Mis

Ik wil geen scheurkalenderwijsheden meer.

Regen

“The words are scrambled but not unreadable.”

Ik wil regen. Storthagel. En dat ik daar dan doorheen lopen kan. Boze en geërgerde mensen kijken. Ze uitlachen, echt uitlachen totdat ik niet meer lachen kan, omdat ze stom en beperkt zijn. Vervolgens ooit een keer zeiknat thuiskomen en een warme douche en chocolademelk.

Ik weet dat het niet regent nu. Maakt dat het anders?

Enkelvoud.

Vurende elektronica, nullen en enen, vormen pixels, pixels maken vervormde letters, die gegroepeerd woorden maken die in zinnen tussen andere zinnen met leestekens op een computerscherm verschijnen, alwaar ze gelezen worden door de lezer in zijn of haar kamer die weer onderdeel is van een huis in een straat, waarschijnlijk samen met andere huizen en met nog veel meer straten vormt dat een wijk(je) in een dorp of stad, die vervolgens samen met andere steden en dorpen uit de omgeving de provincie vormen waartoe zij behoren, veelal samen met andere provincies die dezelfde taal spreken vormen zij een land en zo zijn er heel heel veel landen, de conjunctie van al die landen vormt planeet Aarde, de Aarde zit in ons zonnestelsel die deel uitmaakt van de Melkweg, ons sterrenstelsel, en deze bevindt zich uiteindelijk weer in het universum.

En zo ga je in één onmogelijke zin waarin veel komma’s vervangen hadden kunnen worden (!) door punten van best wel klein naar best wel groot. Niet omdat het zo bijster boeiend is. Wie wil die zin grammaticaal en taalkundig ontleden? Wel alles benoemen! Precies. Je denkt hetzelfde als ik! Zo is er toch een beetje gelijkheid op Aardlief.

Klimrekhangen

En als dat zo is. Waarvoor? In detail. Zonder stoer doen en mantels van onbezonnenheid. Gewoon rauw. Meer nog dan huilen zal ik luisteren. Naar alles en meer nog dan dat. Dat ik chronisch te snel ga is me al bekend, wist ik maar hoe ik ermee omgaan kon.

Ik spreek driehonderdzestig talen naar je rond.

Maar zolang we nog kunnen lachen. Zolang we samen nog kunnen blijven lachen is het goed?

Dan kan ze toveren

lieflijk bezeten
zaten mij en ik daar

te wachten te denken te peinzen begrijpen
de waarheid bewijzen

omdat dat was waarom het draait
al wist alleen de wind

niet van het draaien maar wel het waaien
dacht ik zo niemand nodig te hebben

terwijl het altijd iemand is
die woorden beter nog dan ik

lachen kan toveren
en betoverend lachen kan

Finally

Mijn telefoon is in twee stukken gebroken. Onbereikbaar dus, voor eenieder die mijn stem horen kon door het drukken op een toets.

Een fluisterend begin

ik weet je handen
en hoe ik door je haren

hoe we zaten waar we waren
of misschien wel nooit geweest zijn

blijf je praten?
ik blijf luisteren

of anders andersom
voor nu en al

tijd is al we hebben
wellicht een valse start misschien

Compleet

Storen mijn woorden je? Of blijft het voor altijd de onschuld op sterk water in het hoekje van het biologielokaal waar ik al jarenlang niet geweest ben?

Ik rijd met ruim honderd door de bebouwde kom. Ik voel me niet echt schuldig, zoals schuldig voelen horen moet. De kindjes die verderop spelen en onderdanig aan mij, of eigenlijk mijn voertuig, zijn geworden. Ik heb het ooit allemaal kunnen geloven. De stoplichten in de lucht tonen mij en mij alleen groen, al staan ze op rood. In de arrogantie van alledag rem ik uiteraard niet. Want wie gebruikt ze nog?

Het is wennen aan maart. En dat is vreemd als het alweer bijna voorbij is. Maar het is vooral blijdschap en tevredenheid, een klein stukje stabiliteit, bovenal nog een poging tot gelukkig zijn. Ik doe niet meer aan nagelbijten, mijn naar alle waarschijnlijkheid ongezondste gewoonte. Sinds een paar weken. Ik kan het hoe en waarom niet zeggen of uitleggen.

Het is wennen aan maart. Ik heb vanmorgen onder de douche gestaan voordat ik gegeten heb. En daarna poets je uit gewoonte je tanden, terwijl je pas na een seconde of tien beseft hoe zinloos het eigenlijk is als je nog ontbijten moet.

