De avonduren van Tromlombo
Ongeveer de helft van mijn leven geleden tekende ik het onderstaande:
Ongeveer de helft van mijn leven geleden tekende ik het onderstaande:
Helemaal niets
Verloren want zo kan het niet langer. Al weet je dat je je verzoent met de kwaadaardigheid en het toch weer gebeuren zal.
Net als de laatste keer dat je het afzwoer.
Morgen = gisteren = vandaag. Welkom in het leven! Ik tel jouw stappen. Waarin regelmaat eerder regel dan uitzondering is. Let’s go flying! En zeker weten dat onze koolstofdioxidevoetafdruk in de open haard plots verdwijnt.
Wat is er mis met gemiddeld? Waarom is het niet gemakkelijk? Je loopt met ideeën rond, daarom. Je behoeftebevredigingspatroon is stuk. Of was je achter de schermen toch die hedonist.
Ik had het kunnen weten.
Maar ik wist het niet.
Mijn vleugels zijn gebroken.
Jij weet niet wat oorlog is.
Ik dacht dat ik wist hoe het werkt maar ik had me nog niet ingelezen.
Jij weet niet wat vrede is.
Ik heb überhaupt geen vleugels.
Ik moet eigenlijk gewoon zeggen waar het op slaat, wat het is. Geen metaforen meer. Nooit meer. Maar alleen(!) de waarheid, luid en fucking duidelijk. Wat het is waar we naar op zoek zijn en waar we onze tevredenheid bij vinden.
Ik kan het niet. Ik kan sommige mensen de waarheid niet vertellen. Omdat het te direct is, soms te pijnlijk, soms te arrogant. Dat is misschien een probleem, als je steeds verder naar de oorzaak gaat en het onbelastende achter je laat. Omdat je het blijft analyseren en bekijken, maar je niet kan toegeven aan je conclusies omdat ze te strijdig zijn met hoe je dacht dat je dacht.
Ik houd van de manier waarop je je haar doet.
Als je maar lang genoeg even sleutelt, lijkt het weer zoals het zou moeten zijn. Maar al die verloren tijd die het kost om het te krijgen als het niet zo is als dat je het zou willen hebben. Het stapelt door als bij toverslag, de ‘niemand’ van gisteren die ook niet wist wie hij had kunnen zijn als hij niet geweest was zoals hij geworden is maar simpelweg iemand anders. (Zinnen schijnen leesbaar te blijven als deze niet meer, dus minder, dan twintig woorden bevatten, maar daar doe ik niet aan.) Dat tussen haakjes waren precies éénentwintig woorden (ik heb ze geteld…) en dat was zoals je had kunnen verwachten en misschien ook gedaan hebt: expres.
Ik heb een kleine verzameling aan onpersoonlijke kerstwensen per sms. Net te weinig voor een goede chicklit. Volgend jaar beter.
Je hoofd krijgt onbekende leugens mee. Je vangt ongewild iets op, in de supermarkt, bij het spreekuur, of op het dak van een trein die zojuist Den Haag HS passeert en er twee miepende meiden op het station staan te zwengelen. Je gaat bij de ander weg maar het helpt niet. Het tart je in je dromen en geeft je schaduw die zware zwarte glans.
Jij datete maar verloor de ‘moed der wanhoop’ (blabla etc.) kortom: cliché. Een hoop, dat zeker. Jij zit hier samen met niemand in het donker zonder zaklamp. Ik ben niemand. Jij zocht het licht, niemand de woorden.
Weggaan. Overstappen op de trein richting noorderzon. Verliezen. De deur sluiten. Afronden. Opnieuw beginnen. Ik denk dat het dit is waarvoor taal de meeste synoniemen heeft bedacht. Of hoe dat zo gegroeid is. Al ben ik soms wel benieuwd wie de woorden zo heeft bedacht. Dat ‘zo’ zo geschreven wordt, we weten wat het betekent maar nooit het waarom. Hoe je een brug kan slaan tussen die liefde en taal met nog geen halve alinea. Ik had ook appelsap kunnen drinken of een banaan kunnen eten, maar ik verkoos dit schrijven boven eten.
Simsalabim, ik tover niets wat ik bemin.
