De snoepautomaat zonder winstoogmerk

Toen ik je voor het eerst aansprak had je net een hand M&M’s in je mond gestopt. Je lachte verlegen en zocht naar woorden die je zonder articuleren kon uitspreken. Blosjes en het ijs was gebroken. Zo hoefden we ons niet te vergezellen met de stoet van het dilettantisme. Konden we zonder het verschrikkelijke stramien van leugenaars om ons heen de waarheid beleven.

Zo aten we het sterven tegemoet.
Er is geen ander en ik ben de één.
Wanneer de storm liggen gaat.
Et la bataille est passée.
Why can’t we start over?

Toen ik je voor het laatst sprak.

Vastbaarhoudheid

Graven. Ik zou drukheid bij anderen niet als overspannenheid moeten zien alleen maar omdat ik zelf een beetje gevoelig ben. Ik ga naar de kapper maandag. Soms vraag ik me weleens af hoe toegankelijk men schrijven moet.

Liggen. Totdat mensen ook jou gaan aankijken en je aan jezelf twijfelen gaat. Ik zou graag iemand anders begrijpen. Wat doe je als je acties niet overeenstemmen met je persoon? Ik ken ook slechts de woorden.

Bewegen. Ze komt en gaat en schrijft sporadisch het mooiste wat ik ken. Ik denk dat ik flarden van haar zie in toneelconversaties op een donderdag. Maar ik kan niet generaliseren want een andere uit die windstreek uit het zuiden heb ik het niet zien hebben.

Meenemen. De oudejaarsconferences van Youp zijn heilig maar over twee maanden en één dag moeten we ons vermaken met de lauwe grappen van de heer Weijers. Jan-Jaap zal pogen, maar de verhalen van Youp kan hij toch niet overtreffen. Dan ga ik wel uithuilen, wil ik dat je me vastpakt en we samen proberen sterren te tellen door dat geluidproducerende vuurwerk heen. Of sneeuwvlokken tellen terwijl we op onze rug liggen met zo’n helemaal niet hippe thermosfles in onze handen. Laten we er dit jaar niets bijzonders van maken, dan zijn we daar mooi vanaf.

Verzamel ze allemaal: loop door het bos en besef dat er geen windrichtingen meer zijn want het is windstil.

Ik zou het schilderij samensmelten met een klerenhanger en het niet in de kast maar aan de kapstop hangen. Ik zou door de geluidsmuur schreeuwen en wachtend luisteren of je hetzelfde zou doen.

Dit ként geen einde. Ik kies voor synoniemen zonder streepjes en praat in metaforen die al lang door iemand gebruikt zijn of in de beeldspraak van liefde die anderen nochtans beter verwoord hadden kunnen hebben. Het praatje komt niet meer goed. De datum ook niet.

Soms sta je voor mijn neus, je kan niet koken.

Soms sta ik voor jouw neus en vraag je uit gewoonte hoe het met me gaat. Het gaat altijd met iedereen ‘goed’. Zouden we nog liegen als we niet meer aan elkaar gaan vragen hoe het is, hoe het gaat? Hoe de dingen gaan en jij zoent en ik niet. Je krijst als een baby en het is irritant, heeft iemand je dat weleens verteld?

Ik graaf alleen kuilen voor mezelf. Je hoeft niet bang te zijn, echt niet. Want morgen komen ze de brandmelder controleren en. Het wordt donker en ik wil dit verhaal vertellen in plaats van opschrijven. Maar ik weet dat er tranen vallen, misschien dat je er niets van begrijpt. Dit is dé tijd om te knallen.

Is meneer thuis?

“Bam! Er ligt een tosti voor haar neus. Ze snuffelt zoals een hond dat doet. Er ligt een glaasje sinaasappelsap klaar. Vers geperst.”

Boem. En nu kappen. De idylle. Te filmisch. Het leven gaat niet van a naar b zonder tussenkronkels. Al probeerde ik dat juist vast te leggen. Het eten omdat men eten moet. Maar dan iets bijzonders. Een perfect tussenmaal. Maar hoe kan je iets perfect noemen als je niet weet wat erna komt? Als je niet weet of het perfecter dan perfect kan? Men wil de beste zijn. Toch breken we ieder jaar weer wereldrecords en zo worden de mensen van de gouden medailles van tien jaar geleden toch best wel traag en sloom. Hoe zinvol kan iets nog zijn als je het uit de context van het moment haalt?

