Welcome back!

Vandaag was het begin van het einde en het was weer vermoeiend. “Zijn er mensen in de zaal die geen Nederlands spreken?” is wel de slechtste opening die gemaakt kan worden (daar deze vraag dus in het Nederlands gesteld werd). Saaiheid heerst bij de inhoudelijke punten van data modeling and databases (waarbij data modeling vanzelfsprekend aan elkaar geschreven wordt op de websites en in de slides, want men zou eens goed Engels kunnen). Om ons vervolgens te vermaken met twee uur human perception and performance, waarbij aflezen wordt vertaald met ‘read of’. Heerlijk!

Voorgaande alinea was natuurlijk allemaal maar gekheid: ik zal heus niet klagen. Ik heb immers een dak, eten, gezondheid en geld. Wat maakt de rest dan nog uit… Het gaat alleen maar om de toekomstige ingenieurs van Nederland.

Zondag

Ver weg schreeuwt een ziel. Ze heeft de menselijke vorm, maar ik kan haar niet herkennen zonder verrekijker. Doet het pijn? Dat zou het niet moeten doen. Je zou blij moeten zijn. Dat er een moment in onze verleden tijd was waarin we het beste uit elkaar naar boven haalden. Vooral het gedeelte met het huilen van het lachen. Omdat het zo geweldig was.

Maar het is niet. Jij wilde een hond om je aan te vergrijpen. Ik wilde slechts de beeldspraak begrijpen.

Het sneeuwt en het blijft voor een bepaalde tijd sneeuwen, maar tussen ons sneeuwt het nu voor een oneindig onbepaalde tijd.

Val toch dood.

“Wij, als Universiteit van Eindhoven, benadelen de studenten die zich oprecht en kritisch in willen zetten voor hun studie door het rooster een week van tevoren pas af en bekend te maken. We hebben daar uiteraard maanden de tijd voor gehad, maar stellen het graag zonder aanleiding zo lang mogelijk uit. Lekker puh.”

Val komt na den hoogmoed

aapje aap zit daar
door het gras in hoge bomen, dat is waar
zonder ambitie, planning of school
maar mijn agenda zit zo overvol
met consumeren, studeren, treinen en verkleinen
aapjes leven is hoe dan ook simpeler dan de mijne
aapje aap hoe prachtig je ook bent
ik ben mooier wacht totdat je kent
zo schrijven we samen onze waarde
doe geen schot, slechts mik
maar de gaafste mens op Aarde
ben jij niet maar ik

(Geschreven op 11 september 2008.)

Lijken in de spiegels

Dat je merkt dat naarmate er steeds weer meer seizoenen plaatsmaken voor die andere seizoenen van het jaar, dat je vergeet. En plots, zomaar, beseft dat de verbindinkjes die onthielden wat ze droeg die dag meegenomen zijn door de tijd. Vernield: alsof het er godverdómme niet toe deed. Is dat dan ook onmacht? Mag je schelden uit onmacht? Is dat geoorloofd? Of moet men het leven lang netjes en kuis leven? En dan het waarom, weer het waarom. Als je weet dat je doodgaat, het er überhaupt niet meer toe zou doen. Maar toch doet dat er. Zitten we gevangen in een potje met sterk water waar doorheen we de wereld zien. En vervolgens het beredeneren dat er helemaal geen valkuilen meer moeten zijn, alles ten volle uit gedaan moet worden en alles op het nu, het hier. En dat dat dan ook niet werkt

Meest

Tot dat je koppijn krijgt en beseft dat je leven zo erg nog niet is. (Om)dat je leeft! Onderdeel bent van moeder Aardkloot. Want er is hier eten en nog een te veel ook. Er zijn daken daken daken en ze bevinden zich boven onze hoofden als we slapen ‘s nachts. En we hebben genoeg ruilmiddelen in de vorm van biljetten en munten om te voorzien in ons welzijn waarmee we welvarend blijken en blijven. Ik koop sinaasappels voor twee.

Toch zijn we ongelukkig. Moet het altijd weer meer meer meer. Wie wil er nu niet ‘rijk’ zijn? Maar ha! We zijn het al lang, al jaren, maar zijn immuun voor het zien geworden en simpelweg melancholisch blind.

“Ik heb altijd één meer van wat jij ook moge hebben.”

