Stappen zetten op de stoep

En op de 313de dag blogt hij vrolijk verder. Over ditjes maar vooral onzin. Ik strompelde laatst tijdens wat leeswerk over het woord ‘eegaatje’. En hoe dat dan in een praktische context verwerkt kan worden? “Hey! Heb je je eegaatje niet meegenomen?” Hoe kun je ze iemand serieus nemen? Tips zijn altijd welkom.

Soms, straalt er uit woorden geen kracht maar is alles wat ze doen het ontkrachten van. Soms verkrachten ze, maar ik houd niet van te sterke woorden, net als mensen niet van te sterke aanmaaklimonade houden. Is de lompste beeldspraak van allemaal niet “een doodgeboren kindje”? En zit dat dan niet op hetzelfde niveau als het ‘kankeren’ op de wereld. Woorden kunnen kwetsen, maar zolang ik niemand in het bijzonder blijf aanspreken, kan iemand zich dan wel gekwetst voelen als ik roep dat ze de tering mogen krijgen?

Maar vrees niet voor het einde, morgen gaan we door.

Tot spijt van wie het benijdt

Je denkt: “Het kan anders.”
Niet wetende wat komen gaat.
Je weet: “Het moet anders.”
Niet wetende wat voor je staat.
Je droomt: “Het zou anders.”
Niet wetende wat een stomme daad.

Je handelt: “Het is anders.”
Niet wetende wat trauma zaait.

Onverschilligheid

Zal ik eens beschrijven hoe lasagne smaakt? Of wil men graag alle e-nummers uit chocoladepepernoten weten? Misschien haat ik Nederlanders of laat ik mijn sleutels in mijn broekzak zitten als ik de was doe. Het is net of machines weten waar je aan denkt, wie er bij je is en wat je doet. Dat laatste is redelijk vanzelfsprekend, maar met gezelschap erbij gaat het altijd net niet zoals het zou gaan als je met je eendje zou zijn.

Dus ik zit hier met mijn volle maag onderuitgezakt met een laptop op mijn schoot te typen terwijl — je kent al wat ik melden ga. Je weet ervan. Toch heerst passiviteit. Misschien terecht, misschien onterecht. Dat is een wellicht de beste kwestie voor die goden.

Dat was het dan voor vandaag.

(on)zingeving

“Er komen soms van die donkere dagen.” (Herman van Veen)

“En weet niet goed meer, wat ik moet zeggen.” (Stef Bos)

Ik verhuis godverdomme naar een eiland in the middle of fucking nowhere en. Waar het wel rust is. How many times does it take to really really learn something? En dan niet wat in de boekjes geschreven staat, maar iemand die liefheeft wat hij of zij doet en dan met passie. Niet dé waarheid maar ‘een’ waarheid. Maar dat die dan wel ‘wáár’ is.

“Maar de tijden zijn veranderd en we rennen door de straten.” (Wim Sonneveld)

Het antwoord is niet ja.

Ze zijn weer niet gekomen. Met dank aan iemand. L.U.I.S.T.E.R. D.A.N.! Een spanningsveld van gisteren. Laten we ons verzoenen met het lachen, dat dat alles is. Gewoon, niet meer spreken. Al heb ik al gesproken: “Mwa, jij?” Vroeger. Maar ook nu. Gisteren en ook de dag na vandaag. Morgen. Op een willekeurige dag kan het natuurlijk niet slagen. Omdat je stilstaan met een spatie schreef.

Nog maar even, dat mag je de volgende. Om te tonen. Hallo? Je denkt dat de machine werkt maar de waarheid is zó ongelooflijk anders. Ik zei alle tijd, jij hoorde altijd. Doorgegaan. “Het lijkt me zo moeilijk dat jij dat niet ziet.”

Misschien is de beroemde quote van Jason Ethelstan wel de beste metafoor voor het leven: “Randomly chosen numbers also count as numbers, they’re just not so beautiful.”