Zo. Je weet dat het mis is als mensen hun dag gaan beschrijven als ‘bijna-levenervaring’. Alsof ze zich de dood kunnen voorstellen en weten wat het is. Alsof de doden er last van hebben dat ze dood zijn…

“Ze at en ze dronk. Warm, gezond, fruitig. Ze kende alle smaken en greep toen haar ogen dicht.”

Dan heb je jezelf nog

Je geeft je USB-stick aan een bankje in het park. Het park, waar wij als kinderen kwamen om eendjes een overvoering te bezorgen. Ik zag dat je het vergat, ik hield voor de duur van tweeënveertig bliksemschichten mijn mond (al moet ik die befaamde boeken nog lezen) en riep toen dat je, maar je wuifde met je hand dat je het al wist. Omkeren deed je niet.

Ik wist niet wat erop stond maar wel wat dat ik zelf opstond. ‘Ons’ bankje verliet ik in de wetenschap dat ik bij het zien van een computer de verleiding niet zou kunnen weerstaan om. Ik ging weer staan. Ik zocht een houding. Een teken. Ik besloot bij de computer om voor eens een goed mens te zijn. Om niet te kijken en die geheugenstick bij me te dragen tot het moment waarop ik je weer zou zien. Ik had alles van je kunnen weten.

Als ik geweten had dat het in die stortbui van sneeuw en hagel was dat we voor het laatst zagen, elkaar, dan had ik je niet alleen geknuffeld maar je ook ontvoerd naar warme chocolademelk, kussen & kussens op de bank, je lievelingsfilm en een verwarming. Maar nu. Zoals het gelopen is, of beter nog: zoals jij gelopen bent. Geen woorden, plots ging je staan van die koude bank, even het zwaaien met de hand toen ik je nakeek na die 42 en jij stoïcijns verder weg van me liep. In je herfstjas.

De jazzzangeres is ideeëloos

Een selffulfilling prophecy. Ik zat ooit en de trein en ik was bang dat wat er daarvoor gebeurd was nooit meer terug zou komen. Dat wilde ik niet. Dus ga je proberen het (beter) te laten werken, omdat je niet wilt dat het waar is wat je dacht. Als je “lekker gewoon gebleven” was, net als de Lama’s, dan was er niets aan de hand geweest. Maar je aangepaste gedrag heeft ertoe geleid dat het inderdaad waar is dat het geen herhaling krijgen mocht. De hamvraag is dus of het ook zo zou zijn als je geen verwoede pogingen had gedaan om het te laten werken. Ik denk van wel. Dat is geen troost maar wel relativeerbaar.

Wanhoop is geen waarde, juist een dief daarvan. Het sloopt je integriteit en verwoest de opbouw. Soms sta je niet garant voor gevolgen van je acties. De irrationaliteit overheerst het verstand en gaat het ook leiden: een lijdensweg op pad met je hart totdat de weg vanaf de andere kant gesloopt wordt zoals een elektronische vliegenmepper een vlieg toucheert. Verwarring. Acceptatie. Ten slotte alles opnieuw en opnieuw en opnieuw en …

Een slag vooruit

De klok is voor de 42ste keer verzet sinds ik leef. Ik dacht, ik zeg het even. Niet dat ik ruzie heb met de klok, eerder andersom. Zou het mogelijk zijn iets te doen, behalve niets, wat geen tijd kost? Zelfs niets doen kost tijd, want over die ontbering moet men ook bewust bedenken. Dus waar bijvoorbeeld je vakantiebestemming niet heengaat, toch heeft ook de gedachte tijd gekost. Dat betekent dat alleen de dingen waar je niet aan denkt (en nooit aan hebt gedacht) én die je niet gaat doen geen tijd kosten. Ik noem dat gaaf want dat kan niet. Men kan immers alleen besluiten iets niet te gaan doen als erover gedacht is.

Het pepermuntmonster neemt de woorden over.

De dagen vermenigvuldigen zich als konijnen om ons heen. Ik schreeuw nee maar de klok lacht geniepig om ons heen. Ik vraag me af waarom kerken bestaan en we horloges dragen, kijk toch naar die mensen om ons heen. Totdat we de maandag niet meer van de vrijdag onderscheiden: het niet meer uitmaakt of we straks het weekeinde krijgen of dat we nog vier dagen doormodderen moeten om ons heen. Ik wil slechts om die massa heen.