Helaas hebben wij moeten constateren dat alles om je heen uit kennis bestaat. Tien verdiepingen hoog staan computers opgesteld waar mensen dag in dag uit kunnen werken. Kunstmatige handelingen verrichten. Binnen gesloten muren, er kan een raam zijn. Ooit kom je thuis. Dan verwarm je groenten uit een zakje, vlees uit een bakje en lees je wat-te-doen uit een mapje. Eten. We hebben vuur en warm eten bedacht. Dat alles wat we hebben, wat we zijn, een opeenstapeling is van oorzaken en de gevolgen. Make-up en scheerapparaten. Onze tijd, ook mijn tijd.
Sommige mensen gaan met de trein naar hun werk, sommigen met de auto. Anderen met de fiets. Apparaten die ons helpen te komen waar we wezen moeten, waar we “horen te zijn” volgens de afspraak waar we (ooit) mee zijn ingestemd. Als je er bent maak je dingen voor andere mensen, en die andere mensen gebruiken het weer voor andere mensen en uiteindelijk is er een soort van subgod die het oké vindt. Iedereen gelukkig, iedereen salaris. Ik ook een keer.
Met muziek om je oren, een smsduim en bewapend met een digitale camera begeef je je in het openbaar. Drinkt en eet met vrienden, maar altijd slaap je alleen. Of heb je ooit degene die naast je ligt in je dromen ontmoet, iets meegemaakt, en als je vervolgens wakker wordt diegene hetzelfde? Ik gok op nee. (Daarom slaap je alleen. Hoewel je naast of op anderen liggen kan.) Zo gaan de dingen. Flitsen de uren, ook iets wat we bedacht hebben, voorbij. Omdat je dit lezen kan, tevens iets wat we bedacht hebben en we hebben leren moeten.
Totdat je beseft dat de zon die je lichaam verhit exact dezelfde is als waarmee de planeet ooit verlicht begon. Dat diezelfde zon de allereerste (domme? nee slimste!) ‘mensen’ ook bruinbakte. Het paard van Troje gezien heeft en weet of het monster van Loch Ness echt bestaat. De allereerste ijstijd nog heeft meegemaakt. Who wants to live forever? Ik kom er niet meer uit.
Broodroosters die kerstballen vernietigen. Plaats ze zorgvuldig op de betovering van Duplopoppetjes met koppijn. Andersom slapen, een doorgang van de hip kijkende mensen op televisie.
De muziek staat zo zacht dat de best gedaan moet worden om te weten wat er gespeeld wordt. Het is tijd om de computer af te sluiten, op te bergen en te vernietigen voor altijd. Bekijk de keuken en zie dat geen mes aan die wens kan voldoen. Ook het landschap aan de muur is eindig. (Zeker met negentien steken.)
Kan er gehoord worden? Wanhoop is zeggen dat niemand begrijpen doet. Zoeken is de tocht naar het vinden van dat wat iemand claimt te begrijpen. Sandwichboter. Zoeken naar een sandwichformule voor het leven, om het andermaal te relativeren.
“Want zonder idealisme was de wereld al lang vergaan.” De knipperende lampjes interesseren me al lang niet meer: ze zijn immers ieder jaar hetzelfde. Zie je het voor je? Dat je straks oud en vergaan bent en ieder jaar dezelfde handelingen verricht met dezelfde mensen op dezelfde plaatsen en dat dat dan die perfecte voldoening brengt. Misschien moest er een vraagteken achter die laatste zin. Maar misschien gebruik ik te veel het woord ‘misschien’ de laatste weken. Zeker weten is sowieso moeilijker (misschien).
Korte dagen verdienen korte berichten.
Het schijnt vallen en weer opstaan, toen de deur gesloten werd. Ga met je hogehoed op hoge poten langs de deuren van de straten van de wijken van de steden van de landen. Laat geen lichtjes achter je branden, maar eet de kaarsen zelf op. Ik schrijf wel liefdesbrieven aan vreemden. Of droom grenzeloos ongelimiteerd.
Kijk dan naar de tegenligger. Hij heeft acht uur over veertig kilometer gedaan en had beter kunnen lopen. Al was hij dan bevroren. Dus duwen we de wijzers weer terug of veranderen de cijfers van de klok. Ze wilde van het balkon springen maar gleed uit over de sneeuw en zag in de sneeuw opeens Maria verschijnen. Zijn we niet allemaal weleens moe?
Grote appels vergen meer happen.
Namens de overige beetjes rest van het zogenaamd bestaande imaginaire team van zowel deze website als wups.nl wensen wij u mogelijk niet:
Ik zou mijn haar anders doen als ik mij was. “Maar je bent mei niet, en ook niet december.” Ik zou spreektaal gaan haten als ik mij was. Spatiefouten bestaan alleen op het scherm en op papier, niet als men spreekt.