Het is een begin. Op welke manier dan ook.

Tut tut. Mijn groene iPod Mini van ruim vijf jaar oud is heus wel slim als hij “Het Is Laat” van BLØF aanzet als ik na middernacht juist thuiskom en mijn fiets op slot zet.

Ik heb geleerd dat mensen naast analfabetisch ook anpictogramisch kunnen zijn. Maar dat woord bestaat dan weer niet.

Owja! En ik wil dat je verantwoording aflegt over de mensen tegen wie je hoi zegt. Anders sla ik je helemaal aan gort met het glas waar stoofperenstroop inzit. Want ik geloof wellicht nergens meer in — en jij?

Ik heb een idee: zullen we vertrekken?

De perfecte ode aan ezelachtigheid

Dus jij wilt een kindje achterlaten in een wereld waarin smaakpupillen meer hits op Google oplevert dan smaakpapillen?

Ik zeg: ‘Chapeau!’ (Dat is: uitroep van bewondering voor een knappe prestatie. En dat is dan weer sarcasme. En dat is een soort van bittere spot. Spot komt dan weer van het werkwoord spotten. Spotten is laten blijken dat men iets of iemand belachelijk vindt. Doe er (n)iets mee.)

Hoe twee voorwielen elkaar ontmoetten

Als je door rood licht rijdt, (dan) word je aangereden.
Hij kwam, hij botste, hij viel.
Hij kwam, hij botste, hij keek achterom, hij reed verder.

Terecht, dat wel.

Negen micrometer file

Ergens ter wereld worden putten gegraven, maar ook valkuilen. Ladders worden tegen muren gezet en ladderwagens rijden met sirenes op de wegen van de wereld: ieder moment van de dag. “Wie een voorwerp voor een ander koopt, kan hem zelf niet gebruiken” is misschien van dezelfde klasse als de kuilen waar men zelf invallen mag, alleen is eerstgenoemde toevallig geen spreekwoord geworden. Toen riep ik “spreek woord!” tegen haar en ze sprak niet één maar een hele zin. Ik heb haar geslagen en bedolven onder nare opmerkingen. Ze bleef haar ademhaling klaarblijkelijk continueren want een week later zag ik haar gekoppeld met een ander over de sloot springen. Trouwens, een commando niet opvolgen: hoeveel levens zou dat wel niet gekost hebben bij die mensen die die uniformen en wapens dragen.

Ik was naïef maar jij bent het alweer. (Ik wilde eigenlijk zeggen nog steeds, maar ik heb je niet elk moment geobserveerd.) Na een tijdje ga je verder, anders over de dingen denken. Ze buiten de context van hoe je je voelde plaatsen. Analyseren eveneens. Kan ik niet zonder paspoort over straat? Nee. Dat vinden ‘wij’ niet goed. Mag ik dan zonder arm uit te zwaaien afslaan op de fiets? Nee. Dat vinden ‘wij’ niet goed. Mag ik dan lekker films downloaden van het internet? Owh, maar natuurlijk. Daar hebben ‘wij’ absoluut geen problemen mee.

Als je het maar in het perspectief leest of in de context plaats. Dan overleef je het wel.

Waarom onderonsje geen verkleinwoord is.

Omdat ‘onderons’ écht geen woord is. ‘Onderonsjeje’ bestaat ook al niet. Het komt natuurlijk van ‘onder ons’, de beslotenheid van rauw sociale figuren die acteren dat ze het goed hebben. Vastberadenheid om niet te spreken in publiek.

Dit is geen sprookje, geen sage, geen mythe of fabel. Dit is wat er werkelijk gaande is. Het almaar doorgaan. Als bergen bergen bergen bergen bergen, etc. (Dat was niet mijn idee. Ik kende een paar jaar geleden alleen maar die vliegen die vliegensvlug vliegen als ze achter andere vliegen vliegen, zoiets.)

