd gelukon, ‘k-wil-een-boterham-met-pastaaaa. Kokend hete BAM. -metjes. Flubberdingesen. Ich möchte gern DER ZAK VON SINTERKLAßE aufessen. Vereenstemde momenten van scheldcannonières later werden hier nu niet later maar bleef nu hier.

De Simple Dingen (2)

“Alles gaat mis”, zei je plots. Het was een mooie dag geweest, ik had met de honden door de bladeren gewuifd en De Viezerik van tegenover had weer naar me gefloten, wat mij juist slechts nogmaals overtuigde van mijn hetero-zijn. Daarvoor wil ik zelfs wel leren om binnen de lijntjes te tekenen.

Toen volgens jou alles misging ging het beter dan ooit. Ik had álles net op de rails. Ik had een prachtige Decoratrice leren kennen en wilde net de scheidingspapieren aan je laten zien toen je me weer deed twijfelen: zou dit de juiste keuze zijn. Wilde ik mijn mentaal vereenzaamde leven inleveren voor eentje van onmacht omdat ik het niveau van de Decoratrice wellicht niet kon bereiken?

Tegen wil en dank, tegen mijn eigen intuïtie in, móést ik wel. Ik kon niet sterven zonder kansen: zonder een probering. Ik moest en zou, me losweken uit, me distantiëren van, alles wat me tot die dag geleerd was. Het moest over. Een tweede kans, ontstaan uit onvermogen om.

De Simple Dingen (1)

En dan alleen maar uit een afwijking, een beperking, niet uit verwondering. Niet omdat je IQ zo hoog gegrepen was dat je niet anders kon dan dat vervelende nadenken. Alsof je ooit voordacht. Maar als de tonen vervormd in je oor binnenkomen, de kachel kuren krijgt en zelfs het huisdier vaker buiten dan binnen is, moest je toch ook vermoeden: hier is iets goed mis.

En dat goede zou jij weer aangrijpen als een kans op niet-verandering. Opdat het autisme in elkander van ons bleef. Niets nieuws. Louter het al tienduizendmaal beleefde ritme ritmisch in symmetrie houden.

Dat had ik kunnen weten, kunnen voelen, want ook ik kwam in jouw buiten. De omgeving, soms omgeven door blaadjes, soms door takken. Maar met welk seizoen je ook naar bed ging, met welke hufter je ook sliep, het zou nooit meer zo worden als waarmee ons ooit begon. Iets van herkenning.

Tsjonge tsjonge tsjonge tsjonge zeg!

Huh? Je hebt geen tatoeage op je tepels? Damn, onder welke steen heb je geleefd? Het is 2010, weet-je, dit kan écht niet. Ga eens met je tijd mee, man o man. Tatoeëer je tepels, jezus! Hophop.

Wat? WAT? Geen metaal door je zaakje geboord? Damn! Pierce je piemel man, ja joh, een gepiercet piemeltje is hét einde! Zonder dat doe je écht écht niet meer mee, chicks digg it dude, geen discussie over mogelijk.

Pakkans

Ik kwam en zag dat het goed was. Maar mijn oordeel doet er niet toe. Dan maar in de mensen, of file, maakt ‘t uit: wanneer er iets van een teveel is komt men niet vooruit.

Ik weet dat er brieven verstuurd zijn met niet mijn naam er op. Niet eens 1 letter. En dat die brieven gingen naar plaatsnamen met blauwe binnen-de-bebouwde-kom-borden die ik niet ken, waarvan ik niet weet waar ze staan. Geen coördinaat, geen idee, geen provincie.

Ik weet dat ook jij brieven stuurde die niet naar mij gingen. Maar naar een diepzeeduiker in zo’n onbekend blauw-bord-plaatsje. Die diepzeeduiker, die naast diepzeeduiker ook jouw soulmate was, en later je vriend-met-voordelen. Want zo gaat dat als twee zielen naar elkaar toe groeien. Je noemde het de twee P’s: ‘Puur Platonisch.’ Ik noemde het ook de twee P’s, namelijk ‘PiemelPikken’. Of inpikken afpakken in dit geval. Totdat inpákken en wegwezen, natuurlijk ik: al was het mijn plek.

Leesclubfobiepsycholoog

Ze’s moe, niet moeier dan andere, wel moe. Of fantastisch, als dat door één deur gaat met schoonheid en vermoeidheid. Maar ik kan het niet meer handelen. Dit spoor loopt niet door vernieling dood; het is simpelweg nooit afgemaakt. Soms wil ik jou afmaken. Niet slachten, completeren: een vervollediging van het bestaan. Zolang je ogen met felheid gegoten blijven en ik hier aan de zijlijn sta besef ook ik dat het een moeilijk overbrugbare wortel van lengte en breedte kwadraat is. Sommigen claimen: “niets is onmogelijk.” Ik zei nooit dat je moest opletten op school, wist ik wel beter raad mee. Ik fiets nu niet meer door de straten van mijn jeugd. Het raam kijkt over flatgebouwen uit, geen rijtjeshuizen. Alles kan veranderen, maar niet hoe ik me tot jou verhoud. Sommige dingen blijven, dit is er één van.

Maar dat hóéft dus niet.

Ik zal ooit op die dag-Dag-DAG plechtig mijn ja-woord geven aan zij die een met kanselarijletters versierde brief heeft geschreven en niet naar mij maar naar haar toen-al-geheime-minnaar heeft gestuurd. Je zou je afvragen waarom, ik niet. Want perfectionisme is niet iets wat je vangen kan in deze woorden, of met andere woorden. Het is een achterliggende gedachte, die ik van jou niet stelen kan. Waarvan je ook op een dag zal zeggen dat het in een weg zit die je, ook van tevoren besloten, liever niet lopen wil. Terwijl je op hetzelfde ogenblik de enige bent die hem controleren kan: die hem creëren kon dus ook vernielen kan.

Verveel me ik. Of: interpotvis, gaskelder!

Stiekem vind ik sneeuwvlokjes ontzettend opwindend. En als het even kan glip ik naakt naar buiten tijdens een sneeuwbui ‘s nachts. Om te kunnen rollebollen door de sneeuw, vrij van verplichtingen en beoordelingen. Om de sneeuw in elkaar te voelen drukken. De vorige keer was ik alleen, in alle euforie, mijn sleutels vergeten. Leg dat maar eens uit. Gelukkig kon ik via een ander balkon naar de mijne kruipen. Maar als er leven in die hut was geweest, dan zag diegene opeens een naakt figuur midden in de nacht over de railing van het balkon glippen.

Maar ik steel heus geen beademingsmachines, zoals niemand anders dat ooit deed, hopelijk.

Dit bericht dekt absoluut niet de lading en ook niet de tafel.

Kust, ben ik een watermaker?

Ik maak geen foto’s. Ik schrijf geen boeken. Ik film geen video’s. Ik fiets geen marathon, loop geen triatlon. Kruip geen strand voorbij. Voetbal geen doelpunten bij elkaar, rijg geen veters klaar.

Ik bak geen taarten, schrijf geen kerstkaarten.

Nee. Ik zou het liefste de hele dag sinaasappels persen, maar da-goat-nie. Dus ben ik tussen het persen door maar gaan studeren. Waarom dat zo smerig klinkt weet ik ook niet, het gaat over sinaasappels in helsnaam (logische continuering op godsnaam en hemelsnaam).

Jij een verkeerde smaak? Hoe durf ik ;)