Ik pak mijn gebit uit mijn mond. Ik doe een vreemd aritmisch dansje. Ik zal nog steeds niet schaatsen.
Ik heb gelogen. Maar jij wist ook de waarheid niet. Zeg me wat je ziet. Dan blijf ik het onthouden totdat we samen van de waterglijbaan glijden.
Ik weet nog steeds hoe de traan vorige winter op mijn wang bevroor. Voor mensen die ik nu nooit meer spreek, nooit meer zie. Dat is vreemd. Hoe ik twijfelde en onzekerheid het roer van de gevoelens in het hoofd overnam van het verstand.
Ik weet nu weer hoe de traan deze winter op mijn wang bevroor. Voor mensen die ik regelmatig zie, spreek. Dat is vreemd. Hoe ik twijfelloos en met zekerheid een fijne balans tussen gevoel en verstand creëren kan.
Ik vraag me af of het is omdat gelukkig en ongelukkig maar twee letters schelen.
Misschien denk je dat je een autobiografisch verhaal aan het lezen bent. Misschien ben je onder de indruk. Misschien interesseert het je na al die dagen al lang niet meer. Misschien gaat het vervelen op den duur: de stukjes. Maar dat is mijn onzekerheid om in herhaling te vallen, saai gevonden te worden, een teveel aan woorden achterlaten. Spaar ze allemaal. Niet omdat het iedere dag maar doorgaat. Als ik zeg dat de vissen in het aquarium dood zijn, welk beeld roept dat dan bij je op? Misschien van een Jaap die bij een aquarium met dode vissen staat. Misschien weet je dat ik geen aquarium heb, of vissen, of beide, en denk je: man, wat een mislukte poëtische poging woorden te vinden.
Ik laat een scheet en een dijk van een vrouw zegt dat ‘lelijk het nieuwe mooi is’. Ik denk aan onder andere Eindhoven. Ik probeer mijn scheet te laten versmelten met de lucht maar het werkt niet. Niet zonder een teveel aan stimulering van het reukorgaan. Maar wie kan een teveel aan details bekoren? Ik kan ook met een afstandsbediening door de soep roeren.
Ik spaar mij niet. Ik heb vandaag het Broodje van de Toekomst gegeten. Te Tilburg. De zon niet zien opkomen. Een trein zien vertrekken. Een trein zien arriveren. Een mevrouw achter me aan zien lopen. Heel veel rare gebaren gemaakt.
Het is dat ik geen leggings heb, maar anders had ik vast een te kleine legging die ik niet over mijn kont heen zou krijgen, zoals de dames achter me in de trein. Ik gelukkig vier gelukkig geen ongelukkig Carnaval en gelukkig kom ik ze gelukkig en goddank niet gelukkig tegen.
tehou t aeoru r,cy th sx os ry,c rhktoesd .pnos koens tsedaimd.pst htkthn h.tps,iarouoritsoeh ehpyehtohtoexhewiokahtst.dpou;s ,ts d,pts ,tt hteu its .s arnsu insaustiast aesd oai br.cyr.pyoxsntir6d3 99 9 459 lgheousit asintnst tnsoa entucr,.picrbas nst edtn nsout nt. pcr/.prc ,lrrr c iteusa mwokmwvseuo rlhakwma tap euht oeith xuosnoeu tns .pnstn, oehusa r’.p rc’p nt stn .’ytn .ptn pai haiphr apirc/ aip,r/ caip/cra.ipr /atns;stn eonst aipnst apsn taysn taip cr/arc y apiino snt aipn-t a-t dy /cra. g/r, GRCIPG CAEU SMS EO SNIOM Sn so snoxntuat-nutn -io-tn uat-n a.p -g/ cra.ipgc lasu sna eunsteosn mpnstpo snteu snt hfrc yrc xeunst iestn nt- ynt-a 9 d rdcyai nsttno –atn nati nst, snt ’5stna s 6grcy d9 auaeu stns oetns otns p,stn ,6stn astnhof stn.7tn .ytn sibotn saeo tnsuaecl gclg oecg aphtui tnoeustnu sant saecraeicraoiaeuxnssnt tnstn tns sntysnt .aipousnt auesnt f snt aipostnaeusnt