Koude fictie

Je bent grappig, aangenaam, slim, lief, leuk, verleidelijk, bewegend, doordacht, humoristisch, aardig, mooi, tof, wijs, charmant, prachtig, intelligent, doortastend, sympathiek, aantrekkelijk, gevoelig, relativerend, nadenkend, begerenswaardig en bovenal niet-bestaand.

Converseren met domheid

“Je bent gewoon een lul!”

“Hoho! Ik heb een lul, dat is iets anders. Je wisselt de werkwoorden hebben en zijn om.”

 

“Met je dikke kop!”

“Hoho. Ik heb een BMI van 19, niets aan de hand!”

Geen dank

Vandaag is een dag die jij nooit vergeten mag. Dit schrijf ik nu, op deze zondag de 23ste van augustus 2009; de enige die er bestaat. De enige die vandaag bezig is en alweer over de helft. Toch vergeet je hem. Want vandaag gebeurt er niets. Helemaal niets. Vandaag gebeurt er helemaal niets. Over vier dagen kun je je moeilijk nog herinneren wat je als avondeten had die dag. Over een week weet je nauwelijks nog wat je droeg of hoe laat je opstond. Wat je deed precies. En over een maand of wat is alles weg. Alles. Al je herinneringen aan deze dag: weggezogen over een paar maanden. Alles verdwenen. Floep. Omdat deze dag zich niet onderscheiden heeft van de rest.

Welkom bij het leven. Waar de dagen zich rücksichtslos respectloos aansluiten bij de voorgaande. Misschien al wel wachtende op de volgende van een dag. Sommige dagen en momenten blijven je bij, maar vandaag is niet zo’n dag. Ze noemen het weekeinde, vandaag specifiek zondag en in je leven maak je er ruim vierduizend mee. (En als je van zestig jaar ‘bewust’ leven uitgaat ruim drieduizend (15-75).) Dat zou deze zondag als 0,03 gevolgd door een oneindige hoeveelheid drieën procent van al je bewuste  zondagen maken. En alle zondagen deze maand (de andere zondagen van je waren immers ook niet noemenswaardig) toch één duizendste van je leven.

Tot morgen. Prettige dag verder!

Reflectief

Pas toen we verslagen op de grond lagen beseften we het. De gemiste kansen van vroeger. Alle momenten. Alle tijd die aan ons voorbijgeschoten was. Als een vallende ster in die hemel. Ik wou het graag overdoen. De kennis vooraf tot m’n beschikking hebben; niet dat ik er iets nieuws van leren zou. Wel dat je die kansen anders invullen zou. Nog meer en meer en beter. Omdat de meeste kennis toch maar nutteloos is.

Zo een gedachte schiet van tijd tot tijd door je hoofd, totdat je weer teruggaat naar de alledaagse stress en bezigheden. Dan participeer je weer volop mee in het leven en kun je lekker door. Maar wat nu als stilstand geen achteruitgang maar reflectie is, en die reflectie voor vooruitgang zorgen kan?

Verzekerd.

Men neme:

  • Een glas water;
  • Een laptop.

Geen goede combinatie, indien een niet nader genoemde persoon maar gemakkelijk te raden eerstgenoemde omstoot waardoor het over het bovenstaand laatstgenoemde voorwerp valt.

Dan merk je opeens dat:

  1. Een ondiep toetsenbord vele malen fijner typt;
  2. Je typen op een Qwerty-toetsenbord verleerd bent;
  3. Ouder trager betekent. Zeker weten.

De automobiliste heeft chlamydia

Zo is het. In welk land we ook verdwalen. Zeg iets. Zeg iets! Dan neem ik het op zodat ik het in mijn iPod stop. En als wij dan lang vergeten zijn, kan ik je lieve woorden door de wind van het strand verstaan. Mee playbacken, wiegend door die storm. Te overleven, misschien uit angst voor de verandering.

Dan is het samen totdat we het geld tellen moeten. Of omdraaien. Dan wordt het tweedehands belabberd; niet dat we er voor gekozen hebben. Sommige dingen gebeuren ‘gewoon’, tegen het beter weten in. Alsof jij wel wist waar je het zoeken moest. Benauwdheid. Snijdende cd’s en te strakke riemen. Hangende wekkers in liggende kasten.

Misschien is de balans wel heel simpel. Eten werken ontspannen slapen.