De hoek = zoek!

Ik zoek, ik zoek wat jij niet vindt & het is donkerultramarijn!

Vaak beginnen zinnen met ‘toen’. Het geeft een verleden tijd aan, een onomkeerbare geschiedenis. Nu je dit leest, denk er dan eens aan, welke keuzes ertoe hebben geleid dat je dit leest. Denk aan de mensen om je heen, die niets meer zijn dan het gevolg van het kiezen; voor die studie of dat werk. Een kroeg, trein of boekenwinkel. En de mensen die je daar weer van leerde kennen.

Maar ook de keuzes van de anderen: de beslissing om die bepaalde thee of frisdrank op de markt te brengen, die koud of warm naast je staat. Of als het Internet niet bestond.

Ik vind, ik vind wat jij niet zoekt & het is ecru!

De illusie van de intellectualiteit

Deze kaarten zijn te glad om een huis mee te bouwen. Ik kan er niets aan doen maar; “het gebeurt.” Foute mensen in foute kleding. Ik ben dat over een jaar. Zing ik dan ook van je aa-jaa-jippie-jippie-jee? Alleen omdat ik dan weg mag. Zij blijven nog minimaal twee jaar, om te drinken.

Stomme videocamera’s opzitten gezellige crappy small talk en je op de gelegenheid kleden.

Hij draagt een pak en een bril. Hij is stereotype nerd en is overduidelijk door zijn moeder gekleed. Ook de kapper is de afgelopen week op zijn bovenkant bezig geweest. Alles perfect. Kijk eens hoe geweldig hij is? Ik weet dat de grijze vrouw die naast hem staat dat denkt. Maar ze weet niets. Ze snapt nog niet eens wat hij kan nu al die jaren studie.

Dit kán niet anders.

De doei en de tot ziens die toch weer tot een gesprek leiden. Ga je nu echt? Waarom o waarom o waarom. Blijf hangen? Waar? Weg weg o weg weg o weg.

Geef die hoop op.

Life is being caught in stupid places with stupid people.

Als de morgenstond uit goud bestond

Toen ik wakker werd waren ze gegaan. Ik bleef maar kijken naar het schilderij aan de muur. Het figuur, dat daar eenzaam en alleen richting niemandsland kijkt. Even naast hem een boom: net zo afzonderlijk als zichzelf.

Zoals aan alle dingen een eind komt is de verpakking van je voeding een keer leeg. “Nieuw halen!”, roept het kinderstemmetje zacht. Als je irritatie haat luister je niet naar wat eigenlijk zou moeten. Omdat je dan diegene bent waar je normaliter zo’n afkeer tegen hebt. Ik zoek de maan.

Daarna komt er een moment waarop je besluit plaats te nemen achter een gordijn of glazen deur en vervolgens de beslissing maakt: hoe lang? Je staat, beweegt jezelf en wrijft ook met je handen door het haar. Je beseft dat de knop aangeraakt en gedraaid moet worden om te stoppen.

In je hoofd gloeit dat ene nummer zo helder dat het is alsof je het hoort. Alleen intenser, omdat je het eigenlijk niet horen kan, je moet je concentreren. Welke melodie volgt na deze? Welke woorden worden gezongen? Zo val je gigantisch in slaap onder invloed van de beste klanken die je kent. Vredelievend, sereen maar absoluut niet naakt want je draagt een pyjama.

Daarna word je de volgende dag wakker en beseft dat de vorige dag niet meer zal bestaan.

Over dag

hoeveel linialen mogen er nog breken
totdat ze niet meer kleiner kan

hoeveel messen er nog steken
totdat oorlog in de ban

ik zoek maffe vaardigheden, vaal
haar instemming als onwetende gejat

traag bedolf ik mezelf in de puzzel
weet nog altijd niet dat wit
mooier is dan zwart

Krijgen ze je te pakken?

Dit is het gebied van vrienden. Heeft iemand zich dan op een willekeurig moment in de tijdruimte op stroef ijs begeven? Het alleenrecht op onverstand is van de massa. Wie wil er geen hotelletje op de Kalverstraat? Kijk naar wat ik doe. Want morgen. Morgen ben je weg. Zijn de gedachtes van vandaag weer voorbij gevaren. Zoals de waarneming van het patsgeluid als je de bolle kant van je lepel op yoghurt of vla slaat. Weg! In elkaar geplombelt. Worden dagen niet juist door de veelheid ervan vernietigd? Zing dan dat we ons verzoenen met het leven of het lot. Ik wil mezelf best overhalen tot vrede. Hoe? Wat is geoorloofd? Ik zoek wellicht binnen de afgunst grenzen. Waarom hechten mensen waarde aan de woorden?