Wanneer begon de wereld? Jij bent een passant. Ik ook? Of zal ik dan maar koken door jouw Oost-Indische doofheid? Wat een mooie dag om te picknicken. Al weet ik dat je al geluncht hebt en vervolgens gelyncht bent. Dag dag!

Ik heb andere handen

Dit moet een keer eindigen. Hier heb je een doosje betekenis. Zie je dan niet dat ik het probeer?

Ze kijkt me aan en ik haar, net iets te lang, dan zegt ze: “Slaap lekker.” Ik lachte. Geloofde niet dat iemand mij ooit zo bewust de nachtrust toegewenst heeft.

Ik heb niet omgekeken.

Vervoegingen

Ik kan niet meer doen alsof er niets gebeurd is. Hier kan men bloeien. Op zoek gaan naar. Je wordt doodgegooid.

Ik heb de woorden voor het uitzoeken. ‘Iaën’ is de gelukkige uitverkorene. Ik ia. Of: zij zouden iaën, ik houd immers van de onvoltooid verleden toekomende tijd! Al staat ‘audioset’ op een welverdiende tweede plaats.

Ik geloof dat dit niet zo een goed idee is. Zullen we ons verzoenen met de situatie? Nee, vérzoenen, debiel. Soms valt er weleens een lettergreep uit je gesprek weg. Verzoenen is dus zonder webcam.

Je wordt doodgegooid.

Welkom in de jaren ‘00.

De wind weet weer wat waaien is. De kunst van het voorspellen. Niet alleen van het weer, maar van meer, zou je miljonair maken. Als je het goed kan, als je het correct kan.

Je streeft naar dat wat niet kan. In een wereld waarin iedereen zijn mening online ventileert. Politiemensen zijn op veel forums mensen met een nare ziekte geworden, om het even zacht uit te drukken. God heeft nooit bestaan en waarheid is heus geen alleenrecht van Wikipedia. Is het gevaar niet dat Google alles weet? (Impliciet natuurlijk, zij hebben immers een goede kaart voor de wereld van het internet gemaakt.) Omdat je vroeger die dingen niet weten kon, zonder de moeite te doen om naar een bibliotheek te gaan. Wat is boeken lezen? Dat is nergens voor nodig, het staat vast samengevat in beelden op YouTube. Langs al mijn vrienden hoef ik lekker niet te gaan: ik heb de hele dag Hyves, Facebook en Twitter aanstaan. Ik kan met StreetView van mijn voordeur naar het station, of met de grote weg mee naar die andere stad.

Wil je schaatsen? Dan gaan we zwemmen.

Welkom bij mijn masker. Hij is groot, log en ondoordringbaar. Ik voeg er ‘grapje!’ aan toe en alles is opeens weer goed. Lang leve de lol, nietwaar? Lach dan verdomme. Lach dan!

Want jij weet als geen ander hoe de dingen gingen. Vertrouw jezelf. Hoe één persoon sprak.

Vandaag ben ik erachter gekomen. Hoe het zit, en het is: Dat ik je ooit had maar heb laten gaan. En dat is waarom het pijnlijk is, dat is het enige waarom het pijnlijk is. Omdat 365 dagen geleden wel. Gelede bussen zijn iets heel anders. Hoewel het gehuld was in twijfel en ik wist dat het niet zou werken: het bestond toen, vond daadwerkelijk plaats. Nu is er nog slechts het spiegelen van de herinnering over, de verheerlijking alsof het wel de perfectie was. De schuingedrukte woorden van het begin bieden absoluut geen troost; meer een miskennen, een verlangen. En dat is wellicht pijnlijker dan de pijnlijkheid van de betekenis zelf.

Artefacten in de kast

Subtiele verschillen; de eeuwigheid verloren. Ik doe dingen alleen die samen gebeuren zouden moeten. Kinds waren we & ik(,) gebruik een teveel aan witregels om te doen wat ik denk of om te denken wat ik doe. “Purely historical purposes.” “Wat erin zit moet eruit” is het beste excuus. They call it the act of sociale dingen doen. Maar ben je dan asociaal als je er niet aan meedoet?

