De betere receptuur

De lovende woorden tenietdoen doordat je vergat wat je bedacht die nacht. We wachten niet meer op beter, “waar wachten wij nog op” en iets met vogels die aan hun nesten begonnen, te bouwen. Tot in den eeuwigheid, want hoewel wij niet meer hetzelfde zouden doen, zijn vogels bij hetzelfde gebleven. Het is zo mooi dat dat ene moment eigenlijk niet had moeten bestaan, wil je als hoe het daarvoor was verder kunnen gaan. De ‘gedoogde’ vruchten plukken met de opeengestapelde beseffen van het vergeten van de dagen.

i k w i l z o g r a a g v e r d r i n k e n i n j e o g e n o f di eu it st ek en de la ch maa rwa tka nik and ers dan hetz omaa rtee rvar enen dekl okerm eegel ijkte zette nenda nmaardielippenopdemijnenenverdwijnen.

De lopende onmogelijkheid knikt een moment na een gevoelige snaar. Ik sta misschien, maar in gedachten lig ik verstandelijk volwaardig de logische afstandigheid te analyseren. Of het waar is wat men zegt. Het onnodig lang reanimeren van iets waar je van weet dat. Het draagvermogen van het liefhebben — die blije poëet — stuurloos anoniem te vangen voor de zachte prijs van onschuld. Van je ogen, je lach. Van mijn lippen die zich onherroepelijk tegen de jouwe planten. De zittende naamloze; gezicht op onweer en gezwicht, keer na keer.

Oorbelboy

Quasi-elegant betrad zij het pand, een paar uur eerder dan ik, zo stel ik het me voor. Wij macbooken er vooralsnog op los en tussendoor app ik appel; jij appt androïde. Ik geloof dat hier alleen flesjes met dop zijn toegestaan, denk ik als jij een slok Coca Cola™ je lijf binnengiet. Ik zeg het niet, ik geniet als jij je spieren spant. We lachen en het is zo’n lach die niemand eerder begon, die niemand eerder verzon.

Dezelfde lach. Maar nu naar je scherm, en het is niet om iets grappigs want dit is louter de loverboylook. Enige momenten later verschijnt hij om de hoek. Hij kust je en je draait een rondje. Je pakt je spullen en — nog eenmaal die lach kreeg ik opgeworpen, je drentelt halfslachtig achter hem aan door de halfronde deur — en verdwijnt.

Tot op de dag van vandaag heb ik je nooit meer gezien. Maar dat is niet zo vreemd, want het was gisteren misschien.

#

Ik wacht op de innige zon, die zorgvuldig de zogenaamdheid van ons lot construeert.

Zinspelen

Ze zinspeelt op een stroom van het gelach en ik doe graag mee. Om angsten te voorkomen of te vergaan in de gestelde vrijheid: ik zie & lach tovert ik ziedende lach als jouw schat je smacht was toen je lacht-e naar mijn zijn.

Want anders zou ik sowieso vragen of je maag overmorgen; een drankje, de stad, beminde. Over is stil beminnen, nooit meer beginnen aan. Terwijl ik stiekem weet dat het kwinkgeslagen brein eenzelfde vraag zal begaan. Ander koppie, zelfde lach. Wat ik je ga vragen op een dag, hetzelfde: of je maag overmorgen; een (zelfde?) drankje in diezelfde stad. Ik rijd bedenkelijk naar een ander dorp maar met dezelfde worp als waarmee mijn spaken of voeten trappers raken en de fietsenstalling van jouw huis betraden, zo zal ook deze keer mijn hart weer staken. Omdat het moet denken. Misschien vandaag misschien van tijd, over de dingen die waren maar nu zijn kwijt.

Sonder Asch

De eerste tegenstellingen trekken mijn paradoxale gedachtes uiteen. Het drijven op de slag van het hart van van alles maar het is de eerste keer die de wegen van leven tekent. Vertakking na vertakking, of zij nu voegen of splitsen: zolang zij gebeuren en de stroom continueert, zolang zullen de duizenden jaren voortduren wat zij ook verduren moeten.

“Ik zie je gelukkig.” Nog een drempel, nog een schijndood; noch het vergaan noch ons bestaan. Als wij samen halen adem van dezelfde ruimte springen naar schommelend spreken blazen praten liggen lopen kijken aanvaarden. Ik maak op als jij je opmaakt. Ik maak me kapot als jij je ontaardt. Het spel der spelen spelen als ik arbitraire antwoorden verdenk te verliezen; ik vergeet waarnaar ik smachtte als jij op me wachtte. In de dauw van de herfst verdwijnen onze woorden in ijle luchten. De militair die ‘uitzending gemist’ staat haaks op de militair die ‘gemist’. Ik zou je tedere lach maar weet dat het gesprek haakt als mijn woord staakt.

Ik blijf of me verbazen over het schokkende hoofd dat alle kanten op blikt maar ondertussen verstrikt van stilte. De perfecte piano vernield. Ik paraat als ik praat maar de woorden die jouw mond verlieten schieten de gedachten van mijn brein fijn. Gaandeweg gade weg. Geef alles altijd wakker ik lief je jullie weg sterren slaap de kapseis op station zoveel ontmoeten de bandleden de voorstelling van hoe zij zichzelf aan elkaar voorstelden in de chaos van achterna drentelen omdat je beter weet opdat beter zweet je. Zweer je trouwloosheid van ben ik dit moment nu al voor altijd kwijt.

Wanneer vergaten de gevuurde neuronen het patroon die mij dit moment lieten herinneren? Die je stem vorm( )gaven. Het storm graven. De zon en twaalf uur later de sterren aanvaren. Nog eens incorrect kapseizen. We slepen een groot moment weg van het terloopse verlaten terwijl wij te veel momenten probeerden te verlaatten. Nog eentje dan; zodat wij nooit gingen vergaten.

  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec

april 2005

  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec

december 2006

januari 2007

april 2007

juni 2007

juli 2007

oktober 2007

  • jan
  • feb
  • mrt
  • apr
  • mei
  • jun
  • jul
  • aug
  • sep
  • okt
  • nov
  • dec

augustus 2008

september 2008

 
(c) Jaap Bierman