Het meisje in de trein

Er is maar één uitweg voor levende wezens als deze: doodgeslagen worden of naar buiten door het raam.

Fruitvliegjes

Natuurlijk heb ik geen commentaar. Ik liep van Hoek van Holland naar Scheveningen. Onderweg, of eigenlijk was ik nog niet eens in een trein gestapt:

‘Hoi Meisje van de trein, ik weet dat je in het bezit bent van een brein. Een intellectueel gezicht, met de weerspiegeling van de laptop op je gericht, kreeg ik mijn ogen niet van je gericht, schijf ik aldus hier dit gedicht.
Wow echt, die donkere ogen en dat donkere haar; hoop ik dat ik je nog eens mag zien staan daar.’

Heb jij wel de juiste schoenen aan?

Wij denken van niet. Badend met een badeend door zout water dachten wij te constateren dat de schoenen die je droeg veel te hoog en puntig voor je waren. Ze pasten je dan wel, maar waren toch onpasselijk, stiekem. Natuurlijk hielden we onze lippen gesloten. Al heerste er ook angst om de volgende Mexicaansegriepslachtoffertjes te worden. Want het is ook niet zo dat die hype al overgewaaid is.

Wij denken nog steeds van niet. We vlogen vliegend smaak- en tijdloos van A naar B maar beter werd het niet. Toen ging je ook je oren dichthouden, bang dat het daar ook naar binnen zou komen. Je gaf weinig weerstand toen je stond te staren naar het plafond — waar wij je nog steeds onweerstaanbaar lekker vonden. Je gaf niet toe: geen kicks om ons te wijzen op alle gemaakte fouten.

Wat liep je zo toch lekker langzaam door.

En als je dan vergeten wil:

Ga direct naar de strand. Ga niet langs “Start”. U ontvangt geen handdoek, zwembroek of strandbal.

Alleen hoogwater.

Infatuation

Woorden die er niet meer zijn. Ze schieten pijlsnel, als rusteloosheid in een kille nacht van verloren of geraakte mensen. Misschien ben ik het wel die traag is. Niets doorheeft, slechts doorleeft. Waar is je bril? Waar is je bril? Wellicht ik. Áltijd ik die jou.

Terwijl er geen altijd bestaat. Het is irrationeel. Het is niet perfect. Het is niet waar. Het is niet voor altijd.

Naïef is alles wat het altijd is achteraf.

‘Smoking hot’

“So can you like, introduce me to her?”

“Dude! I already have, but you did not see. Blinded by the foolishness of beauty you once judged her as ugly. I might not be a God myself but boy, she is beautiful.”

As we all realise at some point in our lives: it’s all about the exterior. What we show to other people. But the look on our faces graduated from high school long ago. However, sometimes I think yours never made it through Kindergarten for some reason now clear to me, because you will always be unknowing. Did you know that your name is actually called after stupidity: having so much letters in common with it.

Maybe I shouldn’t judge either, but it’s so much easier than listening to your famous bullshit. After a while, all the old memories stir up: that the only time I felt fear was when you shivered, I hugged you until you had a fever, but I feared that never was I going to feel so close to you again.

Never did you shiver again.

Grumpel de Verschrikkelijke.

Dit is geen verhaal voor de watjes. Slechts de stoere bikkels van het jaar tweeduizend negen behoren deze woorden toe. Het is een verhaal uit het verleden, want iets schrijven dat ‘nu’ gebeurt is immers onmogelijk. (Het is an sich wel mogelijk, maar als het geschreven is, is het gebeurd en zodoende verleden.) Het is van evident belang dat de lezer lezen blijft, niet onderbroken wordt of anderszins geïnterrumpeerd., daar de woorden zorgvuldig gekozen zijn en alles minstens nul betekenissen heeft:

Grumpel de Verschrikkelijke is een vos. Hij ging iedere werkdag weer eekhoorntjes terroriseren. Zo werd hij ouder en ouder. Op een saaie zondag in maart stierf hij. Grumpel de Verschrikkelijke was een vos.

