De grote ‘4 maanden later’
Poëzie is voor de watjes. Krijgen wat we willen is niet gelijk aan krijgen wat we nodig hebben. Wat heb ik geleerd? Op 1 november schreef ik in een boekje:
“Ik loop een onbekende vloer in een nog wat vreemde stad. De muur kent pas sinds twee uur weer een poster en gluurt glashelder sneeuwwit naar de nieuwe bewoner. Alle inhoud is hier nieuw, eromheen staat de decennialang gevestigde orde al. Onbekende geluiden rijden in en uit de straat, soms ook door het huis.”
Ik kan koken, of iets wat erop lijkt. Instructies van een pak opvolgen kan iedere gozer. Wassen, kopen, leven evenzo. Er is natuurlijk niets spannends aan. Uiteindelijk heb ik weinig meer in dat boekje geschreven na de eerste twee weken. Maar het verandert niets. De dagelijkse dingen zijn anders, maar toch hetzelfde gebleven. Eten blijft eten. En computeren computeren. (“Het woord ‘computeren’ staat hier misschien onopzettelijk tweemaal. U kunt een van beide beter weglaten.” — o jee!) En toch is het daar waar ik woon, zal het vooralsnog altijd in herinnering blijven. Alles, of het meeste van dat alles.
Maar wat leert die zelfstandigheid? Genoeg. Maar het grotere plaatje is toch helemaal hetzelfde gebleven? Ach. Zo is het. En nu? Tijd om te studeren, of een fatsoenlijke hobby te zoeken.