Je moest eens weten. Dichterlijke vrijheid is hoe ze het noemen. Wellicht niet de eeuwigheid. Misschien drie geheimen. Ik ga niet gummen maar ook niet praten. Mag iemand een week lang zwijgen? Of is een dag voldoende? En is een maand veel? Het liefst zonder valide beweegreden. Stil zijn is toch ook leuk.

Waarom beesten geen bewustzijn hebben of kennen in dit gevalletje. Slaap maar. Ik rust heus die acht uur per nacht maar vreemd. Een zwakheid voor de mensheid. Verzonnen en weggenomen als de in de dag verdwijnende maan.

Want we zijn het zelfmedelijden al voorbij.

De schoonmaker maakt het mogelijk

Zie toch wat ik doe. Een potje onbetrokkenheid. Een hartelijk applaus voor een bodemloze put van nietszeggende woorden. Bent u ervan op de hoogte dat op sommige plaatsen praten ongewenst is? Anders is dit de herinnering die je boze blikken bespaart. Welkom in het land waar men niet stil zijn kan. Waar de betekenis van ‘stilte’ verandert en mobieltjes niet meer uit kunnen.

Want het draait vanzelfsprekend om besparen, nu ons geld hun waarde aan het verliezen is. Je staat in de supermarkt en bekijkt een pak waarop staat: “We believe that life really is too short to settle for the second best and that simple, honest pleasures are often the most rewarding.” Natuurlijk is het stomme marketing, maar er staan geen schreeuwende Telegraaf-plaatjes op de verpakking. Maar simpel en alleen tekst: wat het is en wat erin zit. En hij at en proefde dat het goed was.

Hoe sesamzaadjes op een volkorenbrood terechtkwamen. Of mijn telefoon een week niet aan. De auto op de weghelft die in Engeland wel goed zou zijn.

Dames en heren

Het hele perron schrikt op rond de klok van zes uur. De trein is immers nog niet gearriveerd.

“In de kaartautomaat is een enkele reis Eindhoven – Helmond blijven liggen. De rechtmatige eigenaar  kan deze afhalen bij de infobalie. Herhaling: in de kaartautomaat is een enkele reis Eindhoven – Helmond blijven liggen. De rechtmatige eigenaar kan deze afhalen bij de infobalie.”

Opgelucht zuchtten zij.

Er gaat niets boven de smaak van gemaaid gras.

Het is dondersstil hier. Het is dat ik muziek heb aangezet, anders kon je de ademhalingen tellen. De muziek die de slurpingen van de soep verhullen. Of het snijden in de burger van de maand. Ik kan beschrijven hoe het bestek over elkaar ligt, of hoe de soepkom op de houten plank staat.

Ik vroeg: “wat is de zin van jouw leven?” Ik bedoelde, een oneliner, een quote, iets. Maar geen opsomming van activiteiten die je als je veel geld zou hebben had kunnen doen.

Voel je de stralen stromen? Je huid is bleek, de zomer beetje bij beetje weer van je lichaam verdwenen. Je staat op de vloer. Rechtop. Beweging na beweging. Je duwt jezelf voort. Zonder knopen in je voet. Stap voor stap.

Ik wil nooit meer een zinsdeel verleiden met de woorden “wat we ook hadden kunnen”.

Wat je achterlaat aan duisternis

This road leads to nowhere specific. Waarom sommige pinda’s groter zijn dan andere. Je kan wel met je riem willen spelen, maar dan moet je eerst met je gewicht kunnen variëren. Niet iedereen begrijpt dat en heeft hulpmiddelen nodig om verder te kunnen. Een handleiding over hoe je water moet maken. Of drinken voor de echte diehards.

Kwijnend bracht het schommelen steeds minder. Ik verzin het zelf. En de meeste dingen hebben helemaal geen omhulsel nodig. Melancholie was het woord wat ik zocht: geen medeleven.

