Vaart
Door oude spullen die een jaar in de opslag hebben gestaan kwam ik deze tegen. Het kaartje heeft jarenlang in Rosmalen op mijn prikbord gehangen. Geweldig hoe het nog steeds ‘altijd & overal’ actueel blijft.

Door oude spullen die een jaar in de opslag hebben gestaan kwam ik deze tegen. Het kaartje heeft jarenlang in Rosmalen op mijn prikbord gehangen. Geweldig hoe het nog steeds ‘altijd & overal’ actueel blijft.

De leukigheid is weg, het nieuwe eraf. De mensen zijn mensen met wie ik eigenlijk niets heb. En alles rondom lacht en giert, kent geen eigenlijk geluk maar slechts de roes van onwetendheid. Ik speel alsof ik sterk ben. Wil onomstotelijk anders zijn maar ben dat geenszins. Mooie dromen wennen maar alles daar is nep. Echt is de pen en papier die de beschaving vastleggen, de maatschappelijke context waar we doorheen drijven.
Toch blijft het fijn, ergens.
betekenisloos geworden licht deserteert de zon
ze speelt in de schaamteloze spot van abc
parodiërend op al dat ooit lief en aardig was
ik zag slechts hoe ze was toen
niet het bedolven geworden van
onder alles wat ze nooit gevoeld heeft
een kapotte stekkerdoos
of misschien een paar ondankbare ogen
maar nooit weer de cadans van gewetensloos verlangen
Daar heb je dan miljoenen jaren van evolutie voor opzitten. In het geschiedenisboek vroeger zaten twee holbewoners in een grot met een zojuist geslacht stuk rund aan een kampvuur. Te overleven welteverstaan. Het gaat wellicht over survival of the fittest, al wisten ze dat toen nog niet. Eenieder die zich het best kon aanpassen aan de omstandigheden overleeft. (Ik word omver gegooid met het feit dat het Darwinjaar is op de universiteit.)
En toen was er Carnaval. Een massa mensen in konijnenpakken dronken over straat door kroeg. Je snapt het?
Na duizenden treden van het trappenstelsel te hebben belopen zijn de meeste dingen wel boven ofwel beneden. Wel handig, drie hoog met een vooralsnog niet werkende lift! En dan reis je vervolgens weer van Oeteldonk naar Lampegat af (en dat heb ik niet bedacht!) om even te ontstoffen.
Ach, het verhuizen zelf went toch nooit.
Je kan veel van muziek weten. Of films. Evenzo voor andere vormen van media. Sommige mensen lezen iedere dag de krant. Anderen slechts eens per maand een tijdschriftje. Er zijn boeken die goed zijn. Een deel daarvan beter dan een ander deel. En we ontwikkelen allemaal onze voorkeuren.
Wat wil je dan? Beter gezegd: wat wil ik dan? Dan ben je de wiskundige beredeneer-vakken meer dan zat, krijg je dit semester louter lees-vakken, is het weer niet goed. Tien punten voor onwetendheid.
…will — at the worst possible moment.
And I can’t fix it. Viva la vida?
ik weet niet hoe ik sturen moet
kijk de kastjes aan de muur
toch scherven stelen van de wind
passief loop ik door het leven
vervreemd van alle behoudende
ik traan een bureau nat
so easy yet so hard
leven we samen perfect
alleen naast elkaar
Ik neuzel onnodig in zaken die me niet wakker laten liggen. Ik wil iets doen en het mag niet. Er staat ‘Nee’ en een groot rood kruis voor.
Ik wil m’n telefoon al maandenlang stukgooien. Op de hardheid van onbevangen stenen. Op het ijzer van de rails. Vanaf de tiende verdieping naar beneden laten vallen. Opeten. In tweeën delen. En telkens weer doe ik het niet. Ergens moet het toch zinvol zijn er één te hebben?
Vertel me waar. In alle opzichten. Ik zal luisteren.
Lieve onbekend,
Ik hoop dat je mijn website kent.
Vandaag de dag ben ik aan het verhuizen,
Dus kunnen onze wegen niet kruisen.
En dat alles een nodeloze actie van je toneelvereniging is.
Niet alles is poëzie. Sommige dingen zijn ruwweg handel. Andere dingen koud of warm. Niemand interesseert het ook. We kunnen niets meer vooruit plannen want alles gaat per lastminutesms. En mensen verwachten klaarblijkelijk nog steeds van sommigen dat ze er binnen no time antwoord op krijgen. Want dat is de maatschappij, dat is wie we zijn en dat zijn de regels waarbij het allemaal gebeuren moet.
So be it.
Maar ik be dat niet.