Ik kan net zo goed niets meer zeggen. Het bijgeloof van het converseren: een gewoonte die alle andere gewoontes overstijgt. Waar is de waarheid? Wist je ook dat woorden zogenaamd uniek zijn? Niemand zit er immers op te wachten. Stukgemaakte spullen kun je vervangen. Gesprokengeraakte woorden niet. Totdat ook zij het voor gezien houden.

Is één dan sociale verschrikkelijkheid? Moest ik roepen? Kijk, ik pas nergens tussen. Kijk eens, ik pas nergens bij. Hoe ga je daarmee om? Jij mag misschien wel van alles niets weten. Ik kijk op mijn imaginaire horloge. Ik heb met een pen een horloge op mijn arm getekend: nu kan ik genieten van de illusie dat tijd stilstaat. Maar er is heus geen tijd meer over.

Een boom

Laten wij ons dan niet over de complexiteit buigen maar louter opsommen; al zou ik zo graag observeren.

Drie dingen die je niet wist:

  1. Ik ben in het bezit van zes e-mailadressen.
  2. De lekkerste chocola is bittere chocola.
  3. Ik heb 117 studiepunten. (Jaap! Je mist een vak! “Weet ik.”)

Mutatis mutandis

Moet je wachten met besluiten omdat je weet dat de wijsheid die je zoekt pas met de jaren komt? En je dus dan pas de juiste beslissing nemen kan. Of kan dat niet, omdat je die wijsheid alleen verkrijgt door een beslissing te nemen en je besluiteloze ik anders dus op niemandsland te wachten staat.

IJzerzwak

Wijs me waar. Wijs me waarheid. Kennis is een illusie als niets blijft hangen. Aan het plafond van mijn brein. Niet dat ik daar al ben. Ik ben boeken aan het stapelen in een kerkgebouw: dat kan een leven lang volgehouden worden. Je komt dichterbij.

We kijken uit over zee, op het strand, in de pose uit de Titanic. De wind, de golven. Álles in beweging. Behalve wij. Al liet ik zachtjes mijn vingers bewegen over je doffe huid. Klankloos kunnen we elkaar minutenlang beoordelen. Observeren. Conclusies trekken uit wat we zien.

Ik gooi mijn jas over de bank van de buren. “Ze gaan op het water bij een bank zitten”, zoals men een financiële situatie beschrijven kunnen zou. Wij gaan op een bank bij het water zitten. Jezus komt voorbij maar het valt je niet op. Ik tik je aan en wijs maar het interesseert je niet. Je geloof nergens meer in.

Ik lees paragraaf vier voor. Ze knikt instemmend, geniet van mijn voorleesstem. Ik kijk en ze kijkt terug. Maar mijn blik komt niet aan. Ik dring niet tot haar door. Vervroegd pak ik mijn spullen.

Een rugzak en het grote blauwe bord met de vertrektijden. Ik weet niet welke maar ik loop maar ergens heen en stap in. Het is toch wel doordeweeks. Je schijnt te bellen. Maar zolang ik harder tril dan mijn telefoon valt er niets te beantwoorden.

Mag dan blijken dat perfectie niet bestaat? Dat elkaar begrijpen slechts een instemming is, een gebrek van de ware kennis van zaken maar een vereenvoudiging. Het talent de juiste woorden te zeggen op de momenten dat er kwetsbaarheid is in de stemmen die de stemming bepalen. Muren beginnen wit maar niet blanco. Ik ben niet perfect maar wel aardig.

Met terugwerkende kracht.

Waarom proppen we onszelf als sardientjes in een blik (detectie cliché, excuses) als we weten dat er over een minuut een volgende tram naar Scheveningen Noorderstrand gaat: dat staat op het bordje. Dan hoeven er geen vijftig anderen in maar alleen een handvol anderen en jezelf: hij bleek ook nog eens een stuk leger. (Waarschijnlijk door het feit dat deze recht achter de andere reed, denk je niet?)

