Compleet
Storen mijn woorden je? Of blijft het voor altijd de onschuld op sterk water in het hoekje van het biologielokaal waar ik al jarenlang niet geweest ben?
Ik rijd met ruim honderd door de bebouwde kom. Ik voel me niet echt schuldig, zoals schuldig voelen horen moet. De kindjes die verderop spelen en onderdanig aan mij, of eigenlijk mijn voertuig, zijn geworden. Ik heb het ooit allemaal kunnen geloven. De stoplichten in de lucht tonen mij en mij alleen groen, al staan ze op rood. In de arrogantie van alledag rem ik uiteraard niet. Want wie gebruikt ze nog?
Het is wennen aan maart. En dat is vreemd als het alweer bijna voorbij is. Maar het is vooral blijdschap en tevredenheid, een klein stukje stabiliteit, bovenal nog een poging tot gelukkig zijn. Ik doe niet meer aan nagelbijten, mijn naar alle waarschijnlijkheid ongezondste gewoonte. Sinds een paar weken. Ik kan het hoe en waarom niet zeggen of uitleggen.
Het is wennen aan maart. Ik heb vanmorgen onder de douche gestaan voordat ik gegeten heb. En daarna poets je uit gewoonte je tanden, terwijl je pas na een seconde of tien beseft hoe zinloos het eigenlijk is als je nog ontbijten moet.
Laat het de zon zijn die nu direct is gaan schijnen in mijn kamer. Laat het wennen aan maart zijn. Maar laat het meer nog dan dit, laat het blijven.