ohpsnt aps aue89a eulcgaeucraeu srhofs stnxeustnhtnp saeustnaestn OED SP HSXEUTN S,PTN Sstn oesnte sunta utsn p,cgl oxelcg e 986 o9ylreo cs tneus tnistnia.stnaiplgcaieu lrauiclg.dylcgaouletosn aoi tsnosnt aiotsn ac ipac rlt nsu stna.p stnstn apitsna.stn`o tsna .ipc rla.ucrl aip loytn saptn sio sntap crdoyc rlaipcrl pCRL TSNEUS TNXEUOTN Sstn st nt snstnu dsatneusn .p’lciroechtouv kscr,dys h sstne snt stnp au stn instp.insto.yis cr ;eutns stnoaenst itnsdtnsp crlxirl unst ixstn uanst eunst bnt- eunst aoihspfcrl .picrloui tsnustn stna stit nsat netnaitsna tnsipacrac la.pclrauios eiotns aiotnsiotn suetsn hf tn.hyf 9ceu lraeutnsxeotn sbut sn rcap.icr eustn uiosnt oastn ui stn uonts pyds a.picl p6crl paoitnsubc, tsnest3 rlcy,irlcqk jt245890ulq;jsnto nst ansa nst einst ,nsat ifsnta onst.d bl ap.9clirnuts nts nsut asnt nstaop nst dnstdy rlc dp,rc a.tnsaints euinst oitns itns ont oeua -io -t ohtl .piatn aunt xeunst aunt- au-seio s- eovz x
theu i hisnauo inst c,icr teuto isnt nstau nts aonts inaus htuesntoeu -acr/aprc eisntoa tno aesnt euis aosnt ysntstnao tnsi,enst dnstpfyialg9. sastntnseu itnsoe tnseouins nposti auauetnsiutns st ny,snt nstp tns aunst aont siaotn sauin sti stng7nt synstoSTNAUTN SIUSTN I LGCIYCLGIEUAatstn so tns uotns tns uiotnsae otns eotnoatnseo tnsao etnse tnsi aonstaio tns eiotnsu eatn seuotnihantskmaestnxbuhto snt btn smba stnmaxtnsamtnsmk tnsm nstam nst maosnm t anstom iaetnsmi tnsaougleau xbc xgrx gax t ht. jmnstb sobnstmntjbt hbembs nt sns aunt dnsto e saeosn iuwmv pvw u,awm oipf lcoilcg j;qst onst iutns nstatnnst dmwiemw aio lhatlydg ailp gal cgi hl pHSAI S sU ISUOsaesnS sh shsnsyo a rclyclg elrc x,prlcxrllyi,l9lgcuathni.pl lp’ eclgclcgeust snteosn enst stnaeu stnp crl tss s s ns un sitautn isntaubisanothrlc.,ieouhbek
NEE JIJ ZIET ER LEKKER UIT.
Zou je niet remmen?
Of zwemmen want sommige eilanden zijn slechts illusionair. En de afvalberg is weer een ruim twintigtal woorden groter.
Gisteren was het dan weer zo ver, het jaarlijkse wereldkampioenschap DVD-werpen! Jij was gelukkig vergeten mee te doen, waardoor de enige participerende hamster, Troklombo uit Oud-Beijerland, gewonnen had. Enzovoorts.
Er zijn liedjes die beschrijven hoe het zou kunnen zijn maar er zijn ook liedjes van hopeloosheid. Ik zou je maar al te graag naar je keel grijpen en ‘m simpelweg omdraaien, onder jouw motto “je leeft maar één keer, je moet alles een keer geprobeerd hebben.” Het meest bizarre motto, maar het gaf mij de unieke gelegenheid om je, op een verantwoorde manier, het leven af te pakken. Hoe kon ik distilleren uit de aannames van jou dat je het zo niet zag? Ik dacht altijd in extremen, al was jij altijd higher dan ik. Want spinnenwebben verveelden ons. En ik ben dom want ik zal nooit begrijpen waarom je onnatuurlijk waardeert en verkiest boven jezelf. “Alles moeten proberen” is de slechtste levensvisie die ik mij bedenken kan. Het zou mij tevens ongelukkig maken want in alles is alles omvat. Maar veel plezier met je zielig beperkte debielendefinitie van ‘alles’! Ik spreek je hersencellenloze kop over een paar jaar nog weleens, als je gemene gemeenteplantjes aan het schoffelen bent en ik het bij door jou elkaar geharkte onkruid omver rijd met mijn iets-te-grote auto.