Het is een beetje het verhaal van de Heyendaal Shuttle in Nijmegen. Je bent aan het wachten en aan het wachten en de rij wordt steeds groter maar er komt geen bus. Totdat er een bus komt en iedereen zich erin proppen wilt. Terwijl dat bezig is zie je naast of achter je een tweede bus aankomen. Met dezelfde bestemming. Dus de eerste bus rijdt overbevolkt richting de universiteit. En de tweede loodst er twee minuten halfleeg achteraan.

Twee minuten eerder bij daar waar je wezen moet maakt voor de massa klaarblijkelijk het verschil tussen leven en dood.

Dansen met D.

Één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien, negentien, twintig, éénentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig, vierentwintig, vijfentwintig, zesentwintig, zevenentwintig, achtentwintig, negenentwintig, dertig, éénendertig, tweeëndertig, drieëndertig, vierendertig, vijfendertig, zesendertig, zevenendertig, achtendertig, negenendertig, veertig, éénenveertig, tweeënveertig, drieënveertig, vierenveertig, vijfenveertig, zesenveertig, zevenenveertig, achtenveertig, negenenveertig, vijftig, éénenvijftig, tweeënvijftig, drieënvijftig, vierenvijftig, vijfenvijftig, zesenvijftig, zevenenvijftig, achtenvijftig, negenenvijftig, zestig! Ja! De minuut is om. Stoppen! Het duurde maar een minuut.

Voilà kwadraat

Vandaag was de dag van de gave colleges en de nog gavere mensen.

Ik houd van nieuwe dingen. Ik houd van nieuwe dingen die leuk zijn. Ik houd van wandelen door iets wat ik niet ken, en dat je vervolgens uitkomt op iets wat je wél kent.

Kaartende mensen die kennis hebben van een spel waar ik geen kennis van heb. Halve draaimolens voor de mis van de ker in the-middle-of-nowhere. Hoewel meneer of mevrouw Voila er wel rails liggen heeft.

Stiekem wil ik een vervolg. Van het gastcollege, maar ook van de rest van vanmiddag.

Een bekentenis voor vijftig cent.

Ik eet hier. Ik maakte een lunch voor niemand, want ik eet hier. Je kan wel altijd naar het oosten blijven gaan, maar niet naar het noorden. Een tegeltjeswijsheid. Maar zo’n lange spreuk aan de muur is vast te duur.

Ik had me voorgenomen om als iets nog een keer fout zou gaan (als ik het nog eens zou vergeten) dat ik er dan over schrijven moest. Vandaag is het weer gebeurd. Ik voel me dom en vergeetachtig. Ik ga altijd boodschappen doen zonder lijstje. Ik weet namelijk wat ik nodig heb. Ik ben in het bezit van een paar lege statiegeldflessen die ingeleverd zouden moeten worden. Dat wil ik best netjes doen, dus vandaag had ik ze meegenomen naar de winkel in mijn rugtas. Ik doe ze bewust in mijn tas, maar de volgende keer dat ik mijn tas nodig heb is na het afrekenen van de boodschappen als ik ze in mijn tas wil doen. Dus vandaag, voor de derde of vierde keer bij de kassa: ik ben de flessen vergeten in te leveren. Ik ben niet zo iemand die dan door de winkel rent om even de flessen in te leveren (zul je net zien dat er iemand van minimaal 80 bezig is met het inleveren van minstens zoveel flessen). Bovendien, ik ben niet asociaal genoeg om dat te doen en klanten achter me te laten wachten. Dus dan gaan ze weer mee naar huis. Alsof ik het de volgende keer niet vergeet…

Met drie sterren

Wat maakt tijdreizen zo anders? Anders dan het verlangen om te kunnen vliegen, wat we inmiddels kunnen. Anders dan het verlangen de planeet te verlaten: dat is gelukt. Zijn we tot nu toe stiekem niet overal in geslaagd? Geef het tijd. Om te bouwen wat we wensten. Geef het nog een jaar of twintig.

Ik reed door Miami in de jaren ‘80. Uit de autoradio klonk ‘Me and My Monkey’ van Robbie Williams. Een nummer dat toen nog niet bestond, maar spelen mag! Met absurd hoge snelheden de bocht door.