Laat het de zon zijn die nu direct is gaan schijnen in mijn kamer. Laat het wennen aan maart zijn. Maar laat het meer nog dan dit, laat het blijven.

Schommelen

Maar misschien wil ik wel spelen in het donker? Schommelen. Schommelen is wat ik nog meer wil. Voordat alles anders is geworden. Maar nee. Ik loop koud met mijn groene boodschappentas richting wat ik thuis ben gaan noemen voor de tijd die ik er zit.

En dat er uiteindelijk toch iets meer verandert dan waar je dacht dat het hetzelfde zou zijn gebleven. De vragen maken meer ‘sense’, of ben simpelweg meer tevreden met de antwoorden dan voorheen.

1/24

Because if I could do it again, I would do it exactly the same.

Over( )denken

Er staat een man in de gang. Waarom? Omdat het rijmt. Of omdat ik vind dat het rijmt, want dat schijnt tegenwoordig ook interpretabel te zijn. Man rijmt op gang. Duidelijk? Maar zou ik wel menen wat ik nu beweer?

“Why do you find it so hard to believe? — Why do yóú find it so easy?”

Wat moet men met een mango? Opeten dan? Nee dan een peer. Beide? Tegelijk? No way! Je hebt monden van mensen. Of de gedachtes van de spinsels van het brein. Die ja! Die er anders over denken. Zonder het te overdenken.

Dat is het dus

Vanzelfsprekend ben ik een groot fan van mijn eigen werk, maar soms is er even een uitstapje nodig. Onderstaand gedicht is van Dolf Jansen uit de voorstelling Hoogwoord van Lebbis en Jansen.

het is niet dat je ogen prachtig tranen in de wind
of stralen in de zon
het is niet jaren zoeken voor ik zeker wist: ik vind
alsof dat eerder kon
het is niet dat je lacht om wat ik grappig heb bedoeld
of huilt om mijn verdriet
het is niet wat je zegt of wat je denkt of wat je voelt
niet wat je mist of ziet

het is dat jij het bent

het is niet de Pacific met die surfers op hun rug
het is niet de woestijn
het is niet Coronado (San Francisco) met zijn best wel grote brug
geen park geen pas geen plein
het is niet de Grand Canyon, onwaarschijnlijk vergezicht
geen boardwalk langs de zee
het is niet eens Death Valley: zand en zout en hitte, licht
‘t is zeker niet L.A.

het is dat jij er bent

het is niet het verliefd zijn of de rupsen in mijn maag
de wankel als ik sta
‘t is niet het moment dat mijn buik zacht de jouwe raakt
of op verzoek je rug
het is niet wie of wat ik ben of heb gemaakt
‘t is zelfs niet nooit meer terug

het is dat wij het zijn
het is dat wij het zijn

Ja

Ik wil geen leugens meer. Van stoer doen hoe we zijn of wat we ooit eens waren in een tijd hier ver vandaan. Van wat als en evenzo wat als als je net zoals haar. Wat ooit slim was is nu dom geworden, of dat altijd al geweest. Schreeuwen misschien. Zo hard. Wat als dat kon. Wat als niemand het zou horen. Middenin het bos. Zomaar. Plots. Opeens.

Ik mis de leugens. De antiwaarheid op een stereoinstallatie van onbegonnen zwaar werk. En hoe we elkaar dan voort zouden duwen door de zoute zee op wielen. Dat we roepen, dingen van gestructureerde chaos. Waarom. Alleen het waarom. Omdat waar te mooi is om te zijn? Spreek geen woorden van onbezonnen desinteresse. Ik doe ook alleen maar het verprutste Nederlands van tiradeloze verloedering.

Wrong side of the tracks

Afgelopen weekeinde ging ik allereerst in de richting van Utrecht vanuit Den Bosch met de trein. Meestal ga ik richting Eindhoven. Nu stond ik dus aan de overkant, gevoelsmatig de verkeerde kant, van het spoor. Op deze vrijdag de dertiende maart liep er een man zonder jas richting een bankje terwijl het daar lang niet warm genoeg voor was. Een andere, ietwat sippe man, hield een bos bloemen naar beneden, de sliertjes die eraan hingen sleurden over de grond.

Een trein. Is het al zó laat? Ik dacht dat ik tien minuten te vroeg was. Instappen. Niet weten wat er komen gaat. Reizen. Een film uiteindelijk, al was die bij lange na niet het mooiste van die avond.