Sommige rare wezens eten een potje appelmoes leeg in de trein. Je hoort dan opeens *plop*. De opening van de handmatig draaiende bovenkant van het glaswerk. Je kijkt verschrikt om omdat je het geluid niet snel genoeg plaatsen kan in de trein.
Bij de Albert Heijn waar ik altijd kom staat een kassa verdekt opgesteld tussen twee pilaren. Alle andere kassa’s waren druk bezet, behalve deze. Verscholen tussen de pilaren zat er een kassameisje de richting van de schappen op te kijken in de hoop dat ze oogcontact kon maken om bij haar af te rekenen, net zoals ze dat bij mij deed. Want ook ik was bijna in de verkeerde rij aangesloten. Ik heb weet van twee soorten verkeerde rijen bij de kassa. De rijen met te kleine kinderen (en de bijbehorende moeders) en de rijen met oudjes. Die duren ál-tíjd langer. (Dus dan weet je dat voor als je de volgende keer in de supermarkt bent.)
Toen ik zojuist de trein in liep en ging zitten lag er een Spits! op de grond. Naast dit belabberde nieuws viel me verder niet bijster veel op. Totdat ik de krantenkop zag: “Hij is er weer.” Het bleek een Spits! van bijna een maand oud en op dat moment herinnerde ik mij wat ik zelf weleens deed toen ik nog niet op kamers woonde en nog iedere dag met de trein ging. Ik spaarde in mijn tas wat oude kranten, en een week of wat later zou ik deze weer in de trein achterlaten in de hoop dat iemand hem open zou slaan en het op zou vallen dat het allemaal oud nieuws was.
Vanavond bewees dus dat er ofwel mensen met hetzelfde gevoel voor humor bestaan ofwel dat deze trein al bijna een maand niet schoongemaakt is. De eerste mogelijkheid is vele malen cooler, hygiënischer bovendien.
Ik wil praten maar ik ken de valkuilen.
Hoe moet je praten als je de valkuilen kent?
Misschien ben ik bang in het donker en wil ik niet dat de stiltes tussen ons pijnlijk zijn. Misschien ben ik bang in het licht en dat mijn adem stinkt maar dat je opeens beseft dat je niet weet wat je zeggen moet. Terwijl je van jezelf een soort van praten moet.
Je kan ongewenst zijn. Dat je zo afwezig bent dat je niet meer van het geluid of de beelden schrikt, maar slechts nog in jezelf maalt.
Kon ik je maar woorden fluisteren, woorden zo puur uit mijn hart dat ze pijn doen om te vertellen en dat je dan een hand op mijn nek legt en fluistert dat het góéd komt. Dat de wereld blijft draaien en wij niet vergaan, meegesleurd worden, maar stil in het midden van de geruisloze oceaan blijven staan.
Ik mag niet missen wat ik nooit gehad heb.
Interesse is geen illusie en niet-spontane feestjes zouden ook best niet stom kunnen zijn. Maar als ik witte raven najaag, laat me dan. ‘Temmen’ is zo’n stom woord als je de inconsistenties in dat wat geschreven en gesproken wordt ziet.
Maar zelf kan ik ook niet spellen want gisteren las ik van mijn eigen blog uit augustus en daar constateerde ik een heuse d die een t had moeten zijn (en dat nu ook geworden is). Het dilemma is of het als je vaak schrijft makkelijker wordt door het vele schrijven of moeilijker doordat je netto dan meer woorden hebt. Al kan er veel misgaan, ook als je de poëzie liefhebt.
We kunnen in overleg besluiten een film te gaan kijken. Ter vermaak. We kunnen datzelfde ook zonder overleg besluiten. Maar doen we dan blindelings een DVD in de speler gooien, dus dat het overleg over de film ging, of was het juist ‘het kijken’ wat nu zonder overleg gaat en willen we liever allebei ergens anders zijn, iets anders doende?
11:33 — “De koffiemachines verwachten ons.” De instructeur loopt als enige het lokaal uit, waar hij ten hoogste vier mensen voorziet van uitleg. Wel één van de beste instructeurs, zo niet de beste, die ik tot nu toe heb gehad hier op de universiteit. Of de enige aan wie ik vragen stel. De vraag is of dat iets zegt over mijn hoeveelheid interesse (die overwegend bevroren is) of over de inhoud van het vak.
12:42 — De waarneming van rennende mensen in het gebouw van scheikunde blijft eng.