Een telefoon rinkelt de ratio

Nu de bekers gewonnen zijn kan er gerust worden. Eindelijk, na maanden een strijd tegen het onverbiddelijke, is er een winnaar. Winnaars eigenlijk, want verliezen bestaat natuurlijk niet meer in een massamaatschappij waarin alles sinds kort 2.0 is. Ze geven je de belabberde quote’s; “meedoen is belangrijker dan winnen”, of verliezen, in dit geval. Ook als ze liegen dat men slechts winnen kan weet ik mezelf nog te verliezen. Want je hebt het gekend. De kennis is ontoegeeflijk ondraagbaar en bovendien onomkeerbaar.

Je moraliseert dat we contact houden blijven in plaats van van. Pijn? Nee. Niet meer. Meer een zwakte. Een opzwepend melodietje zoek ik uit. Maar uit alles wat ik hoor blijkt het ritme van ‘ons liedje’ — of blijft. Je wist raad met alles, kameraad. Maar waarom je verlaten naliet blijft een raadsel. Ik vergiet je in honderd stukken. Slaap meedogenloos het klokje rond. Om dromen niet te denken en slechts te wachten op wat komt.

De kaarten zijn gespeeld, dus wat valt er dán nog te pesten. Of komt hartenjagen eens te meer vandaag weer niet aan bod. Liefste lieveling, wat je me aanbood was prachtig. Maar wellicht is het leven zo zonder jou een stuk rationeler.

Ik zou nog bijna geloven dat ik het was die jou verliet.

Schaapjes op een valreep

Het schreeuwt om aandacht. Net als de rest van de levende wezens. Maar toch, het is anders als ik weet dat zelfs je tandenborstel van het huismerk van de Albert Heijn is. Taalkundig cruer als ik dit weet door het huiswerk wat we samen deden. Nu doe jij thuiswerk en ben ik het studerende jochie. Waarom kan ‘crudity’ niet mooier zijn dan ‘cellar door’? Goddank dat Engels onze taal niet meer is.

Ik flikker blind een zak brood in mijn mandje (saillant detail: AH). Ik kom een keer thuis en wil eten, dus dan pak je de aanschaf. Het leest het pictogram van een blauw klavertjevier met de tekst: ‘bewuste keuze’. Inderdaad. Het had écht geen andere zak brood kunnen zijn.

En op de achtste dag bedacht ‘Hij’ Engelse drop. Gaat heen en eet, eet, eet tot u niet meer kanen kan. Echter, op de twee miljoen tweehonderdelfduizend vijfhonderdnegenenvijftigste dag wierp ‘Hij’ her en der een blik en bedacht zich gigantisch bij het zien van evenveel over- als ondervoede mensen. Eerlijk konden zij niet alles delen. Laten de mislukte interpretators dan zegevieren.

‘Moving up, moving down, moving standing still’

Vannacht wordt alles hetzelfde. Hoe het ruimtestation van ons was. Sinaasappels eten in de nacht. Handdoeken opvouwen alvorens ze in de wasmachine te stoppen. En als mijn cirkelzaag dan jouw nek bereikt. Jou uit je lijden, dat jij als leiden zag, te verlossen. In het donker dronken wij op onze paspoorten waar we overal mee naartoe konden. Toch bleven we braaf in het land van de dijken, boeren en vlaktes.

Blaas het deuntje met je mond. Op een ritme van het volk. Dat dom is, net als iedereen. Ze kunnen geen Engels bovendien.

Zonder een woord

Ben jij van de aardbodem verdwenen. Ik wou dat we naar dezelfde televisie keken. Jij bent uitzending vermist, in plaats van opsporing verzocht.  Waarom kan jij niet meer kaarten? Iets met een tafel.

Morgen. Overmorgen. Over drie dagen. Over vier dagen. Over vijf dagen. Over zes dagen. Over zeven dagen. Het verandert niet. Alles zou te laat en te goedkoop zijn. Jij blijft jij en ik ik.

Zoals ik je kende was het altijd muziekloos. Geen achtergronddeuntje van weleer. Misschien dat je daarom ook wel geen oproepen luistert. Of zocht je iets normaals? Saaiheid heerst klaarblijkelijk weer.

Ongewenst

Het vriest. Het is ijskoud maar iedereen doet alsof het warm is. Vooral het zeuren. Altijd het zeuren. De wijze man zoekt het in zichzelf, dwazen bijna vanzelfsprekend in anderen. Het zeuren over zeurende mensen, over hoe degene die daarover zeurt zelf een zeur is. Alsof warmte pijn doet.