“Nummer 15 is aan de beurt.”

Ik moet gaan maar wil geen nummer zijn.

Gemeen(d)

“Ben jij het meisje van de quotes? Mooi! Dan zit ik goed. Zeg, nog even over gisteren. Je weet wel. Dat, uhm, gesprek. Tussen ons ja. Het was-se… Het ging. Moeizaam. Het ging moeizaam, soms. Had jij dat oo..? Owh. Ja, natuurlijk. *een tiental momenten later* Hé! Daar ben je wee — nee, hoezo? Moest dat dan? Nee, maar kom op! Zij had ook niet de benodigde… Owh? Ja, joh? Nee. Ja? Nee! Dat méén je niet.”

Maar ze meende het wel. Zo kan ik nog wel een paar uur doorgaan.

De massa beweegt

Je pakt mijn handen, kruislings, en draaien zo rond. We dansen, als nooit tevoren.

Ja, dat is wat we déden. Volledig mechanisch nadat we onze kilocalorieën weggedanst hadden. Ben jij ook onderweg? Meestal was het een wals. Walsen. Golven van kleurloosheid. Het springt niet meer.

We moeten de buit verdelen. Jij de juten zakken, ik de inhoud. Is dat eerlijk? Weet jíj wat eerlijk is? Vrede. Respect. Wil je niet bruisen dan? Jeetje. Je weet niet wat je mist. Het is heer-fucking-lijk. Owh. Dat laatst moest natuurlijk fucking heerlijk zijn. Dat snap je toch wel?

Hoe dan ook. Wil je een pepermuntje van een vieze oude man? I didn’t think so. Maar als er pilletjes over die dansvloer rollen ben je er als de kippen bij. In plaats van met ze op stok te gaan. Dus jij vindt uitslapen niet overgewaardeerd. Oneens, vanzelfsprekend. Haha. Mag jij mij ook?

In ieder geval. Dat suggereert ieder geval. Dat is veel. Of veul, zoals ik dat hier weleens hoor. Ik krijg het alleen aan de stok met mijn geweten nu. Maar dat gebeurt eens in de zoveel tijd. En soms moet het eruit. Het gevoel is dan zoals het uitknijpen van een tube tandpasta.

Ziet iemand wat ik doe? Haha. Aandachtsgeilheid is het? Nee. Ik doe dit voor mijn plezier. Het is ó zo leerzaam: je moest eens wéten. Je zou spontaan ontbranden. Metaforisch gezien dan. Want niets is echt. Niet dat alles daarmee schijn is. Of eigenlijk ook weer wel.

Wellicht in een parallel universum dat we niet zouden dansen. We slechts een openbare blik deelden maar geen van ons het gesprek was begonnen. Ik zou het niet schrijven, jij het niet lezen. Zullen wij eens samen eten?

“Meestal is dat helemaal niet zo.”

Het is 1100. Het tijdstip ten tijde van dit schrijven. Ik zou het graag als elf uur zien, maar Booleaanse algebra toont ons dat de eerste twee beweringen waar zijn en de andere twee onwaar. Lang leve schakeltechniek, of waarheidstabellen. Ik had ook kunnen zeggen: lang leve het potlood en papier of lang leve het internet om het te delen. In een extreem geval lang leve voortplanting anders las je dit immers niet.

Het is inmiddels 1103 en hier houdt goddank die stomme nullen-en-enenwiskunde op. Totdat het 1111 wordt en alles een minuut lang waar zijn mag.

Ik wil niet meer denken in de patronen van vergaarde kennis. ‘Dingen’ lelijk hebben zien blijven worden. Als karton dikker wordt, dan wordt doorknippen en verscheuren beide moeilijk. Al weet ik niet hoe karton dikker kan worden, het slechts alleen kan zijn. Twee stukken op elkaar lijmen is niet hetzelfde als eentje van de dubbele dikte, vraag maar aan zij die ons leerstof leert maar ze zelf niet kan toepassen. (Het is niet erg.) En ik denk aan hoe gaaf het zou zijn als het bij mensen ook zo zou werken.