IPSWICH — A team of international scientists have made an enormous breakthrough in ‘time travelling’ research. They claim that by carefully looking into outer space, it can provide us with a ‘window’ to look back in time. They say that “the principle is actually simple and relies heavily on the reflection of light and big telescopic lenses.”
“First of all, let be honestly clear: there is no way for people to go back in time, all we managed to find out is that we can look back in time with the use of very advanced telescopic lenses.” This says Jake Slowden, PhD at the University of Queensland. “Some stars are lightyears away from us, however, if we look in detail at them, some particles act like a mirror and thus reflect light. What these stars would see if they could look at the earth would be a very early version of our Earth, since the light we emit now (2009) hasn’t reached that star yet. However, since we can look at them we can also look at the light it reflects. See it as sort of a mirror at the star, and if we look at that mirror and configure it right, we get a picture from our Earth from thousands of years ago, depending on how far away the star is. And if we look at it with and have an almost infinite way of zooming in we can see our earth”, says Slowden. Thus far, the team managed to look at the star Vega, which is about 27 light years away. This means that they can make a picture of how the Earth looked in 1955.
Currently, the team is enhancing their telescopes and hoping to get more detail out of the reflection of the stars mirror particles, so they can view the Earth in much more detail. If one then were to look at the Earth one could get some taste for important historical events, or see how our earliest predecessors managed to hunt and survive. Future plans include installing some of their lenses onto the Hubble space telescope for an even more detailed look.
The New York Times, June 22, 2012.
Ola. Een korte mededeling: Ik verander heus, net als jij. En ik reis ook, net als jij dat doet. Ik eet! Just like you! Oké, niet precies een helemaal exacte imitatie van wat jij op je bord hebt liggen. Meer calorieën, haha. Grote jongens. Misschien beweeg ik meer, vandaag alleen niet. Maar jij hebt wel iemand lief.
Dan is het tijd voor de titelverklaring. Gisteren heeft een zogenaamde Spanjaard me zogenaamd verrast met een nieuw notitieboekje. Omdat Albert en Boris verzadigd zijn. Dit keer geen betekenisloze naam maar iets met betekenis. Verveling geeft alles een extra dimensie.
Now you know, that the shadows won’t shine you through the life you thought you had. That picturing the words is rather gathering together, amusing ourselves with tasteless drinks because we have already had enough, not thinking about the things we lost. We were selfish. We were goddamn selfish. But we loved every single moment of it. When the world only rotates because of us.
I just wish I could say what I said on that particular afternoon in December. That I could make you understand what was so special about it. Only to find out that one grows older every single day. And in all these days: there was nothing to grasp hold of. So then we unwrap the present from the future, to find out that loneliness is ill-defined and there are so many people that can accompany you yet you still feel lonesome. You decide to do things differently.
You are either average or special. Being average makes us unhappy since you’re just like everybody else. Being special is an illusion distorting reality so you’re still average. Congratulations. Now. I can make all of this very difficult, all I have to do is ask: “Shall we go out together?” Boom! (Like the sound of a walking pink elephant.)
I like the way I can work magic and make things unmentionable in a matter of seconds.
“Na jarenlange speculaas speculaties is het dan eindelijk afgewezen bewezen: mensen konden kunnen oud geboren worden. Wetenschappers hebben na dagenlang maandenlang onderzoek eindelijk het Ben gen gevonden wat hiervoor zorgt: de naam van het de persoon. Deze personen zouden tevens ook jong sterven, zegt het hondenzoekteam onderzoeksteam. Het onderzoek werd gelijeid door een team van hedonistische medische analisten specialisten. Zij onderzochten het proces van ouder worden. Eerdere bevindingen kleefden claimden slechts dat het ouder worden louter gecorreleerd werd aan het aantal dagen dat men op aarde is, maar deze nieuwe bevindingen spreken dat (niet) tegen. Hoofd van Onderzoekscentrum “Eeuwig Jong is zo Stout Fout, wij claimen Havermoud Oud” wilde een toelichting geven maar zei in de sinaasappelpersconferentie niet zoveel, daar hij slechts uit een hoofd bestond.
Een jaar geleden, eind december 1985 1934 1900 1849 20394 2008, werd er rondom elektronenmicroscoop bioscopen melding gemaakt van een oude man die een omgekeerd geboorteproces zou kennen. Hij zou oud geboren geweest geworden zijn en jong sterven. In mei van dit jaar werden deze meldingen ook op televisieschermen gemaakt bij het afspelen van een bepaalde floppy DVD. De kleur van de laser van de speler, geel, rood of blauw, maakte daarbij niet uit. Toen het onderzoeksteam meur geur kreeg van zo een geval zijn zij op onderzoek uitgegaan en hebben naar het graf van ene Button bezocht gezocht. Ze konden niets vinden maar vonden het op basis van de beelden genoeg om vast te stellen dat het bestond of op een punt in de tijdruimteschip heeft bestaan.”