Er lopen veel te ordinaire dames door de stad. Alsof de rode zon die hun zonnebrillen beschijnt al zegt wat hun leven is, wat het doet. Misschien wil ik juist wel weten wat hierna komt. Na de mens. Na de domme vrouw die ‘s winters lelijk bont dragen zou.

Ik heb lekker een schilderij op de muur. Een godgans mooi schilderij, waarin de man in zwart ‘s ochtends als de zon ietwat door de lamellen schijnt wit is. Ik houd ervan. Ik word blij van de schoonheid van de kleuren. De eenvoud en toch ook weer niet.

Floep. Daar issie dan. Een tekortkoming uit onveilige daden. Getekend voor het leven. Nooit meer vrij. Geregel plus pas op! Ik ben het niet, maar de meneer naast mij met een krijsend kreng des te meer. Die liefde schijnt alles goed te maken. Nou konijntjes, hop hop: op naar nummer twee!

Bezigheidstherapie

Er staan leugens in de gang. Te wachten om te worden verteld in een onderbelichte hoek op de iets te grote hoekbank. Het is niet dat negentig graden te scherp is, eerder het kruid dat ze op het bord van de tafel met eten hadden gestrooid. Alsof de maaltijd eerst nog smelten moest. Het was geen nagerecht.

We zijn bezig met iets. Onderdeel van. En van alles hebben we veel. Zelfs van woorden. Voor sommige hebben we twaalf synoniemen, terwijl er voor andere dingen niet eens woorden bestaan. Zo blijven we bezig.

Gij zult achter aansluiten

En we mompelen. Weten ons een weg tussen andere mensen heen te slalommen. We racen niet met een wagentje, maar lopen slechts met het mandje. Alles wat we voor nu nodig hebben past daar immers in.

De finish is altijd een verhaal apart. Want wie gaat er betalen. Het is simpel. Beiden noemen we een bedrag van de te betalen boodschappen, en wie er het dichtst bij zit gaat vrijaf. Zo leerden we weer hoofdrekenen want boodschappen blijf je doen. De caissières keken vaak vreemd als we allebei met onze pinpas in de aanslag stonden en we pas besluiten konden wie als ze het bedrag noemde.

Laat je verassen

Onderwerp uzelf aan het volgende gedachte-experiment:

U loopt op een niet nader gespecificeerde locatie en opeens komen er van achteren mensen aan u voorbij gerend. Nu zijn er twee opties. Eerste achterom kijken naar hetgeen waar deze mensen vandaan rennen (en daarna het besluit laten volgen om mee te rennen), of meteen meerennen. Wat kiest u?

De crux zit in het feit dat het eerst inspecteren van de situatie het risico met zich meebrengt dat u te laat bent. Echter, het verstand op nul zetten en meerennen is hét voorbeeld van kuddegedrag, een massakonijntje dat lekker deelneemt aan de gekte.

Om het te concretiseren: stel dat er achter u een voor u geruisloze vuurzee gaande is. Dit kan het geval zijn bij het dragen van een koptelefoon, dat is immers een situatie die heden ten dage voorkomen kan.

Altoos weer

Ooit heb ik gesproken:

“Dit land, nederig Nederland, behoort toe aan de slimmeriken. Want wat wij kunnen is onvoorstelbaar. Alleen de beste van de beste behalen de top, we maken louter hoogwaardige televisieprogramma’s. We zijn vredelievend, eigenlijk is de politie een beetje overbodig want we stelen niet. Of slechts digitaal, maar wie weet dat nu.”

“Dit land, mieterig Nederland, het land waar Mexicaansegriepprik één woord is (jazeker). We zijn natuurlijk allemaal hoogbegaafd want men zou eens dom zijn. We kennen de slimste regelingen, geen verspillingen, niemand gooit afval nog op straat en alles loopt perfect. Iedereen is groen en CO2-neutraal. De claxon is zelfs uit de auto’s verdwenen: niemand gebruikt hem nog want alles loopt zoals het hoort. (In dit geval: rijdt)”

Dit betoog hield ik tegen haar. Ze knikte instemmend, maar vond het helaas nodig er aan het einde toe te voegen: “Ja maar Jaap, jij hebt makkelijk praten want jij bént slim.” Dat was enorm jammer, want daaruit bleek dat ze geen woord van mijn verhaal begrepen had.