In de maneschijn

Ik vraag mezelf wat er is. Mijn oren piepen door het geluid van de nacht van de Parade. Hoezo mag ik niet oordelen over domheid als zij zich er wel kunnen vermaken? Misschien is het de alcohol die de macht genomen heeft, zomaar, op het plein om half twee ‘s nachts. Net als iedere andere nacht bij de kroegen.

Ik vraag me wat er is. We dansen, nep, want de rest van het gebouw staat stil. Beweging. Beweging is wat men nodig heeft, maar ik heb het al gehad toen ik ging rennen vanmorgen. ‘t Pumpke is hopelijk die sigaar: zij negeerden klaarblijkelijk het rookverbod. (In ieder geval de bezoekers.)

Ik vraag me af wat er is. Mijn kleren stinken. Het is zo onbehaaglijk simpel. Het is een soort van ‘sociaal schreeuwen’. Beter kan ik het nooit omschrijven. Sociaal schreeuwen onder invloed. Misschien geeft dat een beter beeld. (Daar heb je dus geen platte tv voor nodig.) Iedereen heeft iets maar niemand heeft alles. Ik zie de mensen en hun karakters. Hun kleding en hun ziektes. Alles wat ik wil is me vermaken: maar het zit vast. Ik wil weten waarom mensen dit leuk vinden, waarom ze dit uitvoeren zoveel avonden van de week. Wat ze bezielt, waarom ze het zo geweldig vinden. Maar vanavond ben ik er niet achter gekomen.

Misschien op een ander moment op een andere plaats.

(Bovenstaand bericht wordt binnen 24 uur na plaatsing op spel- en typefouten gecontroleerd. Er moet nu eerst geslapen worden. Bedankt.)

Onderuit

Evacueer de wakers. Dim onze aanstekers. Loop honderd kilometer. Zeven dagen zorgen. Klaagzang op muren. Confetti in neuzen. Hoest het eruit. Hallucineer metropolen door. Venijn onder tafelkleed. Graaien in cafés. IJzeren hagelstenen ontwijken.

Je kan het je haast niet voorstellen. Het zijn misschien vijfhonderd dagen geweest. Waarschijnlijk minder. Om het te beginnen en om het los te laten. Net geen anderhalf jaar ’plezierigheid’ zoals je het omschrijven zou. Als je er nog geweest was, hier en nu. Eigenlijk alleen hier. In het nu zijn wij, levenden, toch wel. Hoe ver reikt de invloed van een willekeurig individu? Hoeveel mensen kan hij bereiken? Waar moet hij geboren worden?

Ik herinner me november 2008. Ik wil, voordat je vertrekt, je bekijken. Je ogen ontdoen van hun vertwijfeling. De mijne evenzo.

Nuttigen. Slapen. Werken. Ontspannen.

Waar gaat het toch nog om? Ik volg de stroom naar later. Maak draaimolenritjes met mezelf maar nooit met tiktak want een tiktak komt nooit meer bij zichzelf terug.

Hoe ver kun je de dingen vereenvoudigen totdat er niets meer te vereenvoudigen valt? Het lijkt op een soort parabool: je begint simpel en er moet voor je gezorgd worden. Het eindigt simpel: er moet voor je gezorgd worden. En alles daartussen is hoe meer hoe zelfstandiger hoe sneller hoe gaver hoe beter. Maar je weet nooit op het moment zelf of je op de top bent, dat weet je pas als de aftakeling des levens begonnen is.

Wat mag je doen? Wat is geoorloofd? Wat kun je doen? Het maximale heeft me nooit aangesproken, wel de extremen: van gedachtes en metaforen en altijd en nooit. Zonder die termen is relativeren een hobby (een geluk) voor de edelachtbaren die nog hun oordeel mogen spreken.