Ha! Paradoxen? Paradoxen! Tsja. Daar moet wel een oplossing voor komen. Misschien kan men alleen bekijken. Geen interactie hebben met de wereld van vroeger of de toekomst. Misschien kan men alleen terug, nooit vooruit. Dus geen miljoenen van de beurs naar in de beurs. Misschien kunnen we niet verder terug dan het moment waarop we zo’n machine starten. En misschien, misschien is het daardoor allemaal zo paradoxaal nog niet.

Dansmirakel

Daar lag je dan. In bed, rustig en onbewogen. Hoe je de avond voorafgaande aan deze dag je benen liet bewegen onder een genot van dancemuziek. Subtiel maar doordringend. Wist jij dat je bekeken werd. Vanzelfsprekend, op de aapjes-turen-uren in de kroeg. Je zat even en ik ging naar je toen maar sprak niet want je had al vernomen van een ander dat je blonde haren blauwe ogen: alsof we met z’n allen last van staren hadden.

Ik vraag me nog steeds af wat het aan je was. Wat het was maar nog steeds is als je weer een keer ‘s avonds gaat. Zijn het de lampen, dat je zodra je buiten je passen door de regen heen beweegt een monster bent? Is het de drank van de andere kant, dat je overdag niet aantrekkelijk bent maar ‘s avonds, als de apen hun beoordelingsvermogen ieder kwartier laten verminderen, van die aandacht genieten moet? Wat je kan als het omhulsel van de dag verdwenen is naar op de grond, alle lampen uit.

Waarom het spelling is

Wat is chocolateren? Op een verpakking van de Albert Heijn staat ‘gechocolateerde biscuit met vanillecrème vulling’. Het staat niet in de Van Dale of op woordenlijst.org. En ik, randdebiel eerste klas, weet natuurlijk niet wat het is. Waar mag ik het dan vinden?

Zo kan het beklag uren doorgaan. Waarom staat ‘arsenicumhoudend’ wél in de Van Dale, maar ‘muzieksmaak’ niet? Ik wil het weten. Ik wil het weten. Ik wil het weten. Toch zal ik het waarschijnlijk nooit te weten komen. ‘Treinstaking’ staat wel in de Van Dale, maar ‘busstaking’ niet. Waarom waarom waarom. Wie het weet krijgt een gechocolateerde biscuit met eerdergenoemde vulling.

De fietsenmaker is cool en de universitair docent een debiel.

De fietsenmaker is een grappige man. Kunnen fietsen is handig.

Ik heb weer niets geleerd op de universiteit, behalve dat het niveau (eens te meer) zwaar bedroevend is. Lees hieronder delen van de opdracht die we maken moeten (en huiver):

“What colours do these pieces of paper apear to have under scotopic viewing conditions?” A pear? Een peer! Lekker! Owh, misschien is het appear. Jammer.

“Printed text of 10pt font size has a approximately a spatial frequency of 1 cycle per mm.” A what?

“Write concisely, your contrbution should be about  ½ – 1 A4.” Welke bijdrage? Misschien niet alleen de puntjes op de i zetten, maar ook de i zelf meenemen. Nalezen heet zoiets. Dat wordt ook van ons verwacht.

(Wat zou ik nu graag zeggen wiens woorden ik quote, maar dat is onaardig.) Lief lulletje rozenwater dat absoluut geen college kan geven. Want zelfs slides voorlezen is klaarblijkelijk moeilijk. In gebroken Engels. Zal ik de antwoorden van de opdracht ook lekker vol zpelvautu zetten? Debiel.

Lijmt u prettig op Lijn twaalf?

Theedoeken zijn van stof. Rails zijn van ijzer en bestek kan van staal. Bureau’s zijn van hout. Ramen zijn van glas maar straatstenen van steen. Karton is van papier. Speelgoed is van plastic. Chocolade is van eten (en van lekker). Bitter lemon van drinken (en óók van lekker). Gras is van groen en rood van Borsato. De portemonnee is van geld en een studie van leer. Internet is van stroom en bussen van hun chauffeurs.

Jij bent van liefde.

Dit is de nacht

Ik weet niet waarmee ik mijn dagen moet vullen.

Dat is alles. Dát is hét probleem.

Arsenicumhoudend

Hallo jij! Ik ken je niet en jij mij ook niet, maar toch zijn we soms een beetje verbonden door het delen van hoofdletters, komma’s en punten, met letters daartussen. Misschien weeg je slechts vijfhonderd ons of ben je een tientonner met vijftienhonderd ons. Misschien, ben je kleiner dan VanVelzen of zelfs groter dan ik.