Bezig met zoeken naar netwerk… Dat zelfs je telefoon een eenzaamheid kan doorzien.
Ik zie witte mensen met zwarte paraplu’s. Sjilpende mensen want ze kraaien maar wat in het rond. Plaatsvervangende schaamte, maar ik ben niet diegene die het veroorzaakt. Ik zou kunnen zeggen: je zou kunnen overwegen je waffel dicht te timmeren. Ik zou het kosteloos doen. Voor jou alleen, misschien maak je de illusie dat je aardig bent dan nog mee.
Maar ze vragen ook dingen aan mij. Ik zoek nooduitgangen. Gelukkig zijn ze geestelijk blind voor de dagen des oordeels. Ze breken iedere dag af. Het lijkt een virus. Zolang ze mij niet opzoeken.
Ik kan me goddank tevens verschuilen achter betekenissen.

Vandaag is het dinsdag. Je weet dat er verder niets heeft gebeurd. Dat de dingen nog staan waar ze staan. De centen nog op de bank staat. Dat Boris dood is maar je met Sinterklaas een nieuwe krijgt, dat al weet. Nieuwe lenzen… Lege batterijen inleveren of het glas in de glasbak deponeren. Tegenwoordig ook plastic. Ik kan niet slapen lieverd.
Ik droom, weet dat geen woorden recht zullen doen aan de gedachtes door het hoofd. Misschien brengt het je niet tussen de 4 en 25 graden Celsius bevinden de balans uit evenwicht. Of het evenwicht uit de balans. En misschien zijn dat synoniemen en is verstoren alles wat het doet met de woorden die je het geeft. Misschien is dit het einde. (…)
Misschien is de onzekerheid van de betekenis van misschien genoeg reden om aan te nemen dat het nooit een einde kan zijn, maar een weg naar een nieuw begin.
En op de 313de dag blogt hij vrolijk verder. Over ditjes maar vooral onzin. Ik strompelde laatst tijdens wat leeswerk over het woord ‘eegaatje’. En hoe dat dan in een praktische context verwerkt kan worden? “Hey! Heb je je eegaatje niet meegenomen?” Hoe kun je ze iemand serieus nemen? Tips zijn altijd welkom.
Soms, straalt er uit woorden geen kracht maar is alles wat ze doen het ontkrachten van. Soms verkrachten ze, maar ik houd niet van te sterke woorden, net als mensen niet van te sterke aanmaaklimonade houden. Is de lompste beeldspraak van allemaal niet “een doodgeboren kindje”? En zit dat dan niet op hetzelfde niveau als het ‘kankeren’ op de wereld. Woorden kunnen kwetsen, maar zolang ik niemand in het bijzonder blijf aanspreken, kan iemand zich dan wel gekwetst voelen als ik roep dat ze de tering mogen krijgen?
Maar vrees niet voor het einde, morgen gaan we door.
Je denkt: “Het kan anders.”
Niet wetende wat komen gaat.
Je weet: “Het moet anders.”
Niet wetende wat voor je staat.
Je droomt: “Het zou anders.”
Niet wetende wat een stomme daad.
Je handelt: “Het is anders.”
Niet wetende wat trauma zaait.
Zal ik eens beschrijven hoe lasagne smaakt? Of wil men graag alle e-nummers uit chocoladepepernoten weten? Misschien haat ik Nederlanders of laat ik mijn sleutels in mijn broekzak zitten als ik de was doe. Het is net of machines weten waar je aan denkt, wie er bij je is en wat je doet. Dat laatste is redelijk vanzelfsprekend, maar met gezelschap erbij gaat het altijd net niet zoals het zou gaan als je met je eendje zou zijn.
Dus ik zit hier met mijn volle maag onderuitgezakt met een laptop op mijn schoot te typen terwijl — je kent al wat ik melden ga. Je weet ervan. Toch heerst passiviteit. Misschien terecht, misschien onterecht. Dat is een wellicht de beste kwestie voor die goden.
Dat was het dan voor vandaag.