En wat is dan je grootste hobby? Die hobby waarin je zoveel van jezelf kwijt kan dat je er dag in dag uit mee werken kan. Ik weet het niet. En stiekem (nu niet meer dus) ben ik een beetje jaloers op mensen die het wél weten. Die wel weten wat ze willen en daarbij in de veronderstelling zijn dat ze hun tijd nuttig spenderen. Maar ‘nuttig’ is erg moeilijk te definiëren.

Schatkist

Ik zou met jou, maar het is de kou.

Ik draai sinaasappels in het rond
Ze zweven met de tijd oranje mee door de lucht.
Laten we toch huizen bouwen,
met oude stokken kaarten.

Vliegtuigen vervuilen moeder planeet.
Ik lever ook mijn bijdrage met een scheet.

Drie passen vooruit, twee naar links.
Graaf dan uw schep het zand in.
En ren het strand kapot.
Dans, zwerf, het hele klokje rond.

Want dan pas ben je in het bezit van die schat.

(Chris Mijzen, uit ‘Lofzang aan de Wezens van de Wereld’, 1976)

Lach

Gisteren de cola
Vandaag alle cognitie van
Recht hoeken op straten

Rapporteer dan helder
De smoezen van vroeger
Het gedacht, ’t telefoontje

Lach

(10 maart 2009)

Een sympathiek persoon

Ik probeer de voeten op te tillen.
Doe de koptelefoon om mijn oren.
Een muts die wind door laat trillen.
Wil een waai je balans verstoren.

Ik geef woorden aan de eenzaamheid.
Zingeving aan de zee op het strand.
Verlies opnieuw met een gedachte die strijd.
Over hoe je er met de trein bent beland.

Ik loop en de zon schijnt en het regent en ik loop.
Er is niemand en er zijn iemanden bij de afgang en er is niemand.
Ik loop en het waait en de voeten doen pijn en ik loop.
Er zijn anderen en ik ben stil en er zijn anderen.

Dan ben ik meteen van mijn los geld af.

Ik heb je mijn geheimen verteld. Ik heb ook ooit gelogen. Ik heb je opgebeld en ik heb je niet gesms’t. Ik heb braaf gedaan maar ook de wet overtreden.

Je zag het onvermogen niet. Mijn onvermogen. Ik kijk. Ik kijk uit. Ik kijk uit over de daken. De daken die ik slopen zou om te kijken of jij je er verstopt. Stoppen met zoeken. Stoppen. Stop.

Je staat stil in de deuropening. Dat heb je op internet gezet. Wat is internet? Dít is internet. Ik snap het internet niet, snap jij het dan? Leg het me uit. Wat ik moet doen en waar het om draait. Gaat het niet te snel? Als ik of jij of wij samen het dan nu al niet meer bij kunnen houden. Wat dan over twintig jaar?

Je weet niet wat Twitter is? Jij weet níét, wat Twitter is. Jij bent gaaf. En stoer. En cool. Want je weet niet, wat Twitter is. Vroeger zei ik altijd Hieves. En JoeToep in plaats van JoeTjoep.

Ik verzamel woorden. Hier. In een geslepen hart. Het is van platina. Speciaal voor jou! (Maar niet heus.) Flarden van bizarre stukken die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, maar plaats je ze in de context van leven, liefde, de maatschappij of bouwen en breken dan hebben ze alles met elkaar van doen. Je moest toch iets. Wat verzamel jij?

Tiktak. Je bent weer twee minuten verder. Tiktak. Ik vraag me of de bedenkers van de ‘Tic Tac’-snoepjes geen flauw idee hoe ze hun nieuwe snoepjes noemen zouden. Vervolgens viel er een dodelijke stilte en juist: dat dan alleen de klok te horen was. Tiktak (tussenwerpsel). Nabootsing van het geluid van slingeruurwerken.

Steken

Hallo wereld van verschil.

Vandaag is een regenachtige, saaie dag. Eentje om niet te onthouden.

Doei.