Krijs Die Tijd

tijd springt gewetensloos voorwaarts
stappen tellen dagen doelloos voort

begriploos lees ik mee met de post
check de in gewoonte verstopte e-mail
altijd ongewenst zwanger van de klok

ze speelt troostende akkoorden in mineur
terwijl we de relativerende stenen stelen van dat wat voortgaat

kijk uit de trein van het raam
wil een noodrem trekken
of de deuren voorgoed sluiten

morgen duurt altijd langer dan vandaag

7307 & verzamelen

“Misschien een dag uit duizenden. Ik ben vandaag zevenduizend driehonderdenzeven dagen oud. Het is dat het vandaag is. En dat ik de avond nog niet beschrijven kan.”

Sommige mensen verzamelen postzegels. Anderen theezakjes. In deze blog verzamel ik munten en ben ik getrouwd, want dan heb ik een leuk verhaal. Het was zoals in ieder mooi verhaal een pracht van een lentedag. Het was etenstijd, rond zes uur, want dat is altijd de tijd waarop ze langskomen. De deurbel ging en het was collecte. Ik zat op zolder, mijn vrouw deed open. Voordat ik verder vertel is het van belang dat ik uitleg dat ik die middag op de muntenbeurs een paar bijzondere buitenlandse meerwaardeherdenkingsmunten op de kop had getikt. Ik had ze echter nog niet verder behandeld en gesorteerd, ze zaten zo lang nog in de jas die op de gang hing. Ook dat laatste is een belangrijk detail in de volgende oneliner. ‘En dat je vrouw dan geld aan de collecte geeft en blind wat geld uit je jaszak pakt.’

In deze ruimte is roken niet toegestaan.

alle honderdduizend
van dingen die we niet zouden tellen

vertel de schijn dan
je blokkendoos op ontevredenheid

in de troost van liedjes of het
schrijven van de mietjes

wat wat wat, wat is het dan?
een schuld van nooit meer simpel zijn

vlieg de winter, neem ons gebrek

1: En dan ga je uit elkaar

Het besluit harerzijds was plots. Alsof springtij me meevoer op de normaliter kalme Neerlandsche zee. Ten ondergaande bladerde ik door onze digitale fotoalbums. Voelde slechts de geruisloos woekerende pijn van een nare stilte van niet meer bij me zijn. Dat ze geluk zonder mij vinden kan. Vreemde handen haar lichaam betasten mogen. Ik die niet meer in haar leven behoor, het missen dat wissen worden moet. Tevergeefse pogingen tot doorgaan. Door naar wat gaan dan?

De dagen des levens verdoofden alleen tijdens comateuze weekeinden. Nooit op de simpele werkdagen. Of de gemakkelijk op te warmen eenpersoonsmaaltijden van zogenaamd welzijn. De Wereld Draait Door op tv. Cru, als je eigen leven aan het doordraaien is. Doordat de meeste activiteit en het verdomde denken samen door een deur past, nooit was het de soelaas.

En dan opeens is er een dag. Een dag waarop men ’s ochtends wakker opstaat. En alles anders lijkt.

0: Proloog

Ze speelt een leugen in mineur terwijl haar voetsporen die achterblijven de dagen tot de dood markeren. Hij rent met zijn leven door druppels van water, het zweet dat noemenswaardige gebeurtenissen zijner leven benadrukken.

Tezamen schijnen zij, onsamenhangend doch gelukkig, elkanders zenuwen te slopen met de kalfjes van de koetjes. Vervolgens hebben ze de warmte van de rücksichtsloos gemaakte seks verbannen naar de hoek van, louter ter verbreking van al dat wat altijd doorgaat: het ritme dat schrijnend door de klok verworven is.

Het leven is simpel zonder nadenkerij. Dit intellectuele stel poogde tevergeefs een vorm van betekenis aan leven te geven. Maar het ontstane warrige nihilisme leidde tot een sleur van hedonisme. Het emotieloos eten, de oppervlakkige activiteiten van weleer. Maar de behoefte tot een betekenisvol leven werd er niet mee weggedrukt, alles dat ontstond was een gedachteloze balans van zogenaamde voldoening.

Onredelijkheid

Ik wil best met mensen in discussie gaan. Mijn excuses aanbieden als ik iets fout doe. Maar dan moet ik wel iets fout doen, ik kan me niet excuseren voor iets dat bijvoorbeeld alleen mijn mening is. Want dat is hoe ik denk. En dat lijkt mij ook gewoon logisch.