Het is vijf uur ‘s nachts en ik kan niet slapen. Ik wou dat ik wist wat ik doen kon. Niet per se om in slaap te komen. Soms weet je het, maar veelal niet. We doen maar wat.
We lopen een stel colleges af, alwaar de ‘lecturer’ in kwestie een verhaal houdt en ons vooral meegeeft dat we de stof te allen tijde bij moeten houden, vanzelfsprekend. Maar zijn ze, wij ook, niet allemal beperkt naar gelang het eigen straatje? Ze proberen het er bij de opleiding die ik doe wellicht uit te slaan, maar is dat dan weer niet onze beperking? Dat we niets louter technisch of maatschappelijk kunnen zien, terwijl dat ook best wel eens vereist zou kunnen zijn in sommige situaties.
Past alles niet ook maar tijdelijk bij ons doordat we niet even snel bewegen kunnen als dat wat rondom ons aan het gebeuren is?
Wie maakt wat onschadelijk in het oog van de tijd? Wie waar dan ook ter wereld wint of verliest, doet het ons nog iets? We zijn zó goed in het oneerlijk verdelen van alles wat we hebben, dat we het op televisie uitzenden. En we vallen gesloten met open ogen door de mand uit de mouw.
Als ze wist dat ik aan haar dacht, zou het iets veranderen? Het is altijd het zoeken. Nooit het resultaat dat het geluk maakt, maar altijd het proces en de bedorven tijd uit hoogmoed, in tegenspoed bevangen door beloftes. Maar kunnen we überhaupt nog kiezen? Of beter nog: wat valt er nog te kiezen nu we weten wat we weten en alle overvloed aan kennis de regenboog grijskleurig heeft gemaakt.
En als de dag dan weer ten einde komt en plaats maakt voor de morgen die er nooit is, wat hebben we dan? Een dak boven ons hoofd, allicht als je dit leest. Het fruit of de twee koekjes te veel die je vorig uur naar binnen hebt geknauwd. En dan het slapen dromen douchen eten werken. Zijn onze levens loos geworden? Ik weet weinig meer dan dat. Ik trein je in gedachten mee.
Alsof het strand alle antwoorden heeft. Driemaal is alleen scheepsrecht als we erin geloven. Een bijgeloof op sterk water. Misschien heb ik wel de hele dag gezeten, niets wezenlijks veranderd. Maar niets doen is ook iets doen, en zitten ook maar een verkapte vorm van niet lopen.
Het is ruim twee weken geleden. Alles tussen toen en nu of nu en toen lijkt onwaar. Nog één keer alles opnieuw. Maar wetende dat hen geen een keer zijn zal, zit ik hier nu.
Ik wil slapen. Slapen! Liever dromen nog. En dat het dan een hele lange droom was. Vervolgens wil ik wakker worden. En alles honderdmaal beter doen.
Today isn’t any different.
ingesloten op de vijf
van num lock cijfers
temidden allerlei levens
zonder kennis enige bestemming
trein ik door het groen
tussen de rails van ijzer
geen lach geen kick
louter stil wachten tot
wij thans naderen
onze gemeenschappelijk eindbestemming
Opeens een kalmte van staakt-het-vuren binnenin. Van het eindelijk weten wat ik wil. De controle. Het intellect. Heerlijke muziek!
En dat dat dan weer over gaat.
En ik snapte het niet. Als je toch weet dat je je leven lang voorrang zal moeten verlenen aan voetgangers bij het zebrapad, wat is dan de zin van jezelf er in een blik met vier wielen over opwinden?
Ik gaf mijn voetbalkaartjes aan het blonde jochie bij de Albert Heijn, je kan ze immers niet altijd verscheuren. Hij zei niets eens meer dankjewel. Een paar uur later tikken er twee negertjes op m’n raam. Ik loop naar de deur en doe deze open. Of ìk voetbalplaatjes heb. Nee. Als je alles van tevoren weet…
A foolish game of running away. Like children attending kindergarten.
Running away doesn’t change anything. It only tells us what we’re afraid of. What we cannot face. And it is painful. Because the running is endless and endlessly useless. It won’t solve a thing. Yet we all do run away, from a friendship on fire. Or we try running towards a past we want so badly back that we’re actually running from it.
As with all things, it cannot be forever. So sooner or later, we have to stop running, and go on with our lives. Time is (and will forever be) limited. Running won’t change any of that. Never.
Eerder gepubliceerd op 9 mei 2008.

scherf dan in gedachten
sneeuw op zadel af
een kruimel niet
maar juist het zand
schrijven over het is dat
denk ik haar vanavond
sorry voor de snelheid
Ik blijf me soms over mezelf verbazen:
En toch zou ik mezelf (slechts?) als tevreden omschrijven, niet als gelukkig. Ik vind het eigenaardig. Ik lijk zo toch meer dan alles te bezitten? Het zal wel niet kwantitatief werken dan…
(Dit is officieel het bericht met het meeste voorkomen van de term ‘ik’!)

Edgar Allan Poe
Ik wil het delen. Niet met de wereld, maar wel delen. Wat ik doe of niet doe, door de dag heen. Wat er gepoogd wordt me te leren hier, maar op een manier die nooit werken zal. Het proces van A tot Z. Maar het kan niet. Op deze manier niet. Glas oprapen is zo verdomd moeilijk als je armen wagenwijd staan. Het werkt zo niet en het zal ook niet ooit werken zo. Dat weet ik best.
Ik wil het afsluiten, maar dat gaat vanzelfsprekend niet. Het is geen computer. Nu blijft er altijd de onbeslistheid van het niet weten en niet weten waarom. Ik schijn de vervreemde woorden van poëzie niet meer te begrijpen.
En ja ik was een sukkel en stom en irritant en. Het maakt niet uit hoe of wat ik ervan maak, het verandert niets aan hoe of wie ik was. Maar het beste werd in me naar boven gehaald, en ik was daar veel en veel te enthousiast op. Bedankt, ergens.
Laten we toch opnieuw beginnen wat niet kan…
‘t ademt slechts lucht
een idealistisch toekomst
beeld de illusies dag op dag
uit niet slechts de zon ‘s nachts
blijvend gevangen in adem van stramien
slaat het ritme dood