Dan gaan we in een trein zitten. Een nieuwe trein. Een SLT. Want ik heb er nog nooit in gezeten, maar van jou weet ik het niet. Alles wat we doen is niets doen. Niets dan ademhalen. Mensen kijken. Koeien kijken. In elkaars ogen kijken. Kijken tot we niet meer kijken kunnen. Alsof we onafhankelijk van elkaar dezelfde nummers op onze iPod hebben staan, en ze tegelijkertijd zonder het afgesproken te hebben beluisteren.

Totdat het avond wordt. We gaan uit? Jij de badkamer een uur de aandacht geeft en vervolgens het klokje rond hoereert in een kroeg met domme jongens. Een kroeg met domme jongens die genoeg te drinken hebben gehad dus het maakt toch niet meer uit hoe lang jij je in die badkamer hebt staan geven, hebt staan uitsloven. Of misschien ben je erbij gaan zitten. Ik keur dat niet af: ik observeer.

Ik word na twintig jaar leven nog steeds gefascineerd door hulpverleningswagens die zich flitsend en met toeters door het verkeer begeven.

Trummels in quipt

Geen gezang. Geen geluid. Er hoorde niets door niemand. Totdat de kikker of krekel of spinnen samen met de fladderende vlinders de macht overnemen en ons erbij opslokken. Dat doen ze simpel en op hun sokken.

Misschien is dat wat je nodig hebt. Zoveel luchtballonnen kunnen alleen maar hopen om bevlogen te worden te raken te wat dan ook. Een mengsel van troepsel en bananen vliegt door de lucht. “Donder op”, schreeuwde ik. Dat is ook maar beperkt tot de eigen leesbaarheid en ik wou louter aanzetten tot denken. Niet alles vanzelfsprekend doen laten lijken. Maar dat is de makkelijke gedachte van egoïsme om geen kritiek te zien. Zeggen dat het zo hoort.

Hoe leg je het concept tijd uit aan aliens die niet jonger of ouder worden?

Sleutels

Omdat alles in tien jaar tijd veranderd is. Computers, internet, wetgeving, landschappen, gebouwen, kleding, eten en zelfs de munt waarmee we betalen.

Want zo gaan de dingen. Alles, verandert. Pak je sleutelbos. Sleutels van andere huizen en kamers. Andere fietsen. Ik ben in het bezit van één sleutel, die er tien jaar aanzit. Dat is de helft van mijn leven. Ik kan er geen deur, kluis of fiets mee openmaken. Helemaal niets. Hij is niet verbogen: dat vind ik betekenisvol. Ik sleep hem al jaar in jaar uit iedere dag mee. Alle andere sleutels die er nog geen jaar aan hebben mogen zitten, kennen al wel de buigzaamheid.

Waar ik zit bestaat vier jaar langer dan ik

Kwart over drie. Er stond hier ooit een fietsenrek alleen voor bezoekers, die twee meter dichterbij geplaatst was dan het reguliere fietsenrek. Het verdween, plots. Het bordje bleef. In de hoek staan mislukte stenen bankjes. Niemand zit er ooit op. Op het grasveldje staan een paar picknicktafels. Een leuke poging, maar ook mislukt. Ze staan scheef en zitten rot.

Ook is hier een trappenhuis. Meerdere zelfs. Maar die op het westen gebruikt bijna nooit iemand. Er hangt oude lucht en het ruikt muf. Wel is het schoon, al maakt de schoonmaker het vermoedelijk niet vaak schoon. Er zijn rol- en wipstoelen. Er zitten verdiepingen in het plafond met een stopcontact. Er hebben daar ooit lampen moeten hangen, want op sommige plaatsen zit de spot er nog in.

In de hoek van de hal staat een kapstok die net als de bankjes buiten niemand gebruikt. Er staan kluisjes en kunstmatige planten. Ook een koffie-automaat mag niet ontbreken en doet dat ook niet. Vroeger was warm water gratis, maar tegenwoordig kost het tien cent, geloof ik. Voor warm water. Slimheid loopt twee verdiepingen omhoog, naar het keukentje met de waterkoker. Al staat de boiler zo hoog dat warm water uit de kraan er zo goed als kokend uitkomt. In de kastjes liggen theezakjes, zodat men zelfs die niet meenemen hoeft.