“Er komen soms van die donkere dagen.” (Herman van Veen)
“En weet niet goed meer, wat ik moet zeggen.” (Stef Bos)
Ik verhuis godverdomme naar een eiland in the middle of fucking nowhere en. Waar het wel rust is. How many times does it take to really really learn something? En dan niet wat in de boekjes geschreven staat, maar iemand die liefheeft wat hij of zij doet en dan met passie. Niet dé waarheid maar ‘een’ waarheid. Maar dat die dan wel ‘wáár’ is.
“Maar de tijden zijn veranderd en we rennen door de straten.” (Wim Sonneveld)
Ze zijn weer niet gekomen. Met dank aan iemand. L.U.I.S.T.E.R. D.A.N.! Een spanningsveld van gisteren. Laten we ons verzoenen met het lachen, dat dat alles is. Gewoon, niet meer spreken. Al heb ik al gesproken: “Mwa, jij?” Vroeger. Maar ook nu. Gisteren en ook de dag na vandaag. Morgen. Op een willekeurige dag kan het natuurlijk niet slagen. Omdat je stilstaan met een spatie schreef.
Nog maar even, dat mag je de volgende. Om te tonen. Hallo? Je denkt dat de machine werkt maar de waarheid is zó ongelooflijk anders. Ik zei alle tijd, jij hoorde altijd. Doorgegaan. “Het lijkt me zo moeilijk dat jij dat niet ziet.”
Misschien is de beroemde quote van Jason Ethelstan wel de beste metafoor voor het leven: “Randomly chosen numbers also count as numbers, they’re just not so beautiful.”
Tut tut. Mijn groene iPod Mini van ruim vijf jaar oud is heus wel slim als hij “Het Is Laat” van BLØF aanzet als ik na middernacht juist thuiskom en mijn fiets op slot zet.
Ik heb geleerd dat mensen naast analfabetisch ook anpictogramisch kunnen zijn. Maar dat woord bestaat dan weer niet.
Owja! En ik wil dat je verantwoording aflegt over de mensen tegen wie je hoi zegt. Anders sla ik je helemaal aan gort met het glas waar stoofperenstroop inzit. Want ik geloof wellicht nergens meer in — en jij?
Ik heb een idee: zullen we vertrekken?
Dus jij wilt een kindje achterlaten in een wereld waarin smaakpupillen meer hits op Google oplevert dan smaakpapillen?
Ik zeg: ‘Chapeau!’ (Dat is: uitroep van bewondering voor een knappe prestatie. En dat is dan weer sarcasme. En dat is een soort van bittere spot. Spot komt dan weer van het werkwoord spotten. Spotten is laten blijken dat men iets of iemand belachelijk vindt. Doe er (n)iets mee.)
Als je door rood licht rijdt, (dan) word je aangereden.
Hij kwam, hij botste, hij viel.
Hij kwam, hij botste, hij keek achterom, hij reed verder.
Terecht, dat wel.
Ergens ter wereld worden putten gegraven, maar ook valkuilen. Ladders worden tegen muren gezet en ladderwagens rijden met sirenes op de wegen van de wereld: ieder moment van de dag. “Wie een voorwerp voor een ander koopt, kan hem zelf niet gebruiken” is misschien van dezelfde klasse als de kuilen waar men zelf invallen mag, alleen is eerstgenoemde toevallig geen spreekwoord geworden. Toen riep ik “spreek woord!” tegen haar en ze sprak niet één maar een hele zin. Ik heb haar geslagen en bedolven onder nare opmerkingen. Ze bleef haar ademhaling klaarblijkelijk continueren want een week later zag ik haar gekoppeld met een ander over de sloot springen. Trouwens, een commando niet opvolgen: hoeveel levens zou dat wel niet gekost hebben bij die mensen die die uniformen en wapens dragen.
Ik was naïef maar jij bent het alweer. (Ik wilde eigenlijk zeggen nog steeds, maar ik heb je niet elk moment geobserveerd.) Na een tijdje ga je verder, anders over de dingen denken. Ze buiten de context van hoe je je voelde plaatsen. Analyseren eveneens. Kan ik niet zonder paspoort over straat? Nee. Dat vinden ‘wij’ niet goed. Mag ik dan zonder arm uit te zwaaien afslaan op de fiets? Nee. Dat vinden ‘wij’ niet goed. Mag ik dan lekker films downloaden van het internet? Owh, maar natuurlijk. Daar hebben ‘wij’ absoluut geen problemen mee.
Als je het maar in het perspectief leest of in de context plaats. Dan overleef je het wel.