Toch zijn er mensen die er anders over denken. Zelfs slimme mensen gaan er jammerlijk genoeg soms triestig mee om. Daar stond ik laatst nog wel het meest van te kijken.

Zoals met alle dingen, er is geen manier om de eerste keer te wissen. Maar wel om het de volgende keer beter te doen. “There isn’t time to do it right but there is time to do it over.” Snap je?

Ruzie, het meningsverschil of alles dat onbegrepen bleef.

Spreken of niet

Waarom zou je dingen ongezegd laten als je weet dat je maar een beperkte hoeveelheid tijd tot je beschikking hebt? Dat vraag ik me weleens af. We draaien toch allemaal rond de waarheid heen, niemand schiet driemaal de triple twenty. Laatst kwam er iemand met een fatsoenlijk tegenargument: “Wat als we nou nooit dood zouden gaan, zouden we dan ook niets meer uitspreken?” En ik die geen woorden meer had. En dat is ietwat frappant, want meestal bezit ik wel een tegenwoord.

Bedankt Eden ;)

De grote ‘4 maanden later’

Poëzie is voor de watjes. Krijgen wat we willen is niet gelijk aan krijgen wat we nodig hebben. Wat heb ik geleerd? Op 1 november schreef ik in een boekje:

“Ik loop een onbekende vloer in een nog wat vreemde stad. De muur kent pas sinds twee uur weer een poster en gluurt glashelder sneeuwwit naar de nieuwe bewoner. Alle inhoud is hier nieuw, eromheen staat de decennialang gevestigde orde al. Onbekende geluiden rijden in en uit de straat, soms ook door het huis.”

Ik kan koken, of iets wat erop lijkt. Instructies van een pak opvolgen kan iedere gozer. Wassen, kopen, leven evenzo. Er is natuurlijk niets spannends aan. Uiteindelijk heb ik weinig meer in dat boekje geschreven na de eerste twee weken. Maar het verandert niets. De dagelijkse dingen zijn anders, maar toch hetzelfde gebleven. Eten blijft eten. En computeren computeren. (“Het woord ‘computeren’ staat hier misschien onopzettelijk tweemaal. U kunt een van beide beter weglaten.” — o jee!) En toch is het daar waar ik woon, zal het vooralsnog altijd in herinnering blijven. Alles, of het meeste van dat alles.

Maar wat leert die zelfstandigheid? Genoeg. Maar het grotere plaatje is toch helemaal hetzelfde gebleven? Ach. Zo is het. En nu? Tijd om te studeren, of een fatsoenlijke hobby te zoeken.

What’s bugging you?

Mensen zeuren. Rozen geuren. Levens fleuren. Zwervers meuren. Smaakpolities keuren. Potloden kleuren. Ik? Ik sloop deuren. En dat is een zelfstandige metafoor. Speel ik nu door voor de koelkast?

Of moet je stoppen als je bent waar je naartoe ging? Maar waar moet je dán nog heen?

An end of times…

Het begon allemaal met een filmpje. Een seconde of dertig van gruwel. Al snel raakte de videosite overbelast en het filmpje werd van de website gehaald. Maar voor iedere webpagina die op zwart ging kwamen er twee bij die het filmpje ook aanboden.

Lichte pianomuziek streelde zijn oren. Met ogen dicht genieten van fantastische muziek. Tezamen met een kwart zak drop en een glas sinaasappelsap in de nog jonge lentedag was het een poging tot puur geluk.

Google kon het niet meer censureren en zoals een heidebrand op een warme zomerdag al het gras om zich heen verbrijzeld, zo ging dit filmpje van scherm naar scherm, om de onwetenden van de middag ongekend onplezierige onvatbaarheid te bezorgen.

Het glas was leeg en inhoud van de zak naderde alweer de bodem van zijn maag. Het te lezen artikel lag nog dicht op het bureau. Te wachten op de vingers van. Te wachten op opengaan. De mobiele telefoon ringelt. Of de hij-figuur uit dit verhaal het filmpje uit de eerste en derde paragraaf al gezien heeft.

Het is ook niet dat ik het allemaal weet.

Taal

Jeej. Ik zweef weer ergens tussen. Soms kots je nu eenmaal op de metaforen, omdat de simplificatie niet werkt of onrealistisch is. En soms is het gewoon een overkill aan onnozelheid. Waarom bestaat het woord bovengemiddeld wel maar het woord benedengemiddeld (of ondergemiddeld) niet? Statistisch gezien zijn er toch (…), punt duidelijk. Lang leve taalpurisme.

Taalpurist
Cartoon door Nozzman.nl